Rechtbank: Bewijslevering nodig, deelgeschil niet geschikt

Samenvatting:

In deze zaak is verzoeker ten val gekomen tijdens het bezorgen van een bank, en heeft daarbij zijn hakken gebroken. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de voorhanden zijnde schriftelijke verklaringen en de mondelinge toelichting ter zitting onvoldoende om de toedracht van het ongeval in deze deelgeschilprocedure te kunnen vaststellen. Daarvoor is nadere bewijslevering, waarvoor een deelgeschilprocedure zich in beginsel niet leent. Het verzoek wordt op grond van artikel 1019z Rv afgewezen.

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer / rekestnummer: 10627421 \ AZ VERZ 23-41

Beschikking van 17 januari 2024

in de zaak van

[verzoeker],

te Utrecht,

hierna te noemen: [verzoeker],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. J.W. Menkveld,

tegen

  1. ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,

te Utrecht,

hierna te noemen: ASR,

  1. [verweerder2],

te Veenendaal,

hierna te noemen [verweerder2]

verwerende partijen

gemachtigde: mr. S. van der Linden, [OAK advocaten]

  1. De procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:

– het verzoekschrift van 14 juli 2023 met productie 1 tot en met 5;

– het verweerschrift van 20 november 2023 met productie 1 tot en met 3;

– het e-mailbericht van 27 november 2023 met productie 6 en 7 van [verzoeker];

– de mondelinge behandeling van 1 december 2023, waarvan door de griffier aantekeningen

zijn bijgehouden;

– de pleitaantekeningen van [verzoeker], behoudens punt 3 tot en met 30 welke niet zijn

voorgedragen;

– de pleitaantekeningen van ASR en [verweerder2], behoudens punt 1 tot en met 5

welke niet zijn voorgedragen;

– het e-mailbericht van 4 december 2023 met de tijdschrijflijst van [verzoeker];

– de brief van 12 december 2023 met akte van ASR en [verweerder2].

1.2.      [verzoeker] heeft bij het verzoekschrift enkel ASR in de procedure betrokken. Nadat was gebleken dat (ook) [verweerder2] voor de mondelinge behandeling was verschenen, heeft [verzoeker] het verzoek in zoverre gewijzigd dat dit tevens gericht is tegen [verweerder2]. ASR en [verweerder2] hebben met deze wijziging ingestemd. Mr. S. van der Linden heeft zich gesteld als gemachtigde van [verweerder2].

zaaknummer: 10627421 \ AZ VERZ 23-41

17 januari 2024

2

  1. De feiten

2.1.      [verzoeker] is sinds 1 februari 2015 in dienst van [verweerder2] in de functie van Technisch bezorger.

2.2.      Op 10 januari 2023 hebben [verzoeker] en zijn collega Floor een bank bezorgd bij Hilco Poeliersbedrijf (hierna: Hilco). De bank diende op de eerste verdieping te worden geplaatst. [verzoeker] en Floor hebben de bank met een heftruck naar de eerste verdieping gebracht. Nadat zij de bank gemonteerd hadden, wilden zij de lege doos van de bank via de trap naar beneden brengen. Daarbij is [verzoeker] ten val gekomen en heeft hij zijn hakken gebroken.

2.3.      De Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: de arbeidsinspectie) heeft een onderzoek ingesteld naar het ongeval.

2.4.      De arbeidsinspectie heeft [verweerder2] in de gelegenheid gesteld een werkgeversrapportage op te stellen. In het rapport van 3 maart 2023 staat onder meer:

“Hoewel het lastig is om directe verbanden te vinden met het ongeval en bedrijfsmatige oorzaken, komen we tot de conclusie dat de volgende punten verbeterd kunnen worden:

De oorzaken van het ongeval:

Werkinstructies onvoldoende op orde;

Veiligheidsinstructies onvoldoende op orde.

Onderstaand zijn de passende maatregelen voor deze oorzaken te vinden:

Opstellen werkinstructies (..).

Alle monteurs VCA laten certificeren en dat het nieuwe beleid maken (…).

Frequente toolboxmeetings aanbieden (..).

Borging communicatie werk- en veiligheidsinstructies door deze toe te voegen aan

contracten en toe te voegen aan het handboek Eerst laten keuren door het RMU voordat

deze aan de contracten worden toegevoegd.

Hoofdmonteur aanstellen (..).

Bovenstaande maatregelen zijn naar ons inzien allen oplossingen voor de achterliggende oorzaak van het ongeval, aangezien het slachtoffer zijn evenwicht is verloren zonder dat hij de doos vast had. 11

In de als bijlage bij de werkgeversrapportage opgenomen verslagen van de verhoren is onder meer het volgende opgenomen:

Verhoor slachtoffer:

“(…)

Kun je voor mij omschrijven wat er precies is gebeurd?

(..) Ik heb Ben aangekeken met de doos tussen ons in. Ben is nooit de trap afgelopen maar stond boven. De trap is ongeveer 1.80 diep, dan komt er een horizontaal plateau, toen Ben aangekeken. Toen was er, aan mijn linkerkant, een trap naar beneden. Doos stond tussen ons in. Doos was leeg, zat alleen plastic in. Ik heb zijwaarts een stap gemaakt, niet gekeken naar links. Toen zat ik al op de tweede trede en verloor ik mijn evenwicht naar links. Lichaam draaide mee en toen kwam ik al los. Toen heb ik geprobeerd op de 4e trede mijn val te breken, maar toen zette ik me af en blesseerde ik mijn rechterknie. Toen heb ik mezelf door hét afzetten eigenlijk gelanceerd en was ik los. Toen

zaaknummer: 10627421 \ AZ VERZ 23-41

17 januari 2024

3

sprong ik het trapgat in. Toen dacht ik: ‘Dit is wel erg hoog’. Toen kwam ik onderaan de trap op mijn werkschoenen terecht en voelde het alsof mijn voeten uit elkaar knalden. (…) Heb gewoon een misstap naar links gemaakt en ben mijn evenwicht verloren, gewoon pech.

(…)

Wisten jullie watje op de locatie aan zou treffen?

Ja, we zijn er eerder geweest. We kenden de locatie dus dat wisten we. Via een luik met de heftruck is de doos naar boven gehesen, doen we altijd als dit mogelijk is met zware materialen. Dit was een doos die je leeg ook wel van de trap afkon gooien, maar dat doe je niet, dat is niet netjes. Doos is voor mij niet het onderwerp in het ongeluk Ik ben niet door de doos gevallen. Doos had ik niet in mijn handen vast, maar stond tussen ons in op de trap zelf

Welke instructiebijeenkomsten over het werk watje doet heb je gekregen bij [verweerder2]? Niet echt specifiek dat we training gehad hebben. Ik weet zelf wel hoe dat moet. Hiervoor 30 jaar in natuurstenen bedrijf gewerkt waar we wisten hoe we moesten tillen en niet roekeloos mochten werken, dus dat weet ik gewoon allemaal nog.

Is er toezicht of controle op het werk wat jullie doen?

Nee. Ik kan me niet herinneren dat er ooit iets mis is gegaan. We werken altijd met beleid, eerst rustig kijken hoe we dingen gaan doen. We hebben jongens met ervaring lopen die scherp zijn en weten wat we moeten doen en we coachen elkaar. Geolied met elkaar.

Welke veiligheidsmaatregelen waren er genomen?

Spullen verankeren in de bus. Veilig de bus laten zakken. Veilig en goed tillen. Ingewerkt hoe je dingen tilt. Altijd eerst aan jezelf denken datje niet hoeft te tillen: is er een heftruck, kan het door een raam o. i. d.

Welke veiligheidsmaatregelen waren aanvullend nodig om liet werk veilig te doen?

Ik kan me niks bedenken.

Hoe kan een soortgelijk ongeval in de toekomst worden voorkomen?

Het leven is niet maakbaar. Dit kan gebeuren. In een split second maak je een misstap. (…)”

Verhoor getuige:

Kun je voor nu) omschrijven wat er precies is gebeurd op de dag van het ongeval?

(..) We hebben de bank in elkaar gezet en de lege doos wilden we meenemen naar beneden. We

hielden de doos samen vast en Bert liep als eerste naar beneden. Ik was nog boven, of liep zelf ook

een paar treden naar beneden, dat weet ik niet helemaal meer en toen zag ik ineens Bert naar

beneden springen. Het gebeurde echt in een tel. Eerst kwam hij halverwege op de trap terecht, toen

sprong hij nog verder en kwam hij beneden terecht. Het ging gewoon heel snel.

Bert liep als eerste naar beneden zegje, hielden jullie allebei de doos vast?

Ja, we hielden allebei de doos vast.

Van wat ik begrepen heb, liep Bert achterstevoren naar beneden, klopt dat?

Bert wist het zelf ook niet. Ik durf het niet zeker te zeggen of hij achterstevoren liep.

Hield Bert de doos met zijn beide handen beet of hield hij ook de trapleuning vast?

Ik had de trapleuning niet vast, van Bert heb ik het niet gezien. Het was een grote doos dus Bert zat

voor mijn zicht achter de doos. We hebben verder niet overlegd van hoe doen we het. Het was een

lege doos dus we hebben gewoon de doos opgepakt en zijn toen naar beneden gelopen.

De trap heeft drie delen: je loopt eerst een stukje, dan kom je op een plateau terecht, dan loopje

nog een stuk en dan heb je weer een plateau. Op welk stuk gebeurde het?

Volgens Bert raakte hij zijn evenwicht kwijt op het eerste plateau van bovenafgezien. Hij heeft het

eerste stukje van de trap gelopen en is op het plateau zijn evenwicht kwijtgeraakt.

Heb je vanuit [verweerder2] ooit informatie gekregen over de werkwijze die je moet

hanteren of hoe je dingen vast moet houden?

Nee. Toen ik hier kwam eerst een paar weken met een monteur mee die het al jaren doet. Geen

kennistrainingen gehad. Ingewerkt door de monteurs zelf

Wat zijn gevolgde opleidingen of cursussen die jij hebt gehad?

zaaknummer: 10627421 \ AZ VERZ 23-41

17 januari 2024

Ik heb de LTS gedaan; Elektro. In het verleden heb ik VCA gedaan, deze is nog steeds geldig.

Daarnaast heb ik mijn heftruck certificaat meerdere keren gehaald.

We hebben hier geen toolbox meetings of geen specifieke bijeenkomsten….

Ja, maar je weet toch hoe je moet trap lopen, daar hoefje ook geen uitleg over te krijgen. (..) Deze

dingen zijn gewoon ongelukken, kan thuis ook gebeuren.

Welke veiligheidsmaatregelen zijn erbij [verweerder2]  zodat dit soort ongevallen worden

voorkomen?

Als Persoonlijke Beschermingsmiddelen hebben we veiligheidsschoenen aan. Verder niks aan

arbeidsmiddelen gebruikt. Ik vond het daar niet de fijnste trap. Steile trap, maar hij is nieuw dus zal

toch wel aan het bouwbesluit voldoen. Daarnaast had de trap korte treden.

Is er toezicht of controle op het werk wat jullie doen?

Zou ik zo niet weten. We hebben controle onderling.

Welke veiligheidsmaatregelen waren er volgens jou nodig om deze klus die jullie hebben gedaan

veilig te doen?

Dan zou je misschien de lege doos met de heftruck naar beneden moeten hebben gedaan.

Hoe denk jij dat een soortgelijk ongeval in de toekomst kan worden voorkomen?

Niet weten hoe dit voorkomen kan worden. Trap lopen moetje toch je hele leven doen. Je kan zo’n

doos niet met 1 hand vastpakken dus je hebt ook geen leuning vastpakken. Mooiste is als er een lift

is, maar dat heb je niet overal. (..)”

2.5.      De arbeidsinspectie heeft haar onderzoek op 24 april 2023 afgerond. Zij concludeert dat de werkgeversrapportage voldoet aan de gestelde eisen. In de rapportage zijn de (basis) oorzaken van het ongeval en de te nemen en/of genomen maatregelen om herhaling te voorkomen benoemd. De arbeidsinspectie geeft aan bij toekomstige inspecties te controleren op de juiste implementatie daarvan.

2.6.      [verweerder2] is verzekerd bij ASR.

2.7.      ASR is namens [verzoeker] meerdere keren aangeschreven. ASR heeft

aansprakelijkheid van [verweerder2] voor (de gevolgen van) het ongeval van de hand gewezen.

  1. Het verzoek en het verweer

3.1.      [verzoeker] verzoekt de kantonrechter:

  1. te bepalen dat [verweerder2] aansprakelijk is voor (de gevolgen van) het bedrijfsongeval dat op 10 januari 2023 plaatsvond, met veroordeling van ASR in de kosten van deze procedure;
  2. de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van [verzoeker] te begroten.

3.2.      [verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden ten val is gekomen en daardoor schade heeft geleden. [verweerder2] is op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor deze schade. Aangezien

[verweerder2] is verzekerd bij ASR, dient laatstgenoemde de schade te vergoeden. Nu ASR niet bereid is om aan te geven of haar verzekerde de in artikel 7:658 lid 1 BW genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van [verzoeker], frustreert ASR de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst over de vordering.

3.3.      ASR en [verweerder2] voeren verweer. Zij concluderen tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van het verzoek en menen dat dit zodanig voor de hand

zaaknummer: 10627421 \ AZ VERZ 23-41

17 januari 2024

lag dat er geen reden is om de kosten te begroten, laat staan dat ASR deze kosten zou moeten voldoen.

3.4.      Op de stellingen van partijen wordt hierna, waar nodig, nader ingegaan.

  1. De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.      De kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, is – zoals tussen partijen overigens ook niet in geschil is – bevoegd van het op artikel 7:658 BW gegronde geschil tussen [verzoeker] en [verweerder2] kennis te nemen. De vordering van [verzoeker] jegens ASR is gebaseerd op artikel 7:954 BW. Deze vordering is in beginsel ter beoordeling voorbehouden aan de rechtbank, kamer voor handelszaken. Het komt de kantonrechter in dit geval echter uiterst inefficiënt en onpraktisch voor indien de beslissing niet door dezelfde rechter wordt genomen. [verzoeker] kan ASR op grond van artikel 7:954 BW immers alleen rechtstreeks aanspreken uit de door [verweerder2] afgesloten verzekering indien ASR een uitkering aan [verweerder2] verschuldigd is. Daarvoor is nodig dat [verweerder2] aansprakelijk is tegenover [verzoeker] op grond van artikel 7:658 BW. De kantonrechter ziet daarom af van de ambtshalve verwijzing naar de rechtbank, kamer voor handelszaken. Daarmee wordt voorkomen dat de zaken bij verschillende rechters komen. Partijen hebben overigens ook geen bezwaar tegen afdoening door de kantonrechter.

Deelgeschilprocedure

4.2.      Als iemand een ander aansprakelijk houdt voor schade die hij lijdt door dood of letsel kan hij op gezien artikel 1019w lid 1 Rv de rechter verzoeken te beslissen over een geschil omtrent of in verband met een deel van wat ter zake tussen hen rechtens geldt en waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Deze procedure biedt partijen een eenvoudige, snelle en tegenover een bodemprocedure (meestal) aanmerkelijk goedkopere toegang tot de rechter ter oplossing van een of meer deelgeschillen in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase. De procedure heeft tot doel om met behulp van de interventie van de deelgeschilrechter dichter bij een buitengerechtelijke oplossing te komen.

4.3.      Bij de beoordeling van het deelgeschil moet de kantonrechter zich de vraag stellen of de bijdrage van de verzochte beslissing aan de mogelijke totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst zodanig is dat deze opweegt tegen de kosten en het tijdsverloop van de procedure. Een deelgeschil waarvan te verwachten is dat de beantwoording van die vraag te kostbaar is en veel tijd in beslag zal nemen, bijvoorbeeld omdat bewijsvoering nodig zal zijn, zal zich minder snel lenen voor een deelgeschilprocedure.

Schending zorgplicht?

4.4.      De kantonrechter stelt voorop dat artikel 7:658 lid 1 BW een zorgplicht in het leven roept en de werkgever verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te geven als redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Met artikel 7:658 BW is niet beoogd een absolute

zaaknummer: 10627421 \ AZ VERZ 23-41

17 januari 2024

6

waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van het ontstaan van schade in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Een werknemer die op grond van artikel 7:658 lid 2 BW schadevergoeding vordert, zal dienen te stellen en zo nodig bewijzen dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor de werkgever. Indien komt vast te staan dat de werknemer bij de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden dan is de werkgever op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 van deze bepaling bedoelde verplichtingen is nagekomen dan wel dat nakoming van deze zorgplicht het ongeval niet zou hebben voorkomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

4.5.      Vast staat dat [verzoeker] een ongeval is overkomen in de uitoefening van zijn

werkzaamheden. Daarvoor is [verweerder2] in beginsel aansprakelijk tenzij zij aantoont dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. Van (een beroep op) opzet of roekeloosheid is in deze zaak geen sprake.

4.6.      Aangenomen kan worden dat [verweerder2] haar werknemers niet

schriftelijk of mondeling heeft geïnstrueerd over hoe een vaste trap af te dalen. In zijn algemeenheid kan dat ook niet van haar worden gevergd, omdat traplopen een alledaagse handeling (met een zogenaamd “huis-, tuin- en keuken”-karakter) is. Dit ligt anders indien een trap moet worden belopen met een last. Alsdan dient de werkgever te voorkomen (door het treffen van maatregelen en/of het geven van aanwijzingen) dat zijn werknemers zonder een veilig houvast met de hand lasten dragen op een trap (zie ook artikel 7.23a van het Arbeidsomstandighedenbesluit).

4.7.      Bij de beantwoording van de vraag of [verweerder2] haar zorgplicht is

nagekomen, is (dus) van belang wat nu uiteindelijk de oorzaak van het ongeval is geweest. Is [verzoeker], zonder dat hij de lege doos vasthield, “misgestapt” (zoals [verweerder2] stelt en hij zelf ook in eerste instantie heeft verklaard), of had hij, met de doos in de hand, onvoldoende houvast en heeft hij (daardoor) zijn evenwicht verloren? In het eerste geval gaat het om een ongeval dat eigenlijk meer met (on)oplettendheid van [verzoeker] te maken heeft dan met het ontbreken van maatregelen en/of aanwijzingen met betrekking tot de werkzaamheden.

Conclusie

4.8.      De voorhanden zijnde schriftelijke verklaringen, aangevuld met [verzoeker]s

verklaring ter zitting, zijn naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om de toedracht van het ongeval in deze procedure te kunnen vaststellen. Daarvoor is nadere bewijslevering nodig, waarvoor, zoals reeds is overwogen, een deelgeschilprocedure zich in beginsel niet leent. Voor een uitzondering op dit beginsel wordt in casu geen aanleiding gezien. Dit betekent dat het verzoek van [verzoeker] op grond van artikel 1019z Rv zal worden afgewezen.

Kosten deelgeschil

4.9.      [verzoeker] heeft verzocht Allianz te veroordelen in de kosten als bedoeld in artikel

10 19a Rv. Ook als een verzoek op grond van artikel 1019z Rv wordt afgewezen, dient de kantonrechter de kosten te begroten. Daarbij gaat het om kosten die in redelijkheid zijn gemaakt en die in omvang redelijk zijn.

zaaknummer: 10627421 \ AZ VERZ 23-41

17 januari 2024

4.10. In casu worden de kosten, met inachtneming van voormelde dubbele redelijkheidstoets, begroot op € 2.312,40 (8 x € 230,00 vermeerderd met btw en het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 86,00). Daarbij is in plaats van de opgegeven 11 aan deze kwestie bestede uren uitgegaan van 8 uren, gelet op de omvang en inhoud van het verzoekschrift en de mate van complexiteit.

  1. De beslissing

De kantonrechter

5.1.      begroot de kosten van [verzoeker] als bedoeld in artikel 10 19a Rv op €2.312,40;

5.1       wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door mr. M.D.R. Joppe op 17 januari 2024.

Heeft u een account? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey