Rechtbank: Doorwerken billijkheidscorrectie bij regres.

Samenvatting:

Op 20 januari 2017 heeft een ongeval plaatsgevonden tussen een scooter en een bestelauto. De bestuurder van de scooter heeft (letsel)schade geleden als gevolg van het ongeval en is arbeidsongeschikt verklaard. Hij ontvangt een WIA-uitkering van het UWV.

Er is overeenstemming bereikt over het feit dat de bestuurder van de bestelbus aansprakelijk is voor het ongeval, maar dat de scooterbestuurder daaraan 50% eigen schuld heeft. Ten gunste van de scooterbestuurder wordt een billijkheidscorrectie van 25% toegepast. De rechtbank oordeelt dat billijkheidscorrectie niet alleen doorwerkt in het regres dat is gebaseerd op subrogatie van de verzekeraar in de rechten van de benadeelde jegens de aansprakelijke partij, maar ook doorwerkt in het regres op de aansprakelijke partij dat is gebaseerd op een wettelijk regresrecht, van in dit geval het UWV.

ECLI:NL:RBAMS:2024:154

Instantie                     Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak         17-01-2024

Datum publicatie        24-01-2024

Zaaknummer C/13/734206 / HA ZA 23-499
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken

Inhoudsindicatie

Eerste aanleg – enkelvoudig

De billijkheidscorrectie (artikel 6:101 lid 1 BW) werkt niet alleen door in het regres dat is gebaseerd op subrogatie van de verzekeraar in de rechten van de benadeelde jegens de aansprakelijke partij (Menzis / Achmea), maar werkt ook door in het regres op de aansprakelijke partij dat is gebaseerd op een wettelijk regresrecht van, in dit geval, het UWV.

Vindplaatsen Rechtspraak.nl

PS-Updates.nl 2024-0064

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/734206 / HA ZA 23-499 Vonnis van 17 januari 2024

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,

zetelend te Amsterdam, eiser,

advocaat mr. M.R. van der Zee te Den Haag,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

KRAVAG ALLGEMEINE VERZICHERUNGS A.G.,

gevestigd te Hamburg (Duitsland), gedaagde, advocaat mr. R.H.J. Wildenburg te Arnhem.

Partijen zullen hierna UWV en Kravag worden genoemd.

1    De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 21 april 2023, met producties,
  • de conclusie van antwoord,
  • het tussenvonnis van 9 augustus 2023, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 november 2023 en de daarin genoemde stukken,
  • de brief van 27 november 2023 van mr. Van der Zee, namens het UWV, met opmerkingen over het proces-verbaal.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2    De feiten

2.1. Op 20 januari 2017 heeft in Nederland een ongeval plaatsgevonden tussen de bestuurder van een scooter, de heer [naam 1] , en de bestuurder van een bestelauto, de heer [naam 2] . [naam 1] heeft de verzekeraar van [naam 2] aansprakelijk gesteld voor de schade die hij als gevolg van het ongeval heeft geleden, waaronder schade als gevolg van letsel.

2.2. [naam 2] is afkomstig uit Duitsland en is tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij de Duitse verzekeraar Kravag. De schaderegelaar van Kravag in Nederland is Achmea

Schadeverzekeringen N.V. (hierna: Achmea). Achmea heeft namens Kravag de claim van [naam 1] behandeld.

2.3. Achmea en [naam 1] hebben overeenstemming bereikt over het feit dat [naam 2] aansprakelijk is voor het ongeval, maar dat [naam 1] daaraan 50% eigen schuld heeft. Verder is tussen Achmea en [naam 1] overeengekomen dat, rekening houdend met de ernst van het letsel van [naam 1] , een billijkheidscorrectie van 25% ten gunste van [naam 1] wordt toegepast. Dat betekent dat uiteindelijk 75% van de schade van [naam 1] door Kravag aan hem vergoed dient te worden.

2.4. [naam 1] is door het ongeval arbeidsongeschikt geraakt. Hij ontvangt sinds 21 december 2019 maandelijks van het UWV een WIA-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

2.5. Het UWV heeft zich tot Achmea gewend vanwege haar wettelijk regresrecht.

Het UWV heeft Achmea verzocht om 75% van de kosten van de WIA-uitkering die het UWV aan [naam 1] doet, aan haar te vergoeden.

2.6. Partijen hebben met elkaar gecorrespondeerd over de vraag welk percentage van de WIA-uitkering die het UWV aan [naam 1] doet door Kravag aan het UWV vergoed dient te worden. Kravag meent dat dit 50% is. Het UWV heeft daarentegen het standpunt ingenomen dat de billijkheidscorrectie van 25% in het wettelijk regresrecht doorwerkt en dat Kravag dus 75% van de kosten van de WIA-uitkering aan haar dient te vergoeden.

3    Het geschil

3.1. Het UWV vordert samengevat dat de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. voor recht verklaart dat het UWV zich op grond van zijn wettelijk regresrecht ex artikel 99 WIA kan verhalen op Kravag als jegens de heer [naam 1] aansprakelijke partij en dat het UWV in zijn rechtsverhouding jegens Kravag een beroep kan doen op de billijkheidscorrectie ex artikel 6:101 BW op dezelfde wijze als geldt tussen Kravag en het slachtoffer, de heer [naam 1] ,
  2. voor recht verklaart dat Kravag jegens het UWV gehouden is om 75% van de door het UWV in het kader van artikel 99 WIA gemaakte kosten inzake de WIA-uitkering aan de heer [naam 1] te vergoeden,
  3. Kravag veroordeelt tot betaling van het reeds verschuldigde bedrag van 62.750,16, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van de toekomstig verschuldigde bedragen op grond van artikel

99 WIA,

  1. Kravag veroordeelt in de proceskosten, waaronder begrepen de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf vijftien dagen na de vonnisdatum.
    • Het UWV stelt dat hij bij de uitoefening van het hem toekomende wettelijk regresrecht aanspraak kan maken op de ten gunste van [naam 1] werkende billijkheidscorrectie. De Hoge Raad heeft reeds geoordeeld dat de regresnemende, gesubrogeerde verzekeraar aanspraak kan maken op doorwerking van de billijkheidscorrectie. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat dit niet alleen geldt voor een verzekeraar die regres neemt op grond van subrogatie, maar ook voor een partij, zoals het UWV, die regres neemt op grond van een wettelijk regresrecht. Dat betekent volgens het UWV dat hij bij Achmea aanspraak kan maken op hetzelfde percentage als Achmea met [naam 1] is overeengekomen, namelijk 75%, en dus inclusief de billijkheidscorrectie van 25%.
    • Kravag weerspreekt dat de billijkheidscorrectie doorwerkt in de rechtsverhouding tussen het UWV en Achmea. Het UWV heeft een eigen, zelfstandig wettelijk regresrecht. Het regresrecht van het UWV dient alleen haar eigen belangen, terwijl de billijkheidscorrectie uitsluitend ziet op de belangen van een slachtoffer. Er bestaat een belangrijk verschil tussen regres op grond van subrogatie en regres op grond van een wettelijk regresrecht Bij subrogatie is sprake van het in de plaats treden van de verzekeraar in de rechten van het slachtoffer, en dus ook in het recht op de billijkheidscorrectie. Dat in de plaats treden in de rechten van het slachtoffer ontbreekt bij het wettelijk regresrecht van het UWV omdat het daarbij gaat om een eigen recht van het UWV waarin het recht op de billijkheidscorrectie niet is inbegrepen. Bovendien moet het volgens Kravag gaan om door de benadeelde geleden schade. Daar is in deze situatie ook geen sprake van. De uitkering van het UWV is namelijk gebaseerd op een verplichte verzekering, waarvan de premie wordt betaald door de werkgever van [naam 1] en niet door [naam 1] .
    • Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4    De beoordeling

4.1. Subrogatie is geregeld in artikel 7:962 BW, dat artikel luidt als volgt:

Indien de verzekerde ter zake van door hem geleden schade anders dan uit verzekering vorderingen tot schadevergoeding op derden heeft, gaan die vorderingen bij wijze van subrogatie op de verzekeraar over voor zover deze, al dan niet verplicht, die schade vergoedt. De verzekerde moet zich, nadat het risico zich heeft verwezenlijkt, onthouden van elke gedraging welke aan het recht van de verzekeraar tegen die derden afbreuk doet.

4.1.1. Bij subrogatie vergoedt een verzekeraar schade van de benadeelde en treedt de verzekeraar als gevolg daarvan in de rechten van de benadeelde die deze jegens de aansprakelijke partij kan uitoefenen. Subrogatie beoogt te voorkomen dat de aansprakelijke partij voordeel heeft van het feit dat de benadeelde zelf verzekerd is en via die weg zijn schade van een verzekeraar vergoed krijgt.

4.2. Het UWV heeft aan [naam 1] een uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV vergoedt daarmee inkomensschade die [naam 1] als gevolg van het ongeval lijdt. Het UWV keert aan [naam 1] uit op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het UWV kan geen regres nemen op Kravag uit hoofde van subrogatie omdat aan de uitkering die het UWV aan [naam 1] doet geen contractuele relatie ten grondslag ligt. Het UWV treedt daarbij dus niet, op grond van

subrogatie, in de rechten die de benadeelde ( [naam 1] ) jegens de aansprakelijke partij (Kravag) kan uitoefenen. Om te bewerkstelligen dat de door het UWV aan [naam 1] , in de vorm van een WIA uitkering, vergoede (inkomens)schade desondanks door de aansprakelijke partij (Kravag) gedragen wordt, heeft het UWV de beschikking over een zelfstandig, wettelijk regresrecht. Het wettelijk regresrecht van het UWV is opgenomen in artikel 99 WIA. Dat artikel luidt als volgt:

Het UWV heeft voor de op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen gemaakte kosten verhaal op de persoon, die naar burgerlijk recht verplicht is schade te vergoeden aan de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet naar burgerlijk recht is gehouden.

4.3. Omdat de schadeverzekeraar bij subrogatie in de rechten treedt die de benadeelde jegens de aansprakelijke partij kan uitoefenen, is het begrijpelijk dat de billijkheidscorrectie die de benadeelde jegens de aansprakelijke partij kan uitoefenen, doorwerkt in het regres van de gesubrogeerde verzekeraar op de aansprakelijke partij. De Hoge Raad heeft dat bevestigd in het arrest Menzis/Achmea (10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1873). Daarin overwoog de Hoge Raad:

Art. 7:962 lid 1 BW bepaalt dat vorderingen tot vergoeding van schade van de verzekerde overgaan op de verzekeraar voor zover deze laatste die schade vergoedt. Uitgangspunt moet dan zijn dat de billijkheidscorrectie van art. 6:101 lid 1 BW doorwerkt in de (regres)verhouding tussen verzekeraars op gelijke wijze als deze zou gelden in de verhoudingen tussen de verzekerden (vgl. HR 5 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2517, NJ 1998/400 (Terminus/ZAO), rov. 3.7). Dat geldt ook indien de billijkheidcorrectie verband houdt met subjectieve omstandigheden aan de zijde van de verzekerde.

4.4. De vraag is of dat ook het geval is bij de uitoefening van het wettelijk regresrecht door het UWV. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend.

4.5. Met het regresrecht op grond van subrogatie wordt bewerkstelligd dat de aansprakelijke partij niet wordt bevoordeeld doordat de benadeelde de door hem geleden schade reeds vergoed krijgt uit hoofde van een door hem afgesloten verzekering. Immers, de verzekeraar treedt (subrogeert) in de rechten van de benadeelde die deze jegens de aansprakelijke partij kan uitoefenen, in welk recht dus ook de billijkheidscorrectie is begrepen. Er bestaat naar het oordeel van de rechtbank, gelet op hetgeen regres beoogt te bewerkstelligen, geen grond om onderscheid te maken tussen regres op grond van subrogatie en regres op grond van een wettelijk regresrecht. Indien de billijkheidscorrectie bij regres op grond van een zelfstandig wettelijk regresrecht niet zou doorwerken ten behoeve van de regresnemer, dan heeft dit tot gevolg dat Kravag als aansprakelijke partij wordt bevoordeeld, uitsluitend als gevolg van het feit dat zij de inkomensschade van [naam 1] niet aan hem hoeft te vergoeden omdat hij voor de vergoeding daarvan een aanspraak jegens het UWV kan laten gelden.

4.6. De rechtbank baseert dat oordeel mede op het hiervoor aangehaalde arrest van de Hoge Raad waarin wordt overwogen dat de billijkheidscorrectie doorwerkt in de regresverhouding zonder dat de Hoge Raad daarbij onderscheid heeft gemaakt tussen regres

op grond van subrogatie en op grond van een wettelijk regresrecht. Dit duidt erop dat de

Hoge Raad niet heeft beoogd om de doorwerking van de billijkheidscorrectie in een regresverhouding te beperken tot regres op grond van subrogatie.

4.7. Verder is het regres van het UWV beperkt tot aan het civiel plafond. Het regres van het UWV op de aansprakelijke partij wordt daarmee gemaximeerd tot de aanspraak die de benadeelde zelf zou hebben kunnen laten gelden jegens de aansprakelijke partij. Ook daarmee heeft de wetgever dus een koppeling aangebracht tussen de omvang van de aanspraak van de benadeelde jegens de

aansprakelijke partij en de omvang van het regres dat het UWV op de aansprakelijke partij kan nemen.

4.8. Dat de premie in dit geval door de werkgever van [naam 1] is betaald en niet door [naam 1] zelf, maakt, anders dan is betoogd, bij het voorgaande geen verschil.

4.9.

De rechtbank komt dus tot de slotsom dat ook bij een zelfstandig wettelijk regresrecht de tussen de aansprakelijkheidsverzekeraar en de benadeelde geldende billijkheidscorrectie doorwerkt in de regresverhouding tussen UWV en Kravag. Kravag dient dan ook 75% van de door het UWV gedane uitkeringen aan het UWV te vergoeden.

4.10. Het UWV heeft onder c) van haar vorderingen een concreet bedrag gevorderd aan reeds gedane betalingen. Kravag heeft de omvang van dat bedrag niet betwist. De rechtbank zal dat bedrag en de daarover gevorderde wettelijke rente dan ook toewijzen.

Proceskosten

4.11. Kravag zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van het UWV tot op heden begroot op: – dagvaarding 106,73

  • griffierecht 2.837,00
  • salaris advocaat 2.366,00 (2 punten x tarief IV)
  • nakosten 173,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal 5.482,73

De rechtbank

  • verklaart voor recht dat het UWV zich op grond van zijn wettelijk regresrecht, ex artikel 99 WIA, kan verhalen op Kravag als jegens de heer [naam 1] aansprakelijke partij en dat het UWV in zijn rechtsverhouding jegens Kravag een beroep kan doen op de billijkheidscorrectie ex artikel 6:101 BW, op dezelfde wijze als geldt tussen Kravag en de benadeelde, de heer [naam 1] ,
  • verklaart voor recht dat Kravag jegens het UWV is gehouden om 75% van de door het UWV in het kader van artikel 99 WIA gemaakte kosten inzake de WIA-uitkering aan de heer [naam 1] te vergoeden,
  • veroordeelt Kravag tot betaling van 62.750,16, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 1 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van de toekomstig verschuldigde bedragen op grond van artikel 99 WIA,
  • veroordeelt Kravag tot betaling van de proceskosten, tot op heden begroot op 5.482,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Kravag niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Kravag 90,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
  • veroordeelt Kravag in de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
  • verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. van Harmelen, rechter, bijgestaan door mr. Z.S. Lintvelt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2024

Heeft u een account? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey