Rb, deelgeschil: medewerking aan psychiatrische expertise, voorschot afgewezen

Samenvatting:

Benadeelde verzoekt om medewerking aan een buitengerechtelijke psychiatrische expertise en tot toekenning van een aanvullend voorschot. De rechtbank oordeelt dat beide verzoeken zich lenen voor een deelgeschilprocedure en dat het voorleggen van meerdere deelgeschillen in één procedure mogelijk is. Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt over de psychiatrische expertise. Voorschot afgewezen; pas na expertise kan hierover worden geoordeeld. Kosten deelgeschil: € 4307,19 toegewezen (gevorderd: € 5916,-, maar aantal uren gematigd van 20 tot 14).

Volledige uitspraak 

LJN: BZ8900, Rechtbank ‘s-Gravenhage , C/09/432507 / HA RK 12-718

 

 

Datum uitspraak: 25-03-2013

Datum publicatie: 26-04-2013

Rechtsgebied: Civiel overig

Soort procedure: Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie: Letselschade. Deelgeschil. Verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke psychiatrische expertise en verzoek tot toekenning van een aanvullend voorschot. Begroting van en veroordeling in kosten deelgeschil.

Vindplaats(en): Rechtspraak.nl

 

 

 

 

 

Uitspraak

 

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rekestnummer: C/09/432507 / HA RK 12-718

Beschikking van 25 maart 2013

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

advocaat: mr. A. Öntas te Amsterdam,

tegen

1. de commanditaire vennootschap

AON NEDERLAND C.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BALLAST NEDAM INFRA B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

verweersters,

advocaat: mr. R. Gruben te Voorburg.

Partijen zullen hierna [verzoeker], AON en Ballast Nedam worden genoemd. AON en Ballast Nedam zullen gezamenlijk worden aangeduid als verweersters.

1.  De procedure

1.1.  Het verloop van de procedure blijkt uit:

– het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 30 november 2012, met producties;

– de herziene versie van het verzoekschrift, ingekomen op 21 januari 2013;

– het op 6 februari 2013 ingekomen verweerschrift van verweersters, met producties;

– de brief d.d. 7 februari 2013, met producties, van de zijde van [verzoeker].

1.2.  Op 11 februari 2013 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Hierbij zijn verschenen: mr. Öntas voornoemd namens verzoeker, alsmede de heer mr. J.H.H.M. Jagers (schadebehandelaar bij Cunningham Lindsey Nederland bv) en mr. Gruben voornoemd namens verweersters. Van de zijde van [verzoeker] is een pleitnota overgelegd, welke gedeeltelijk is voorgedragen.

1.3.  Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald.

2.  De feiten

2.1.  Op 31 oktober 2006 is [verzoeker] tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden een ongeval overkomen. Het ongeval is gebeurd doordat een stalen deur, die was neergezet om geplaatst te worden, omviel en daarbij het linkeronderbeen van [verzoeker] raakte, waardoor [verzoeker] ten val is gekomen en letsel heeft opgelopen.

2.2.  (De aansprakelijkheidsverzekeraar van) Ballast Nedam heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend.

2.3.  Op verzoek van de medisch adviseurs van beide partijen is een neurologische expertise verricht door drs. E. Oosterhoff (hierna: Oosterhoff). Op 19 december 2011 heeft Oosterhoff zijn expertiserapport uitgebracht. Oosterhoff heeft bij de beantwoording van de slotvraag op pagina 22 van zijn rapport te kennen gegeven dat er in zijn visie een indicatie is voor een expertise door een psychiater.

2.4.  Bij brief van 30 november 2012 heeft de hiervoor onder rechtsoverweging 1.2. genoemde heer Jagers onder meer het volgende aan mr. Öntas te kennen gegeven:

“Uit dat advies blijkt dat de behandelend psychologen en de psychiater met geen woord reppen over het ongeval. De medisch adviseur is van mening dat het ongeval geen relevante factor is die heeft bijgedragen aan het ontstaan van de forse psychische klachten van uw client. Hij ziet dan ook geen aanleiding een psychiatrische expertise te entameren.

In het verlengde van het bovenstaande dringt zich de vraag op hoe de situatie zou zijn geweest als het ongeval wordt weggedacht. Gezien de ernst van de psychische klachten en de niet ongevalsgerelateerde nek- en rugklachten ben ik van mening dat het eerst aan uw client is om aannemelijk te maken dat hij het ongeval weggedacht in een wezenlijk andere situatie terecht zou zijn gekomen dan nu in de situatie met ongeval. Tot op heden is uw client er naar mijn mening niet in geslaagd dat bewijs te leveren.

Gelet op bovengenoemde standpunt is mijn opdrachtgever op dit moment niet bereid een aanvullend voorschot te verstrekken. Wel is zij bereid in overleg te treden over een pragmatische regeling waarbij de insteek dan wel zal moeten zijn dat er sprake is van een zeer beperkte toerekening.”

2.5.  Tot op heden heeft (de aansprakelijkheidsverzekeraar van) Ballast Nedam een bedrag van € 7.000,– aan schadevergoeding en een bedrag van € 10.539,77 (inclusief BTW) aan buitengerechtelijke kosten voldaan.

3.  Het geschil

3.1.  [verzoeker] verzoekt de rechtbank bij wijze van deelgeschil ex artikel 1019w-1019cc Rv:

A.  te bepalen dat drs. J.L.M. Schoutrop (hierna: Schoutrop) als onafhankelijk psychiater wordt benoemd conform de door medisch adviseur R. Westerweel op

3 september 2012 opgestelde conceptvraagstelling;

B.  te bepalen dat verweersters gehouden zijn aan [verzoeker] te voldoen een voorschot onder algemene titel van € 15.000,–;

C.  te bepalen dat verweersters gehouden zijn de aan de onderhavige procedure verbonden kosten te voldoen.

3.2.  [verzoeker] stelt ter onderbouwing van zijn verzoek dat, zoals ook blijkt uit het rapport van Oosterhoff, een expertise door een onafhankelijk psychiater geïndiceerd is. Tussen partijen is immers in geschil of en zo ja, in hoeverre zijn psychische klachten door het ongeval zijn veroorzaakt dan wel verergerd. Volgens [verzoeker] hebben partijen reeds overeenstemming bereikt over de benoeming van Schoutrop als deskundige, alsmede over de aan Schoutrop voor te leggen vraagstelling. Gezien het voorgaande verzoekt [verzoeker] om te bepalen dat Schoutrop als onafhankelijk psychiater wordt benoemd conform de door zijn medisch adviseur op 3 september 2012 opgestelde conceptvraagstelling. Voorts verzoekt [verzoeker] om op basis van de overgelegde financiële bescheiden, de medische stukken en het expertiserapport van Oosterhoff een (aanvullend) voorschot onder algemene titel toe te kennen van € 15.000,–. De verzochte beslissingen zijn noodzakelijk om het buitengerechtelijke onderhandelingstraject te kunnen voortzetten, aldus [verzoeker].

3.3.  Verweersters voeren gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.  De beoordeling

Verzoek jegens AON

4.1.  [verzoeker] heeft gesteld dat hij zijn verzoek mede heeft gericht tegen AON, omdat hij er bij het opstellen van het verzoekschrift van is uitgegaan dat AON de aansprakelijkheidsverzekeraar van Ballast Nedam is. Naar aanleiding van het op dit punt door verweersters gevoerde verweer, heeft [verzoeker] zich ter zitting ten aanzien van het verzoek voor zover dit is gericht tegen AON gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.2.  De rechtbank overweegt dat gebleken is dat AON niet de aansprakelijkheidsverzekeraar, maar de assurantiemakelaar van Ballast Nedam is. [verzoeker] heeft derhalve niet de juiste partij in rechte betrokken en heeft jegens AON geen rechtstreeks vorderingsrecht als bedoeld in artikel 7:954 BW. Gelet hierop is de rechtbank met verweersters van oordeel dat het verzoek voor zover dit is gericht tegen AON afgewezen dient te worden wegens het ontbreken van een deugdelijke wettelijke grondslag.

Behandeling in een deelgeschilprocedure

4.3.  Beoordeeld dient te worden of de door [verzoeker] voorgelegde verzoeken zich lenen voor behandeling in een deelgeschilprocedure.

4.4.  Ballast Nedam heeft gesteld dat het verzoek om over te gaan tot het benoemen van een deskundige buiten het bestek van de deelgeschilprocedure valt en dat geen sprake is van een patstelling in de minnelijke onderhandelingen. Partijen waren immers met elkaar in gesprek over het (nut van het) in gang zetten van een psychiatrische expertise dan wel het op pragmatische wijze regelen van de zaak. Voorts kunnen de verzochte beslissingen niet althans onvoldoende bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst, aldus Ballast Nedam.

4.5.  De rechtbank stelt voorop dat ter zitting duidelijk is geworden dat [verzoeker] met het onder A opgenomen verzoek bedoeld heeft de rechtbank te verzoeken om te bepalen dat Ballast Nedam, conform de reeds tussen partijen gemaakte afspraken, dient mee te werken aan een buitengerechtelijke psychiatrische expertise. Naar het oordeel van de rechtbank kan zowel een dergelijk verzoek als een verzoek tot toekenning van een (nader) voorschot in een deelgeschilprocedure aan de orde komen. Beide verzoeken betreffen deelgeschillen in de zin van artikel 1019w Rv. Bovendien is het voorleggen van meerdere deelgeschillen in één procedure, zoals [verzoeker] ook heeft gesteld, in beginsel mogelijk.

4.6.  Gezien de ratio van de deelgeschilprocedure om de buitengerechtelijke onderhandelingen te bevorderen, dient vervolgens getoetst te worden of de verzochte beslissingen voldoende kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Voor zover dit niet het geval is, dienen de verzoeken ingevolge artikel 1019z Rv te worden afgewezen.

4.7.  Tussen partijen is onder meer in geschil of tussen de psychische klachten van [verzoeker] en het ongeval een causaal verband bestaat. Gelet op dit geschilpunt is volgens [verzoeker] een psychiatrische expertise noodzakelijk. Daarnaast wenst [verzoeker] dat aan hem een redelijk nader voorschot wordt toegekend. Hoewel Ballast Nedam aanvankelijk niet afwijzend tegenover een psychiatrische expertise stond, is van haar zijde bij brief van

30 november 2012 te kennen gegeven dat, gelet op de informatie uit de behandelend sector over de psychische problematiek van [verzoeker], geen aanleiding wordt gezien een dergelijke expertise te entameren. Voorts blijkt uit die brief dat geen bereidheid tot het verstrekken van een aanvullend voorschot bestaat. Wel heeft Ballast Nedam te kennen gegeven dat zij bereid is om in overleg te treden over een pragmatische regeling. Ter zitting is gebleken dat partijen hangende de onderhavige procedure nog overleg met elkaar hebben gevoerd. Dit heeft echter niet tot een oplossing geleid.

4.8.  De rechtbank stelt, gezien het voorgaande, vast dat sprake is van een impasse in de buitengerechtelijke onderhandelingen. Met [verzoeker] is de rechtbank van oordeel dat een beslissing op de voorgelegde deelgeschillen deze impasse kan doorbreken. Hoewel (wellicht) nog de nodige stappen gezet moeten worden om tot een volledige afwikkeling van de zaak te komen, ziet de rechtbank voldoende mogelijkheden voor partijen om nadat een beslissing op de voorgelegde verzoeken is gegeven het buitengerechtelijke onderhandelingstraject voort te zetten. De discussie tussen partijen over de aan het ongeval toe te rekenen (fysieke en psychische) klachten en beperkingen en de omvang van de schade kan dan immers (verder) gevoerd worden. De rechtbank leidt uit het verhandelde ter zitting af dat aan de zijde van beide partijen hiertoe de benodigde bereidheid bestaat. De onderhavige beslissing kan dus een bijdrage leveren aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Daarmee is het belang van het verzoek voor [verzoeker] gegeven. Dit alles afgewogen tegen de investering in tijd, geld en moeite bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen grond om het verzoek op voorhand op grond van artikel 1019z Rv af te wijzen. Aan het op dit punt gevoerde verweer gaat de rechtbank dan ook voorbij.

Psychiatrische expertise

4.9.  Zoals hiervoor reeds is overwogen heeft [verzoeker] bedoeld de rechtbank te verzoeken om te bepalen dat Ballast Nedam, zoals tussen partijen reeds is overeengekomen, dient mee te werken aan een buitengerechtelijke psychiatrische expertise. Ter zitting hebben partijen op dit punt overeenstemming bereikt.

4.10.  Partijen zijn overeengekomen dat:

   Schoutrop buitengerechtelijk een psychiatrische expertise zal verrichten, zulks in ieder geval op basis van de volledige medische informatie van [verzoeker];

   aan Schoutrop zal worden voorgelegd de vraagstelling zoals opgenomen in de als productie 6 bij het verzoekschrift overgelegde brief van 3 september 2012, met dien verstande dat aan vraag 1f wordt toegevoegd dat de diagnose dient plaats te vinden conform de systematiek van de DSM-IV;

   de kosten van de expertise worden gedragen door de aansprakelijkheidsverzekeraar van Ballast Nedam.

4.11.  Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van [verzoeker] toewijzen als na te melden.

Betaling van een aanvullend voorschot

4.12.  Vast is komen te staan dat door (de aansprakelijkheidsverzekeraar van) Ballast Nedam bij wijze van voorschot reeds een bedrag van € 7.000,– aan schadevergoeding is voldaan. Tussen partijen is in geschil of aan [verzoeker] al dan niet een nader voorschot dient te worden voldaan.

4.13.  Volgens [verzoeker] bestaat er op basis van de in het geding gebrachte bescheiden voldoende aanleiding om het verzochte voorschot van € 15.000,– toe te kennen. [verzoeker] heeft hierbij opgemerkt dat slechts een deel van de per 1 februari 2013 verschenen schade is gevraagd, waarbij rekening is gehouden met het expertiserapport van Oosterhoff. Ballast Nedam is echter van mening dat niet is onderbouwd dat er ruimte bestaat voor een nadere bevoorschotting. In dit verband heeft zij erop gewezen dat, nu het causaal verband tussen het ongeval en de schade niet vast staat, niet kan worden toegekomen aan de vraag of de door [verzoeker] gestelde schade aannemelijk is.

4.14.  Met Ballast Nedam is de rechtbank van oordeel dat de omvang van de aan het ongeval toe te rekenen schade op dit moment niet duidelijk is. Pas na het laten verrichten van de overeengekomen psychiatrische expertise (en vervolgens eventueel een verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige beoordeling) zal bekeken kunnen worden of en zo ja, in hoeverre de schade die in causaal verband met het ongeval staat het reeds bij wijze van voorschot uitgekeerde bedrag te boven gaat. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van [verzoeker] om aan hem een nader voorschot op de schadevergoeding toe te kennen afwijzen. Hierbij heeft de rechtbank tevens het bestaande restitutierisico in aanmerking genomen.

4.15.  Het voorgaande neemt niet weg dat de verdere behandeling van deze zaak – mede in het licht van de uit te voeren psychiatrische expertise – nadere kosten met zich zal brengen. De rechtbank gaat er, nu de aansprakelijkheid vast staat, van uit dat (de aansprakelijkheidsverzekeraar van) Ballast Nedam de met de te entameren expertise gemoeide behandelingskosten nog zal bevoorschotten. Mede gezien het feit dat ter zitting is gebleken dat tot op heden niet het in het verweerschrift genoemde totaalbedrag van

€ 21.917,77, maar een bedrag van € 17.539,77 (waarvan € 10.539,77 aan buitengerechtelijke kosten) is voldaan, acht de rechtbank dit niet onredelijk.

Kosten deelgeschil

4.16.  Op grond van artikel 1019aa Rv dient begroting plaats te vinden van de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt. Daarbij dient de zogenoemde dubbele redelijkheidstoets gehanteerd te worden: het dient redelijk te zijn dat de kosten zijn gemaakt en de hoogte van de kosten dient eveneens redelijk te zijn. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen (TK 2007-2008, 31518, nr. 3, p. 12).

4.17.  De rechtbank is van oordeel dat verweersters – met de enkele verwijzing naar een eerdere uitspraak van deze rechtbank, in welke zaak het verzoek overigens op grond van artikel 1019z Rv werd afgewezen – onvoldoende hebben onderbouwd dat de kosten van de onderhavige procedure niet in redelijkheid zijn gemaakt. Gelet hierop gaat de rechtbank in zoverre aan het verweer van verweersters voorbij. De rechtbank zal dan ook overgaan tot begroting van de kosten.

4.18.  Mr. Öntas stelt € 5.916,– aan kosten te hebben gemaakt. Daarbij is hij uitgegaan van 20,5 uur (te weten 15,5 uur zoals opgesomd onder punt 26 van het verzoekschrift, te vermeerderen met 5 uur zoals ter zitting is gesteld), een uurtarief van € 225,–, 6% kantoorkosten en 21% BTW. De rechtbank begrijpt dat verweersters alleen bezwaar maken tegen het gestelde aantal aan de zaak bestede uren.

4.19.  De rechtbank is van oordeel dat het aantal in rekening gebrachte uren, gezien de omvang en inhoud van het verzoekschrift en de mate van complexiteit van het deelgeschil, bovenmatig is. De rechtbank acht het redelijk om het aantal aan de zaak bestede uren te matigen tot 14 uur in totaal. Gezien het voorgaande zal de rechtbank de kosten begroten op een bedrag van € 4.040,19 (14 uur x € 225,–, vermeerderd met kantooropslag van 6% en BTW van 21%). Deze kosten zullen worden vermeerderd met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 267,–, zodat het totaal uitkomt op een bedrag van € 4.307,19.

4.20.  Nu de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het [verzoeker] overkomen ongeval is erkend, zal Ballast Nedam conform het onder C opgenomen verzoek in de hiervoor genoemde kosten worden veroordeeld.

5.  De beslissing

De rechtbank:

5.1.  bepaalt dat Ballast Nedam dient mee te werken aan de gemaakte afspraken met betrekking tot de psychiatrische expertise, conform hetgeen is weergegeven in rechtsoverweging 4.9.;

5.2.  begroot de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv op € 4.307,19 en veroordeelt Ballast Nedam tot betaling van deze kosten;

5.3.  wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.?

Heeft u een account? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey