Rechtbank: 15-minutennorm voor aanrijdtijd ambulance niet bepalend voor aansprakelijkheid

Samenvatting:

Op 10 oktober 2010 was minderjarige samen met zijn ouders op bezoek bij familie in een tuinpark. Tijdens het buitenspelen is minderjarige, zonder dat zijn ouders het in de gaten hadden, in een sloot terechtgekomen. Na enige tijd hebben familiedelen minderjarige gevonden en uit de sloot gehaald. Omstanders hebben minderjarige gereanimeerd en 112 gebeld.

Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat een ambulance bij een spoedmelding een aanrijdtijd heeft van vijftien minuten gerekend vanaf de 112-melding en dat deze tijd zou zijn overschreden. De rechtbank oordeelt dat de ambulance binnen vijftien minuten aanwezig was. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat ook als de ambulance niet binnen vijftien minuten bij minderjarige aanwezig zou zijn geweest, dat er niet toe kan leiden dat de ambulancevoorziening aansprakelijk is voor de schade die minderjarige heeft geleden. Uit de formulering van de 15-minutennorm blijkt dat het gaat om een planningsnorm en niet om een resultaatverplichting. De 15-minutennorm strekt niet ter bescherming van de patiënt en o.g.v. art. 6:163 BW bestaat er geen verplichting tot schadevergoeding.

ECLI:NL:RBAMS:2023:7599

Instantie                          Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak            29-11-2023

Datum publicatie           19-12-2023

Zaaknummer C/13/733421 / HA ZA 23-442
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken

Inhoudsindicatie

Eerste aanleg – enkelvoudig

Geen overschrijding 15-minutennorm ambulancedienst, 15minutennorm strekt niet ter bescherming van de patiënt, geen sprake van onzorgvuldig handelen.

Vindplaatsen Rechtspraak.nl

PS-Updates.nl 2024-0021

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/733421 / HA ZA 23-442 Vonnis van 29 november 2023

in de zaak van

[eiser] ,

in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige zoon [minderjarige] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AA-GROEP B.V.,

te Amsterdam,

  1. de naamloze vennootschap

NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MIJ N.V.,

te Den Haag, gedaagde partijen,

hierna te noemen: AA, NN en gedaagden gezamenlijk AA c.s., advocaat: mr. A.N.L. de Hoogh te ‘s-Gravenhage.

  • De procedure
    • Het verloop van de procedure blijkt uit:
      • de dagvaarding van 2 mei 2023, met producties,
      • de conclusie van antwoord, met producties,
      • het tussenvonnis van 30 augustus 2023 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
      • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 oktober 2023, met daarin genoemde stukken,
      • de e-mail van de rechtbank van 20 oktober 2023 met het verzoek de geluidsbestanden zoals weergegeven in productie 18 van AA c.s. toe te sturen en de reactie van mr. De Hoogh daarop waarbij hij deze bestanden aan de rechtbank en mr. Lalji heeft toegestuurd.
    • Ten slotte is vonnis bepaald.
  • De feiten
    • AA is een regionale Ambulancevoorziening in de regio Amsterdam. Zij is een entiteit die bevoegd is om acute ambulancezorgverlening te leveren in de regio Amsterdam.
    • Op 10 oktober 2010 was [minderjarige] , destijds twee jaar oud, samen met zijn ouders op bezoek bij familie in tuinpark De Groote Braak in Amsterdam. Halverwege de middag is [minderjarige] in een speeltuin op het park gaan spelen. Zonder dat zijn ouders het in de gaten hadden, is [minderjarige] in een sloot terechtgekomen. Na enige tijd hebben familieleden [minderjarige] gevonden en uit de sloot gehaald. Omstanders waaronder een toevallig aanwezige arts hebben [minderjarige] gereanimeerd.
    • Een omstander heeft vervolgens 112 gebeld. De meldkamer heeft dit gesprek geregisterd om 16:04 uur en als eindtijd is 16:06 uur vermeld. Uit een geluidsopname (bestandsnaam 20101010-16044340521-01-00 112 melding.wav) blijkt dat tijdens dat gesprek onder meer het volgende is gezegd:

omstander: Wij hebben een verdrinkingsgeval, een klein kindje van drie jaar op De Groote Braak medewerker meldkamer: De Groote Braak in Amsterdam?

omstander: Ja

()

medewerker meldkamer: Wat is het adres?

omstander: [adres]

()

omstander: Het is een tuincentrum, een tuincomplex medewerker meldkamer: Oke, en dat is aan het [adres] in Amsterdam?

omstander: Ja

()

medewerker meldkamer: Tuincentrum De Groote Braak, ik stuur een ambulance met spoed naar u toe

2.4. Om 16:06 uur heeft de centralist van de meldkamer twee ambulances en een helikopter opdracht gegeven om naar de opgegeven locatie te gaan. Om 16:08 uur is de politie ter plaatse gekomen.

2.5. Op het handgeschreven ritformulier dat door de ambulanceverpleegkundige is ingevuld, staat dat de eerste ambulance met nummer 165 om 16:07 uur is vertrokken en om 16:20 uur bij [minderjarige] is aangekomen. Op de digitale archiefkaart van ambulance 165 staat dat deze om 16:08 uur is vertrokken en om 16:19 uur bij [minderjarige] is aangekomen.

2.6. Om 16:19 uur heeft via telefoon of mobilofoon een gesprek plaatsgevonden tussen de centralist en een politieagent die ter plaatse is gekomen. Uit een geluidsopname (bestandsnaam 20101010-16193840588-01-00 politie belt adres, einde gesprek doet ambu ter plaatse.wav) blijkt dat tijdens dat gesprek onder meer het volgende is gezegd:

politieagent: [adres] , daar zijn twee artsen aan het reanimeren en die zeggen met spoed een ambulance nodig te hebben

medewerker meldkamer: Die zijn al onderweg, twee ambulances en een traumahelikopter

()

medewerker meldkamer: De Groote Braak bij het tuincentrum politieagent: Het is [adres] , en de Groote Braak medewerker meldkamer: Zo heet het tuincentrum politieagent: O, dat is het tuincentrum op [adres] medewerker meldkamer: Ja

politieagent: Oké, want even verderop heb je een groot water bij Halfweg en dat heet ook Groote Braak. Dus daar waren wij in eerste instantie

medewerker meldkamer: O nee, wij zijn direct naar het tuincentrum De Groote Braak op [adres]

()

medewerker meldkamer: De eerste ambulance is bijna ter plaatse, met twee drie minuten. Nu geeft hij ter plaatse.

2.7. De hulpverleners van ambulance 165 hebben direct na aankomst de reanimatie van [minderjarige] overgenomen. Op de rittenkaart staat verder dan 16:35 uur een hartritme met cardiale output is bewerkstelligd en dat ambulance 165 om 16:38 uur met [minderjarige] naar het VUmc is vertrokken en daar om 16:46 uur is aangekomen.

2.8. Uit de gegevens van het Mobiele Medische Team (hierna: het MMT) blijkt dat een traumahelikopter met leden van het MMT om 16:21 uur is geland en om 16:22 uur bij [minderjarige] is aangekomen.

2.9. Op de handgeschreven rittenkaart van ambulance 190 staat dat deze om 16:09 uur is vertrokken en om 16:23 uur bij [minderjarige] is aangekomen.

2.10.

Op een formulier van de spoedeisende hulp van het VUmc staat achter tijd (aankomst SEH) 16:57:00 getypt. Verderop in het formulier staat onder opmerkingen handgeschreven het tijdstip 16:45 uur en de naam van een arts.

2.11. [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] hebben verklaard dat dat de ambulance een aanrijtijd had van 31 minuten. Zij hebben geen concrete tijdstippen genoemd en evenmin verklaard hoe zij de aanrijtijd hebben berekend.

2.12. Bij brief van 20 september 2011 heeft de advocaat van [minderjarige] AA aansprakelijk gesteld, omdat de ambulance op 10 oktober 2010 een aanrijtijd van 31 minuten zou hebben gehad en daarmee de aanrijtijd fors zou hebben overschreden. AA was destijds verzekerd bij NN.

2.13. Bij e-mail van 28 december 2011 heeft NN aan [eiser] meegedeeld dat zij geen aansprakelijkheid erkent.

3.1. [eiser] vordert samengevat dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht verklaart dat AA volledig aansprakelijk is voor de als gevolg van het voorval op 10 oktober

2010 door [minderjarige] geleden en te lijden schade

  1. AA en NN op de voet van artikel 7:954 BW veroordeelt tot vergoeding aan [eiser] van de als gevolg van het voorval van 10 oktober 2010 door [minderjarige] geleden en te lijden schade, dan wel tot een door haar te bepalen percentage daarvan;
  • AA en NN veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
    • [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat een ambulance bij een spoedmelding een aanrijtijd heeft van vijftien minuten gerekend vanaf de 112-melding. De ambulance is op 10 oktober 2010 pas na 31 minuten na de 112-melding bij [minderjarige] aangekomen. Daarmee heeft AA niet voldaan aan de zogenoemde 15-minutennorm en daarom is zij aansprakelijk voor de schade die [minderjarige] daardoor heeft geleden.
    • AA c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
    • Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
    • In deze procedure staat de vraag centraal of AA onrechtmatig heeft gehandeld tegenover [minderjarige] doordat op 10 oktober 2010 niet binnen vijftien minuten na een 112-melding een ambulance bij hem aanwezig zou zijn geweest en of AA c.s. daarom aansprakelijk is voor de schade die [minderjarige] daardoor heeft geleden.

De ambulance was binnen 15 minuten bij [minderjarige]

  • Uit de gegevens die AA c.s. heeft overgelegd blijkt dat de ambulance op 10 oktober 2010 er niet meer dan 15 minuten over heeft gedaan om [minderjarige] te bereiken. Volgens de gegevens van AA c.s.

heeft een omstandiger om 16:04 uur en 43 seconden 112 gebeld en daarbij gevraagd om een ambulance. Dit gesprek is om 16:06 uur beëindigd en uit de gegevens van AA c.s. volgt dat de eerste ambulance om 16:19 of 16:20 uur bij [minderjarige] aangekomen. Anders dan [minderjarige] meent, bestaat geen twijfel over de juistheid van deze gegevens. De gegevens zijn vastgelegd door verschillende hulpverleners en de geregistreerde tijdstippen van zowel de meldkamer, de twee ambulances en de helikoper stemmen met elkaar overeen. De enkele omstandigheid dat op een formulier van het VUmc een latere aankomsttijd staat genoteerd dan de tijdstippen die de medewerkers van de ambulance hebben geregisterd, is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de gegevens van AA c.s. Het tijdstip waarop de ambulance het VUmc daadwerkelijk heeft bereikt, hoeft namelijk niet gelijk te zijn aan de aankomsttijd die het ziekenhuis heeft genoteerd. Mogelijk heeft het VUmc pas de aankomsttijd van [minderjarige] geregistreerd nadat de overdracht heeft plaatsgevonden en de verantwoordelijkheden voor de patiënt zijn overdragen aan de arts in het VUmc. Daarnaast staat op het formulier ook een tijdstip genoteerd dat overeenstemt met de aankomsttijd die de ambulancemedewerkers hebben genoteerd met daarbij een naam van een arts en inhoudelijke opmerkingen.

  • Daarnaast zijn er geen concrete aanwijzingen dat de ambulance er meer dan 15 minuten over heeft gedaan om [minderjarige] te bereiken. De drie getuigen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] hebben verklaard dat het 31 minuten duurde voordat de ambulance ter plaatse was. Zij hebben in hun verklaring echter niet onderbouwd hoe zij die tijd hebben berekend en evenmin hebben zij concrete tijdstippen genoemd. Ook het proces-verbaal van de politieagenten geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de gegevens van AA c.s. De daarin genoemde tijdstippen komen weliswaar niet precies overeen met de gegevens van AA c.s., maar in het proces-verbaal staat telkens bij een tijdstip omstreeks vermeld en die tijdstippen zijn dus geschat of grofweg bepaald. Daarnaast is dit proces-verbaal anders dan de gegevens van AA c.s. pas achteraf vastgelegd.
  • De conclusie is dat de ambulance binnen vijftien minuten bij [minderjarige] aanwezig was.

Als ambulance niet binnen 15 minuten bij [minderjarige] aanwezig zou zijn geweest, leidt dat niet tot een verplichting tot schadevergoeding van AA c.s.

  • Ook als de ambulance niet binnen vijftien minuten bij [minderjarige] aanwezig zou zijn geweest, kan dat er niet toe leiden dat AA c.s. aansprakelijk is voor de schade die [minderjarige] op 10 oktober 2010 heeft geleden. De 15-minutennorm houdt in dat een ambulancevoorziening ervoor moet zorgen dat in normale omstandigheden in tenminste 95% van de spoedmeldingen een ambulance binnen vijftien minuten na het aannemen van de melding ter plaatse is. Uit de formulering blijkt dat het gaat om een planningsnorm en niet om een resultaatverplichting. Een ambulance hoeft dus niet bij iedere spoedmelding binnen vijftien minuten bij de patiënt aanwezig te zijn. De 15-minutennorm strekt dus niet ter bescherming van de patiënt. Dat betekent volgens artikel 6:163 Burgerlijk Wetboek dat er geen verplichting tot schadevergoeding bestaat.

Geen sprake van onzorgvuldig handelen

  • [eiser] heeft verder betoogd dat AA c.s. onzorgvuldig heeft gehandeld. Volgens hem is er geen goede reden waarom de ambulance niet binnen vijftien minuten ter plaatse was en daarom zou AA c.s. onrechtmatig hebben gehandeld. Een ambulance behoort steeds de snelste weg naar een bepaalde bestemming te kennen en dat was in dit geval kennelijk niet zo, aldus [eiser] .
  • Uit het gesprek van 16:04 uur dat ter zitting is beluisterd blijkt dat de omstander die 112 heeft gebeld de naam van het tuinpark en het bijbehoren adres heeft doorgegeven aan de meldkamer (zie 2.3). Blijkbaar zijn deze gegevens niet volledig doorgekomen bij de politie (althans bij een van de politieteams die hierbij betrokken was). Dat blijkt uit het telefoongesprek van 16:19 uur dat ter zitting is beluisterd en hierboven onder 2.6 voor zover relevant is weergegeven. Op onderstaand kaartje is te zien dat het Tuinpark De Groote Braak vlak bij een water ligt dat ook De Groote Braak heet. Voor alle duidelijkheid: de rechtbank baseert haar oordeel dat sprake is geweest van een misverstand uitsluitend op het ter zitting afgespeelde gesprek, het kaartje dient slechts ter illustratie; het maakt duidelijk dat een vergissing heel goed mogelijk is.
  • Uit het gesprek van 16:09 blijkt echter duidelijk dat dit misverstand alleen is ontstaan bij de , maar niet bij de meldkamer of de ambulances. De was juist wel rechtstreeks naar het tuinpark op weg. De medewerker van de meldkamer zegt namelijk: O nee, wij zijn direct naar het tuincentrum De Groote Braak op [adres]

Het verwijt dat de ambulancedienst beter had moeten zorgen dat zij rechtstreeks naar de juiste plaats reed is dus onterecht; er zijn geen aanwijzingen dat de ambulance niet rechtsreeks naar de juiste plaats is gereden.

  • De rechtbank komt niet toe aan de vraag of sprake zou zijn van onrechtmatig handelen als de ambulance niet de snelste route had gekend, omdat dat in dit geval niet zo was. conclusie en proceskosten
  • De conclusie van al het voorgaande is dat AA c.s. niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover [minderjarige] . De vorderingen zullen daarom worden afgewezen.
  • [eiser] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van AA c.s. als volgt vastgesteld:
– griffierecht 676,00  
– salaris advocaat 1.196,00 (2,00 punten × 598,00)
Totaal 1.872,00  
  • De gevorderde veroordeling in de nakosten is toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

De rechtbank

  • wijst de vorderingen van [eiser] af,
  • veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van AA c.s. tot dit vonnis vastgesteld op 1.872,00,
  • veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
  • 173,00 aan salaris advocaat,
  • te vermeerderen met 90,00 aan salaris advocaat en met de explootkosten als [eiser] niet binnenveertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden,

5.4. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, rechter, bijgestaan door mr. A. Chu, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2023.

Heeft u een account? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey