Rechtbank: Val met fiets over kabelgoot op de openbare weg

Samenvatting:

Een minderjarig meisje is gevallen met haar elektrische fiets. Verzoekers stellen dat hun dochter is gelanceerd over een op de openbare weg geplaatste kabelgoot. Een verhuurbedrijf heeft feestbenodigdheden geleverd aan een bruidspaar, waaronder een toiletwagen met een afvoerslang en kabelbrug. Het bruidspaar heeft de afvoerslang met kabelbrug over de openbare weg geplaatst. Verzoekers hebben zowel de verhuurder als het bruidspaar aansprakelijk gesteld.

Omdat de verhuurder alleen verantwoordelijk was voor de levering, en niet de installatie, is de verhuurder naar het oordeel van de rechtbank niet aansprakelijk voor de schade. Ten aanzien van het bruidspaar is de rechtbank van oordeel dat dit verzoek zich niet leent voor een deelgeschilprocedure, omdat er nadere bewijslevering is vereist.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer / rekestnummer: C/15/332619 / HA RK 22-165

Beschikking in een deelgeschilprocedure van 16 mei 2023

in de zaak van

  1. 1[verzoeker] ,
  2. [verzoekster] ,

verzoekende partijen voor zich en in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige dochter [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2007 (hierna: [minderjarige] ),

allen wonende te [woonplaats] ,

hierna samen te noemen: [verzoekers] ,

advocaat: mr. J.C. Brouwer te Bolsward,

tegen

1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

’T HEKELTJE VERHUUR B.V.,

gevestigd te Alkmaar,
advocaat: mr. G.P. Poiesz te Haarlem,
2. [verweerder 1],

  1. [verweerder 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. G.S.E. van Helden te Arnhem,

verwerende partijen,

hierna te noemen: ‘t Hekeltje, [verweerders] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift deelgeschil ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

(Rv) met producties 1-20;

-het verweerschrift van ’t Hekeltje met producties 1-8;

-het verweerschrift van [verweerders] met producties 1-3;

-de brieven van 13 en 14 december 2022 van mr. Brouwer voornoemd, namens [verzoekers]

met respectievelijk producties 21-23 en productie 24;

-het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, die is gehouden op 15 december 2022,

waaruit onder meer blijkt dat de behandeling van dit deelgeschil in overleg met partijen

enige tijd is aangehouden om een oplossing in der minne te beproeven;

-het verzoek tot wraking van [verzoekers] van 20 december 2022;

-een brief gedateerd 7 februari 2023 gericht aan de rechtbank van mr. Poiesz voornoemd,

waarin namens ’t Hekeltje wordt verzocht vonnis (de rechtbank begrijpt: een beschikking) te

wijzen;

-een verzoek aan de rechtbank van 8 februari 2023 van (de advocaat van) [verzoekers] om

een beschikking te wijzen;

-een bericht van 16 februari 2023 van de griffier gericht aan de advocaten van partijen,

waarin is meegedeeld dat door de rechtbank vooralsnog geen actie wordt ondernomen,

omdat de zaak in behandeling is bij de wrakingskamer;

-de beslissing van 21 maart 2023 van de wrakingskamer waarbij de wraking ongegrond is

verklaard.

2 De feiten

2.1. ’

t Hekeltje exploiteert sinds 1988 een onderneming op het gebied van feest- en horecabenodigdheden en tentenverhuur.

2.2.

In februari 2022 hebben [verweerders] ’t Hekeltje benaderd vanwege hun bruiloft die gepland stond op 25 juni 2022 en zou gaan plaatsvinden in en rondom hun woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] .

2.3.

Op 8 juni 2022 hebben [verweerders] hun wensen besproken met (een medewerker van) ’t Hekeltje. Op diezelfde datum hebben [verweerders] ’t Hekeltje door ondertekening van een huurovereenkomst van diverse feestbenodigdheden opdracht gegeven om een toiletwagen te plaatsen en een afvoerslang en kabelbrug ter beschikking te stellen.

2.4.

Op 23 juni 2022 heeft ’t Hekeltje de verhuurde zaken bij [verweerders] bezorgd.
Op diezelfde datum heeft haar onderaannemer, de vennootschap onder firma [VOF] , de toiletwagen geïnstalleerd in de tuin van [verweerders] . Het riool bevond zich aan de overkant van de weg.

2.5.

Op 25 juni 2022 in de ochtend heeft [verweerders] ten behoeve van het afvalwater van de toiletwagen een slang gelegd over de [adres] , een openbare weg, naar het riool. [verweerders] heeft de afvoerslang afgedekt met een zogenaamde kabelbrug/kabelgoot.

2.6.

De factuur van 27 juni 2022 van ’t Hekeltje luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“ – Toilet –
1 Kleine toiletwagen
1 Vergaarbak + Pomp
7 Kabelgoot / slangenbrug 80cm 5-kanalen (rood of geel)”

2.7.

In de nacht van 25 op 26 juni 2022 is [minderjarige] , die toen 15 jaar oud was, met haar elektrische fiets gevallen op de [adres] in [woonplaats] (hierna: het ongeval). Het regende toen hard.

2.8.

Na het ongeval heeft [minderjarige] de spoedeisende hulp bezocht.

2.9.

Bij afzonderlijke brieven van 11 juli 2022 heeft [verzoekers] ’t Hekeltje en [verweerders] aansprakelijk gesteld voor de door [minderjarige] als gevolg van het ongeval geleden en nog te lijden schade.

2.10.

Bij brief van 15 juli 2022 heeft ’t Hekeltje onder meer het volgende meegedeeld aan (de advocaat van) [verzoekers] :

“Wij hebben de opdracht tot het bouwen aan de [adres] te [woonplaats] van een tent uitgevoerd op donderdag 23 juni 2022. In deze opdracht is een toiletwagen opgenomen, welke door de toiletwagenleverancier is geplaatst.
In de voorbereidingen hiertoe is er gesproken over de plaats van de toiletwagen, wij hebben geadviseerd een andere plaats voor de toiletwagen (oa de wagen zo te positioneren dat er geen goot over de weg heen te worden aangelegd).
Onze afnemer, het bruidspaar [verweerders] dacht hier anders over. Zowel ’t Hekeltje verhuur als de toiletleverancier hebben geweigerd de goot aan te leggen. Op uitdrukkelijk verzoek van de [verweerders] hebben wij wel de kabelgoten verhuurd.

Echter wij voelen ons dan ook pertinent niet verantwoordelijk c.q. aansprakelijk voor de gevolgen welke de minderjarige dochter [minderjarige] ongelukkiger wijs is overkomen en wensen haar snel beterschap toe.”
2.11. Bij e-mailbericht van 21 juli 2022 heeft de verzekeraar van [verweerders] , InShared, het volgende, voor zover van belang, aan (de advocaat van) [verzoekers] medegedeeld:

“Wij erkennen geen aansprakelijkheid voor het ongeval van 26 juni 2022. Onze verzekerde is niet verantwoordelijk voor het plaatsen van professionele materialen. Wij zien dus geen onrechtmatige daad aan de kant van onze verzekerde. Wij verzoeken u vriendelijk zich te wenden tot het verhuurbedrijf ’t Hekeltje Verhuur B.V.”

2.12.

Op 10 augustus 2022 heeft (de advocaat van) [verzoekers] ’t Hekeltje en [verweerders] opnieuw gesommeerd aansprakelijkheid te erkennen.

2.13.

Bij e-mailbericht van 12 augustus 2022 heeft ’t Hekeltje het volgende aan (de advocaat van) [verzoekers] meegedeeld:

“Ten overvloede melden wij dat de [verweerders] door dik en dun heen deze situatie wilden, waar wij niet aan meegewerkt hebben. Heel stellig hebben wij de familie dit ontraden. Vanuit ons bedrijf heeft niemand de kabelgoot aangelegd.
(…)”

2.14.

Bij e-mail van 15 augustus 2022 heeft [verweerders] het volgende medegedeeld aan InShared:

“Ik heb de goot echter wel zelf neergelegd. Deze was duidelijk zichtbaar en recht over de weg geplaatst, maar in de nacht is het dusdanig hard gaan regenen en waaien dat de fietser waarschijnlijk niet verder heeft kunnen kijken dan een paar meter vooruit. En ten gevolge daarvan helaas de goot niet heeft gezien en is gelanceerd.”

2.15.

InShared heeft bij e-mail van 25 augustus 2022 het volgende aan (de advocaat van) [verzoekers] medegedeeld:

“Vooropgesteld dient te worden benadrukt dat er geen getuigen van het ongeval waren. U cliënte is na het ongeval naar huis gefietst. De volgende dag gaf haar vader aan zij was gelanceerd over ‘een balk’. Deze stelling is verder niet onderbouwd, terwijl ingevolge artikel 150 Rv op uw cliënte de bewijslast rust. Het regende die nacht, dus wellicht is uw cliënte elders over iets anders uitgegleden. Bovendien staat niet vast hoe uw cliënte precies ten val is gekomen. Uw cliënte stelt enkel dat zij ‘over deze drempel heen is gefietst en daarbij ten val is gekomen’.

Hiernaast stelt uw cliënte dat voor de constructie met de kabelgoot geen vergunning is aangevraagd en dat onze verzekerde hiermee in strijd handelt met een wettelijke verplichting. Onze verzekerde erkent dat hij geen vergunning heeft aangevraagd. Onze verzekerde heeft telefonisch bij de gemeente Dijk en Waard nagevraagd of voor het plaatsen van de kabelgoot een vergunning nodig was. Dit werd door de gemeente ontkennend beantwoord. (…) Kortom, verzekerde heeft in dit kader niet gehandeld in strijd met een wettelijke plicht.

Voorts had onze verzekerde de kabelgoot conform de mondeling gegeven instructies aan elkaar geklikt. (…) Kabelgoten worden geplaatst met het oog op de verkeersveiligheid en zijn bedoeld om onder andere met de fiets overheen te rijden. De enkele aanwezigheid van een kabelgoot op een straat maakt niet dat iemand aan een onaanvaardbaar risico wordt blootgesteld. Dat de kabelbrug door de regen glad zou zijn geworden, maakt dit in beginsel niet anders. Immers, van bestuurders mag worden verwacht dat hun oplettendheid en voorzichtigheid toeneemt op het moment dat het regent of andere (weers)omstandigheden dit eisen. Ongeacht het oppervlak, leidt regen nu eenmaal tot enig gripverlies. Daarmee had uw cliënte rekening moeten houden, te meer wanneer in de hoogste versnelling op een elektrische fiets wordt gereden. (…)

Derhalve acht ik onze verzekerde niet aansprakelijk. Er lijkt eerder sprake te zijn van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.”

3 Het geschil

3.1.

[verzoekers] verzoeken de rechtbank om bij beschikking voor recht te verklaren dat ’t Hekeltje en [verweerders] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die het gevolg is van het ongeval, met begroting van de redelijke kosten van rechtsbijstand aan de zijde van [verzoekers] in verband met de behandeling van dit deelgeschil.

3.2.

[verzoekers] stellen daartoe het volgende. [minderjarige] is in de nacht van 25 op 26 juni 2022 betrokken geraakt bij een fietsongeval. Zij is voor het perceel van [verweerders] – waar met medewerking van ‘t Hekeltje een huwelijksfeest aan de gang was – gevallen over een (of meer) over de openbare weg geplaatste afvoerslang(en), die was (waren) afgedekt met een kabelgoot. Het was donker en het regende hard waardoor de kabelgoot spekglad was geworden. De kabelgoot – die daar normaal niet ligt – was minstens 25 centimeter breed en 8 centimeter hoog en lag over de hele breedte van de openbare weg. Buurtbewoners van [verweerders] hebben schriftelijk verklaard dat de kabelgoot gevaarlijk hoog was en lastig te passeren. De kabelgoot was bovendien heel slecht zichtbaar; er waren geen waarschuwingsborden en reflectoren of iets dergelijks. Ook was er geen verlichting. In dat kader hebben [verzoekers] foto’s overgelegd van de locatie van het ongeval, die op 26 juni 2022 zijn gemaakt (productie 19 bij het verzoekschrift). Daaruit blijkt dat de kabelgoot buiten het schijnsel van de lantaarnpaal, waarvoor een auto geparkeerd staat, is geplaatst. Toen [minderjarige] over de kabelgoot heen fietste, is zij ten val gekomen en met haar gezicht en kaak tegen het wegdek geslagen. Daardoor heeft zij een diepe wond onder haar kin/kaakrand opgelopen aan de linkerkant van haar gezicht. Ook het gebit van [minderjarige] is ernstig beschadigd. [verzoekers] hebben aanzienlijke schade geleden door het ongeval. ’t Hekeltje en [verweerders] zijn daarvoor hoofdelijk aansprakelijk. Zij hebben in strijd gehandeld met artikel 5 van de Wegenverkeerswet en (artikel 2:10 van de) APV van de gemeente Dijk en Waard. Bovendien is door het plaatsen van een kunststofdrempel een gevaarzettende situatie in het leven geroepen.
Ter zitting hebben [verzoekers] daaraan nog toegevoegd dat de door ’t Hekeltje en [verweerders] in hun verweerschriften getoonde kabelgoten anders zijn dan de door [verweerders] toegepaste kabelgoot. Deze in beeld gebrachte kabelgoten worden gebruikt voor dunne elektrakabels en zijn ongeschikt voor afvoerbuizen ten behoeve van riolering.

3.3. ’

t Hekeltje betwist dat zij aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval. Zij heeft alleen een toiletwagen met afvoerslang en kabelgoot aan [verweerders] verhuurd/ter beschikking gesteld. [verweerders] hebben de kabelgoot op de openbare weg geplaatst, ondanks het negatieve advies van het ’t Hekeltje. Ook de toiletleverancier heeft aan [verweerders] voorgesteld om een vuilwatertank te plaatsen teneinde elke gevaarlijke situatie te voorkomen. Overigens betekent het plaatsen van een kabelgoot op de openbare weg niet dat sprake is van een gevaarlijke situatie. De kabelgoot in kwestie voldeed aan de veiligheidseisen en was berekend voor het doel waarvoor deze was gehuurd. Een kabelgoot dient ter bescherming van kabels of afvoerslangen maar ook de verkeersveiligheid, in die zin dat voetgangers of fietsers niet kunnen blijven haken aan losse kabels. ’t Hekeltje heeft niet gehandeld in strijd met artikel 2:10 APV. Als een vergunning nodig was geweest, wat ’t Hekeltje betwist, hadden [verweerders] die vergunning moeten aanvragen. ’t Hekeltje heeft geen gevaarlijke/onrechtmatige situatie in het leven geroepen. Niet is gesteld of gebleken dat [minderjarige] vanwege de weersomstandigheden extra oplettend en voorzichtig is geweest. Als een kabelgoot haaks en met normale snelheid wordt benaderd, is de kans zeer klein dat bij het passeren van die goot een ongeval met ernstige gevolgen ontstaat, zelfs bij regen. Er zijn voldoende veiligheidsmaatregelen getroffen. De kabelgoot was een zeer gelijkmatig glooiende brug van slechts enkele centimeters hoog en voorzien van een antislipprofiel. De kabelgoot was goed zichtbaar omdat deze enkele meters van een lantaarnpaal was geplaatst. Ten slotte merkt ’t Hekeltje op dat geen causaal verband bestaat tussen het verhuren van de kabelgoot en de vermeende schade van [verzoekers] Het gedrag van [minderjarige] heeft deze schade veroorzaakt. Zij heeft een elektrische fiets gebruikt en is met hoge snelheid over de kabelgoot gereden. Aangezien ’t Hekeltje niet aansprakelijk is voor de beweerdelijk geleden schade, hoeft zij de verzochte kosten van rechtsbijstand niet te vergoeden.

3.4.

[verweerders] betwisten de door [verzoekers] gestelde toedracht van het ongeval. Dat [minderjarige] over de kabelgoot is gevallen, is niet onderbouwd. Het regende die nacht dus wellicht is [minderjarige] elders over iets anders uitgegleden of gevallen, bijvoorbeeld over een stoeprand. [verweerders] betwisten dat zij met het plaatsen van de kabelgoot onrechtmatig jegens [verzoekers] hebben gehandeld. Er was geen vergunning nodig voor de constructie met de toiletwagen. Een kabelgoot belemmert de bruikbaarheid van de weg niet. Een kabelgoot is juist bedoeld om over kabels en slangen heen te leggen om de verkeersveiligheid te vergroten. Kabelgoten dienen om overheen te rijden en te fietsen. De kabelgoot heeft een zeer gelijkmatige glooiende brug en dient ter bevordering van de bruikbaarheid van de weg. De enkele aanwezigheid van een kabelgoot maakt niet dat iemand aan een onaanvaardbaar risico wordt blootgesteld. Dat de kabelgoot glad zou zijn geworden door de harde regen, zoals [verzoekers] stellen, maakt dat niet anders. Van bestuurders, zoals [minderjarige] , mag worden verwacht dat hun oplettendheid en voorzichtigheid toeneemt als de (weers)omstandigheden dat eisen. [minderjarige] had rekening moeten houden met enig gripverlies. Zeker als ‘s nachts in een hoge versnelling op een elektrische fiets wordt gereden. De kabelgoot is bovendien gemaakt van kunststof en voorzien van een antislipprofiel om gladheid tegen te gaan. Op de dag dat de kabelgoot er lag is niemand anders ten val gekomen. Daarbij is de [adres] een overzichtelijke, rechte weg in een rustig dorp waar maximaal 30 kilometer per uur mag worden gereden. De kans dat iemand over een kabelgoot valt en zeer ernstige schade leidt is heel erg klein. [verweerders] hebben ook voldoende veiligheidsmaatregelen genomen. De goot was goed zichtbaar door de geel-zwarte markering en de plaatsing vlak onder een lantaarnpaal. Als aansprakelijkheid wordt aangenomen, doen [verweerders] een beroep op eigen schuld aan de kant van [minderjarige] , die in de gegeven omstandigheden te hard heeft gefietst. [verweerders] menen dat zij maximaal 25% van de schade dienen te vergoeden. Bij een kostenveroordeling dient ook rekening te worden gehouden met het percentage eigen schuld. [verweerders] maken tenslotte bezwaar tegen het aantal uren dat aan deze zaak zou zijn besteed. Zij achten een totale tijdsbesteding van 12 uren redelijk.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank moet beoordelen of in deze zogenoemde deelgeschilprocedure voor recht kan worden verklaard dat ’t Hekeltje enerzijds en [verweerders] anderzijds (hoofdelijk) aansprakelijk zijn voor de schade die [verzoekers] hebben geleden en nog lijden als gevolg van het ongeval dat [minderjarige] op 26 juni 2022 is overkomen.

4.2.

Om de vraag te beantwoorden of ’t Hekeltje en/of [verweerders] in dit geval in strijd hebben gehandeld met een zorgvuldigheidsverplichting ten opzichte van [verzoekers] spelen de criteria van het Kelderluikarrest een rol. Het gaat dan samengevat om de waarschijnlijkheid van onoplettendheid of onvoorzichtigheid van de ander, de kans dat daardoor een ongeval ontstaat, de ernst van de mogelijke gevolgen van zo’n ongeval en de bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.1

Ten aanzien van ’t Hekeltje

4.3.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben [verzoekers] onvoldoende feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit kan blijken dat ’t Hekeltje gevaarzettend of anderszins onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld. Uit de processtukken en het verhandelde ter zitting komt immers naar voren dat ’t Hekeltje (dan wel haar onderaannemer) op 23 juni 2022 alleen de voor het huwelijksfeest benodigde materialen, waaronder de kabelgoot, heeft geleverd aan [verweerders] en de ijzeren deksel van de rioolput open heeft gemaakt. Deze handelwijze is niet onrechtmatig. Niet is gebleken dat er sprake was van een ondeugdelijke kabelgoot. Vaststaat dat ’t Hekeltje de kabelgoot niet heeft aangelegd. Dat heeft [verweerders] op 25 juni 2022, zijnde de dag van de bruiloft, zelf gedaan. Hoewel [verzoekers] daartoe ter zitting nog expliciet door de behandelend rechter in de gelegenheid zijn gesteld, hebben zij ten aanzien van ’t Hekeltje geen (nader) concreet verwijt naar voren gebracht om hun verzoek op grond van onrechtmatige daad op te baseren. Bezien tegen die achtergrond en gelet op de toelichting hieronder, bestaan er geen aanwijzingen voor enig onrechtmatig handelen door ’t Hekeltje jegens [verzoekers]

4.4.

Uit de in het voortraject tussen (de advocaten van) partijen gewisselde e-mailcorrespondentie (hiervoor onder 2.9 en verder gedeeltelijk opgenomen) kan bovendien worden afgeleid dat [verzoekers] ’t Hekeltje slechts in deze procedure hebben betrokken omdat zij niet wisten wat de onderlinge verhouding was tussen ’t Hekeltje enerzijds en [verweerders] anderzijds. [verzoekers] hebben ter zitting toegelicht dat voor hen niet duidelijk was wie de kabelgoot had neergelegd.

4.5.

Omdat er geen sprake is geweest van onrechtmatig handelen door ’t Hekeltje is zij ook niet aansprakelijk voor de schade die [verzoekers] hebben geleden als gevolg van het ongeval dat plaatsvond op 26 juni 2022. In zoverre zal het verzoek van [verzoekers] jegens
’t Hekeltje worden afgewezen.

Ten aanzien van [verweerders]

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van [verzoekers] voor zover dit is gericht tegen [verweerders] zich niet leent voor een behandeling en beoordeling in deze deelgeschilprocedure. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.7.

Een persoon die een ander aansprakelijk houdt voor schade die hij lijdt door letsel, kan de rechter verzoeken te beslissen over een deel van een geschil tussen partijen, waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.2

Gelet op het doel van een deelgeschilprocedure – het bevorderen van de buitengerechtelijke onderhandelingen – moet de rechter daarbij de investering in tijd, geld en moeite afwegen tegen het belang van de vordering en de bijdrage die een beslissing aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst kan leveren.

4.8.

Deelgeschillen waarvan te verwachten is dat deze veel tijd kosten, bijvoorbeeld omdat bewijslevering en een deskundigenonderzoek nodig zijn, zullen zich minder lenen voor behandeling in een deelgeschilprocedure.

4.9.

[verzoekers] baseren hun verzoek op aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Op basis daarvan is hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.

4.10.

Op grond van artikel 150 Rv is het aan [verzoekers] om ten aanzien van het onrechtmatig doen of nalaten voldoende te stellen en te bewijzen. Zij beroepen zich immers met hun verzoek op de rechtsgevolgen daarvan.

4.11.

Er is op dit moment onvoldoende bewijs voor de door [verzoekers] gestelde toedracht van het ongeval. Ten aanzien hiervan is nadere bewijslevering vereist, bijvoorbeeld door middel van (voorlopige) getuigenverhoren onder ede. De rechtbank licht dit als volgt toe.

4.12.

[verzoekers] stellen dat [minderjarige] op 26 juni 2022 in het donker en bij ernstige regenval met haar fiets is gevallen over de kabelgoot die [verweerders] ter hoogte van zijn woning over de openbare weg had neergelegd. Ter zitting heeft [minderjarige] verklaard dat zij van een vlakke brug af kwam, over een “balk” heen is gefietst, is gevallen en naast een geparkeerde auto van het merk Audi terecht is gekomen. [verweerders] betwisten dat er een ongeval zoals door [verzoekers] gesteld heeft plaatsgevonden. [verweerders] hebben daartoe aangevoerd dat [minderjarige] ook elders over iets anders dat op de door haar genomen route lag kan zijn gevallen (bijvoorbeeld een stoeprand).

4.13.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de uiteenlopende standpunten van partijen, het ontstaan van het ongeval op basis van de voorhanden zijnde gegevens niet eenduidig kan worden vastgesteld. Pas als de toedracht van het ongeval komt vast te staan, kan worden beoordeeld of [verweerders] in strijd hebben gehandeld met een zorgvuldigheidsverplichting ten opzichte van [verzoekers]

4.14.

Eerst als aansprakelijkheid van [verweerders] kan worden aangenomen, wordt toegekomen aan de beoordeling van het eigen schuld verweer van [verweerders] . Volgens [verweerders] heeft [minderjarige] de snelheid van haar elektrische fiets niet (voldoende) aangepast aan de (weers)omstandigheden. In dat kader is nog van belang dat [minderjarige] ter zitting zelf heeft verklaard dat zij in verband met de regen een capuchon op had.

4.15.

De rechtbank stelt voorop dat [minderjarige] als verkeersdeelnemer een eigen verantwoordelijkheid heeft om voldoende zicht te houden op de verkeerssituatie en het rijgedrag aan te passen aan de weersomstandigheden. Niet valt uit te sluiten dat in het kader van het toedrachtonderzoek ook meer duidelijkheid komt over het rijgedrag van [minderjarige] op haar fiets en in hoeverre de capuchon, die zij op had, haar gezichtsveld heeft beïnvloed.

4.16.

Om het ontstaan van het ongeval te kunnen beoordelen, is in ieder geval nadere informatie nodig over de vormgeving van de door [verweerders] gebruikte kabelgoot (de hoogte, breedte en de hoek van de schuine zijden), de precieze locatie van de kabelgoot ten opzichte van de lantaarnpaal en van eventuele (andere) auto’s die – evenals de Audi – ten tijde van het ongeval in de directe omgeving daarvan (in de berm) geparkeerd stonden. Met name de zichtbaarheid van de kabelgoot wordt in dat kader van belang geacht. Kortom door [verzoekers] moet nog nader bewijs worden bijgebracht dat [verweerders] ten aanzien van hen gevaarzettend hebben gehandeld. Een deelgeschilprocedure leent zich daar echter niet voor.

4.17.

Nadere bewijslevering zal ook veel tijd, kosten en moeite met zich meebrengen. Afgewogen tegen het belang van het verzoek en de bijdrage die een beslissing aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst kan leveren, moet het verzoek om een beslissing in dit deelgeschil daarom worden afgewezen. Voor de beoordeling en beantwoording van de verschillende vragen in deze zaak is het voeren van een gewone (bodem)procedure de aangewezen weg.

4.18.

Voor de goede orde merkt de rechtbank op dat in de eventueel nog aanhangig te maken bodemprocedure meer of andere aspecten kunnen worden meegewogen. Bijvoorbeeld de stelling van [verzoekers] dat er voor het plaatsen van de kabelgoot een vergunning nodig was en dat die niet is verleend.

4.19.

De conclusie is dat deze zaak niet geschikt is voor een beoordeling in een deelgeschilprocedure en dat het verzoek van [verzoekers] dus moet worden afgewezen. De door [verzoekers] ten aanzien van [verweerders] verzochte verklaring voor recht zal daarom eveneens worden afgewezen.

4.20.

De rechtbank geeft partijen nog in overweging om toch verder met elkaar in overleg te treden, omdat voor het vaststellen van de toedracht van het ongeval het voeren van een bodemzaak noodzakelijk is. Een dergelijke procedure is tijdrovend en kostbaar en brengt naar verwachting opnieuw de nodige stress mee.

Kosten deelgeschil

4.21.

De rechtbank dient op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de procedure te begroten, ook indien – zoals in dit geval – het verzoek niet wordt toegewezen. Uitgangspunt is dat de kosten voor rekening van de aansprakelijke partij komen. Aangezien de door [verzoekers] gevraagde verklaring voor recht wordt afgewezen, bestaat voor veroordeling tot betaling van de deelgeschilkosten geen ruimte. Er zal worden volstaan met de begroting van de kosten in verband met de deelgeschilprocedure.

4.22.

[verzoekers] hebben – mede aan de hand van een urenoverzicht – de rechtbank verzocht uit te gaan van 26,5 uren (inclusief de reisuren, het voorbereiden van de zitting, de voorbespreking en de zitting zelf) tegen een uurtarief van € 225,- exclusief btw. [verzoekers] maakt aanspraak op een totaalbedrag van € 7.214,63 (26,5 uur x € 225,- + 21% btw).

4.23.

[verweerders] hebben bezwaar gemaakt tegen het aantal uren. ’t Hekeltje heeft zich daarbij aangesloten. De rechtbank acht de urenonderbouwing deugdelijk en een tijdsbesteding van in totaal 26,5 uur redelijk in een zaak als de onderhavige. Daarom zullen de kosten worden begroot op € 7.214,63, te vermeerderen met het door [verzoekers] betaalde griffierecht van € 314,-.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst het verzoek af;

5.2.

begroot de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv op € 7.528,63 (inclusief btw en griffierecht).

Deze beschikking is gegeven door mr. drs. J. Blokland, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2023.3

Heeft u een account? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey