Rb: pedicuresalon aansprakelijk voor ernstige brandwond als gevolg van pedicurebehandeling  

Samenvatting:

Verzoekster heeft een behandeling ondergaan bij de pedicure. In het deelgeschil gaat het om de vraag of verweerder aansprakelijk is voor de schade die ze stelt te hebben geleden. De pedicure had haar hielen ingesmeerd met een zure substantie en heeft daarna met dezelfde handschoen haar voet vastgepakt. Daarna ontwikkelde zich een chemische brandwond. Vervolgens is verzoekster naar de huisartsenpost gegaan teneinde de brandwond te laten behandelen. Verzoekster heeft de pedicure op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade, en subsidiair op grond van art. 6:74 BW, het tekortschieten in de nakoming van de pedicure behandeling. De brandwond is eveneens bij de huisartsenpost waargenomen. Uit het medisch advies volgt dat het er alle schijn van heeft dat de brandwond is veroorzaakt door een onjuiste toepassing van het zure middel. Gelet op de omstandigheden en bij gebreke van voldoende betwisting door verweerder oordeelt de kantonrechter dat het niet anders kan dan dat de brandwond is ontstaan door de medische pedicure behandeling. Verweerder is aansprakelijk voor alle door verzoekster geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van de pedicure behandeling.  

ECLI:NL:RBROT:2022:2476, Rechtbank Rotterdam, 9630017 VZ VERZ 22-306 (rechtspraak.nl)

ECLI:NL:RBROT:2022:2476

Instantie

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak

30-03-2022

Datum publicatie

05-04-2022

Zaaknummer

9630017 VZ VERZ 22-306

Rechtsgebieden

Civiel recht

Bijzondere kenmerken

Beschikking

Inhoudsindicatie

Deelgeschil, medische pedicure behandeling, brandwond, salon aansprakelijk.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9630017 VZ VERZ 22-306

uitspraak: 30 maart 2022

beschikking ex artikel 1019w Rv van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats verzoekster],

verzoekster,

gemachtigde: mr. W.H.J.W. de Brouwer te Rotterdam,

tegen

[verweerder] ,

handelend onder de naam [handelsnaam],

gevestigd te [vestigingsplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. E. Balikci te Zoetermeer.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoekster]” en “[verweerder]”.

1.Het verloop van de procedure

1.1

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

het verzoekschrift ex artikel 1019w Rv, met producties, ontvangen op

10 januari 2022;

het verweerschrift, met producties, (per e-mail) ontvangen op 8 maart 2022;

de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling aan de zijde van [verweerder] overgelegde pleitaantekeningen.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 maart 2022. [verzoekster] is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. F. Laros en mr. E. van Steekelenburg, kantoorgenoten van de gemachtigde voornoemd. Aan de zijde van [verweerder] is verschenen mr. F. Yildiz namens de gemachtigde voornoemd. Partijen hebben hun standpunten (nader) toegelicht. Van hetgeen ter mondelinge behandeling is besproken, heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van deze beschikking vervolgens bepaald op heden.

2.De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1

[verzoekster] heeft op 17 juli 2020 een medische pedicure behandeling ondergaan bij [verweerder]. Tijdens die behandeling zijn onder andere de likdoorns onder de rechtervoet van [verzoekster] behandeld. Bij de behandeling is door [verweerder] gebruik gemaakt van de producten Clearance Calluses and Hard Skin Eliminator en Clearance Treatment Soap. Beide producten zijn afkomstig van Clearance Europe. De behandeling was rond 18.16 uur voltooid.

2.2

[verzoekster] heeft diezelfde dag om 19.31 uur via WhatsApp contact opgenomen met [verweerder] over een brandwond op haar linkervoetwreef.

2.3

Op 18 juli 2020 heeft [verzoekster] de huisartsenpost Rijnmond bezocht. In het huisartsenbericht van diezelfde datum is het volgende – voor zover thans van belang – vermeld:

“(…)

Waarneming:

(…) brandwond op li voet. (…)

Gisteren pedicure behandeling gehad, had zuur op het been gesmeerd. Heeft door de huid heen gevreten. Plek is kleiner dan de hand, iets groter dan de handpalm. Zit ook aan de zijkant van de enkel. Blaren en open. Zijn ook andere kleine blaartjes. Wisselend van grootte. Wel gespoeld met water. Zalf erop gesmeerd, antibacterieel. Rond de enkel, op de voet. Rood, lichtrood, beige en wit. (…)

zuur van pedicure op huid gekregen

(…) li voet wreef voorzijde enkel streep vormig brandwond (…) 2x10cm (…)

Brandwond/verbranding huid (elke graad)

(…) dagelijk zalfgaas vervangen

(…)”

2.4

Op 20 juli 2020 heeft [verzoekster] haar huisarts bezocht. In het huisartsenbericht van diezelfde datum is het volgende – voor zover thans van belang – vermeld:

“(…)

17-7 bij pedicure geweest in verband met likdoorns. Behandeld pedicure had haar hielen ingesmeerd met iets zuurs en heeft daarna met dezelfde handschoenen haar voet vast gepakt, daarna is ze 2 uur met de andere voet bezig geweest. Nadien ontwikkeling van blaren en pijn. (…)

Linker voet chemische brandwond van ongeveer 10 cm. gelige wondbodem. Oogt rondom niet ontstoken. (…)

Dagelijks verbandwissel met vet gaas. 22-7 herbeoordeling, eerder bij tekenen van infectie.

(…)”

2.5

Op 22 juli 2020 heeft [verzoekster] haar huisarts bezocht. In het huisartsenbericht van diezelfde datum is het volgende – voor zover thans van belang – vermeld:

“(…)

Rustig wondbed, iets gelig beslag verder mooi roze. Geen tekenen van infectie.

zo door, controle 27-7 eerder bij tekenen van infectie

(…)”

2.6

Vervolgens heeft [verzoekster] op 27 juli, 3 augustus, 10 augustus en op 21 augustus 2020 haar huisarts bezocht in verband met de brandwond.

2.7

Bij (per e-mail verzonden) brief van 21 juli 2020 heeft de gemachtigde van [verzoekster] [verweerder] aansprakelijk gesteld voor de door [verzoekster] geleden en nog te lijden schade met betrekking tot de brandwond aan de linkervoet van [verzoekster].

2.8

Bij (per e-mail verzonden) brief van 29 juli 2020 heeft de gemachtigde van [verzoekster] aan [verweerder] verzocht om de aansprakelijkheid te erkennen.

2.9

Bij e-mail van 18 augustus 2020 heeft mr. Yildiz de aansprakelijkheid van [verweerder] afgewezen.

2.10

Bij e-mail van 21 augustus 2020 heeft de gemachtigde van [verzoekster] contact opgenomen met Clearance Nederland en daarin om informatie verzocht over de door [verweerder] bij de medische pedicure behandeling gebruikte producten Clearance Calluses and Hard Skin Eliminator en Clearance Treatment Soap.

In reactie daarop heeft Clearance Nederland bij e-mail van diezelfde datum aan de gemachtigde van [verzoekster] (onder andere) meegedeeld dat de Clearance producten alleen zijn bedoeld voor cosmetische pedicure behandelingen, dat de behandeling van [verzoekster] door [verweerder] is verricht door iemand die geen demonstratie/workshop bij Clearance heeft gevolgd en dat de producten op een juiste wijze gebruikt dienen te worden.

Bij aanvullende e-mail van 25 augustus 2020 heeft Clearance Nederland aan de gemachtigde van [verzoekster] (onder andere) meegedeeld dat het voor het verrichten van een medische pedicure behandeling verplicht is om te beschikken over een diploma problematische voeten.

2.11

Op verzoek van [verzoekster] heeft [naam] op 22 april 2021 een medisch advies uitgebracht. Dat advies luidt – voor zover thans van belang – als volgt:

“(…) De werking van dit soort producten is doorgaans gebaseerd op de afbraak van de hoornlaag door salicylzuur. Hoewel de vermelding op internet nauwelijks informatie bevat met betrekking tot de samenstelling van de gebruikte zalf, is aannemelijk dat het salicylzuur bevat. Gebruikt op de gezonde huid, kan salicylzuur inderdaad (1e en 2e graads-) brandwonden veroorzaken. Het feit dat de producent op internet vermeldt dat het product van Clearance onder andere ureum bevat om “brandwonden te voorkomen”, impliceert automatisch dat de crème dus bestanddelen bevat die wel brandwonden kunnen veroorzaken, waarmee ongetwijfeld op salicylzuur wordt gedoeld.

Niet voor niets wordt ook geadviseerd om de crème na 2-4 minuten te verwijderen en contact met gevoelige huid te vermijden.

De beschrijving door cliënte, dat de pedicure met haar gehandschoende hand, waarmee eerder de voeten ingesmeerd waren met het product, haar voeten in het enkelbadje heeft gezet, waarna de zwellingen rond de enkels zijn ontstaan, sluit aan bij de plaats van de verbrandingen en vormt een sluitende verklaring voor de verbranding. De beschreven tijdsrelatie tussen behandeling en ontstaan van de brandwonden maakt een causale relatie aannemelijk. Hoewel 1e en 2e graad brandwonden gewoonlijk volledig herstellen, is er een reële kans dat verkleuring van de aangedane huid blijft bestaan. Littekens zijn niet bij voorbaat uitgesloten.

Samenvattend heeft het er alle schijn van, dat de brandwonden zijn ontstaan door het onjuiste gebruik van het Clearance product, met name het vastpakken van de voet/enkel met de handschoen waaraan het product zat.

(…)”

3.Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1

[verzoekster] heeft op de voet van artikel 1019w Rv (de deelgeschilprocedure betreffende letsel- en overlijdensschade) verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat [verweerder] aansprakelijk is voor alle door [verzoekster] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van de behandeling op 17 juli 2020 en [verweerder] te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van de redelijke kosten van de onderhavige deelgeschilprocedure, te begroten op een bedrag van € 10.260,80, te vermeerderen met een bedrag van € 85,00 aan griffierecht, of een ander door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag.

3.2

Aan dit verzoek heeft [verzoekster] – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

[verzoekster] heeft last van likdoorns onder haar rechtervoet. De pedicure van [verweerder] heeft op 17 juli 2020 met behulp van een handschoen de Clearance producten onder de beide voeten van [verzoekster] aangebracht. Daarna heeft de pedicure met diezelfde (gebruikte) handschoen waar nog de resten van die producten op aanwezig waren de linker voetwreef van [verzoekster] vastgepakt om haar linkervoet in een voetenbadje te plaatsen. Terwijl de linkervoet van [verzoekster] in het voetenbadje zat, is de pedicure bezig geweest met het verwijderen van de likdoorns onder de rechtervoet van [verzoekster]. Tijdens die behandeling merkte [verzoekster] na ongeveer 2 uur dat er een branderig gevoel aan haar linkervoet ontstond. Vervolgens haalde [verzoekster] na enige tijd haar linkervoet uit het badje, waarna zij zag dat de huid op haar linker voetwreef (zwart) was verbrand. De pedicure heeft tevergeefs geprobeerd om de verbrande huid weg te schaven. Zij heeft een handschoen met daarin een zalf, ter herstel van de brandwonden, aan [verzoekster] verstrekt.

3.2.2

[verweerder] is primair op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk voor de door [verzoekster] geleden en nog te lijden schade als gevolg van de medische pedicure behandeling op 17 juli 2020. De onrechtmatigheid vloeit voort uit het feit dat [verweerder] de behandeling heeft uitgevoerd zonder de juiste instructies te volgen als gevolg waarvan [verzoekster] een ernstige brandwond heeft opgelopen en tot op heden een zichtbaar litteken heeft op haar linkervoet. Daarnaast heeft [verweerder] voorafgaande aan de behandeling [verzoekster] onvoldoende geïnformeerd over de mogelijke complicaties indien de Clearance producten op een onjuiste manier worden gebruikt.

3.2.3

Subsidiair is [verweerder] aansprakelijk op grond van artikel 6:74 lid 1 BW. [verweerder] is tekortgeschoten in de nakoming van de medische pedicure behandeling doordat er niet gehandeld is met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend schoonheidsspecialist kan worden verwacht. Daardoor heeft [verzoekster] materiële en immateriële schade opgelopen.

3.2.4

Het schadebedrag wordt beperkt tot € 25.000,00.

Daarnaast heeft [verzoekster] kosten gemaakt voor het voeren van deze deelgeschilprocedure, waarvan zij vergoeding verzoekt. Die kosten heeft zij begroot op een bedrag van in totaal

€ 10.260,80. Daarbij is gerekend op basis van 32 gewerkte uren en een uurtarief van

€ 250,00, vermeerderd met 6% kantoorkosten en 21% btw. Dit bedrag dient nog te worden vermeerderd met het griffierecht dat [verzoekster] heeft voldaan in het kader van deze procedure.

3.3

Op hetgeen [verzoekster] overigens nog naar voren heeft gebracht wordt hierna, althans voor zover van belang, ingegaan.

4.Het verweer en het zelfstandig tegenverzoek

4.1

[verweerder] heeft het verzoek betwist en heeft geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van [verzoekster] in haar verzoek dan wel het verzoek af te wijzen, met achterwege laten van begroting van de deelgeschilkosten van [verzoekster], althans deze kosten te begroten op een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, dan wel op een bedrag van maximaal € 2.662,00, althans op een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag.

Bij wijze van zelfstandig tegenverzoek heeft [verweerder] verzocht om [verzoekster] te veroordelen in de proceskosten van [verweerder], begroot op een bedrag van € 2.904,00, althans op een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag.

Hiertoe heeft [verweerder] – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – het volgende aangevoerd.

4.1.1

[verweerder] betwist dat de brandwonden die [verzoekster] stelt te hebben opgelopen door de pedicure behandeling zijn ontstaan. De wreef van de linkervoet van [verzoekster] is niet behandeld. Pas na thuiskomst heeft [verzoekster] geklaagd over wonden op haar voet. De gebruikte Clearance producten worden dagelijks door [verweerder] toegepast. Er heeft zich nooit eerder een incident voorgedaan. De producten van Clearance kunnen geen brandwonden veroorzaken. Er kan eventueel alleen een brandend gevoel ontstaan, maar geen tweedegraads brandwond. De producten zijn ook niet verkeerd gebruikt. De voeten van [verzoekster] zijn met een vijl behandeld en er is geen peelingbad toegepast. Het is ook opmerkelijk dat alleen op de linker voetwreef van [verzoekster] een brandwond is ontstaan, terwijl haar beide voeten zijn behandeld.

De causaliteitsvraag moet beantwoord worden door medisch adviseurs. De conclusie uit het door [verzoekster] overgelegde medisch advies van 22 april 2021 is alleen op aannames gebaseerd. Nu het letsel van [verzoekster] niet is veroorzaakt door [verweerder], is [verweerder] niet aansprakelijk.

De onderhavige kwestie is niet geschikt voor een deelgeschilprocedure, nu er nog nadere bewijslevering dient plaats te vinden. Daarvoor is geen plaats in deze procedure.

4.1.2

Nu het verzoek ten onrechte is ingediend, dient de verzochte kostenvergoeding te worden afgewezen. Subsidiair wordt aangevoerd dat de door de gemachtigde van [verzoekster] gewerkte uren niet in verhouding staan tot de (eenvoudige) aard van de zaak en het uiteindelijke schadebedrag. Die uren zijn buitensporig. Daarnaast ziet een groot deel van de kosten op het eerder door [verzoekster] ingediende en ingetrokken verzoekschrift. De verzochte 6% kantoorkosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, nu dergelijke kosten niet meer van deze tijd zijn. Gelet hierop dienen de kosten te worden begroot op basis van in totaal

10 uren, derhalve op € 2.662,00 inclusief btw (10 uren x een uurtarief van € 266,20).

4.1.3

Aan het zelfstandig tegenverzoek heeft [verweerder] ten grondslag gelegd dat hij op hoge kosten wordt gejaagd, doordat deze procedure nodeloos aanhangig is gemaakt. [verzoekster] weet dat in ieder geval in dit stadium onvoldoende voorhanden is om de aansprakelijkheid van [verweerder] vast te stellen. De kosten aan de zijde van [verweerder] bedragen € 2.904,00 inclusief btw op basis van een met de gemachtigde van [verweerder] gemaakte fixed fee-afspraak. Tijdens de mondelinge behandeling is gesteld dat de kosten (inmiddels) € 5.594,40 bedragen en is verzocht om dat bedrag aan proceskosten toe te wijzen.

4.2

Op hetgeen [verweerder] overigens nog naar voren heeft gebracht wordt hierna, althans voor zover van belang, ingegaan.

5.De beoordeling

5.1

[verzoekster] heeft haar verzoek gebaseerd op de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade (artikelen 1019w-1019cc Rv). Indien een persoon een ander aansprakelijk houdt voor schade die hij/zij lijdt door dood of letsel, kan op grond van artikel 1019w lid 1 Rv de rechter worden verzocht te beslissen over een geschil omtrent of in verband met een deel van hetgeen ter zake tussen hen rechtens geldt en waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.

Daarbij wordt vooropgesteld dat de deelgeschilprocedure partijen een eenvoudige, snelle en ten opzichte van een bodemprocedure (doorgaans) aanmerkelijk goedkopere toegang tot de rechter biedt ter oplossing van een (of meerdere) deelgeschil(len) in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase. De procedure heeft tot doel dat partijen met behulp van de interventie van de deelgeschilrechter dichter bij een buitengerechtelijke oplossing komen.

5.2

[verzoekster] heeft gesteld (kort gezegd) dat [verweerder] aansprakelijk is voor (de gevolgen van) de brandwond die zij heeft opgelopen door de pedicure behandeling op 17 juli 2020. [verzoekster] verzoekt in het kader van onderhavige deelgeschilprocedure een verklaring voor recht ter zake die aansprakelijkheid, zodat partijen verder kunnen onderhandelen over de andere geschilpunten en daarover mogelijk ook overeenstemming kunnen bereiken. Het gaat thans dus om de vraag of [verweerder] aansprakelijk is voor de schade die [verzoekster] stelt te hebben geleden en thans nog lijdt als gevolg van de pedicure behandeling op 17 juli 2020. In dit verband wordt als volgt overwogen.

5.2.1

Tussen partijen staat vast dat [verzoekster] op 17 juli 2020 een medische pedicure behandeling heeft ondergaan bij [verweerder], nu dat door [verweerder] niet is betwist, en dat [verweerder] daarbij gebruik heeft gemaakt van de producten Clearance Calluses and Hard Skin Eliminator en Clearance Treatment Soap.

Uit de hierboven vermelde feiten volgt dat tussen partijen ook niet in geschil is dat de behandeling rond 18.16 uur was voltooid. [verzoekster] heeft ook een bankafschrift van de pinbetaling bij [verweerder] op dat tijdstip overgelegd. [verzoekster] heeft reeds om 18.32 uur, derhalve slechts een kwartier later, een foto van de brandwond op haar linker voetwreef gemaakt.

De kantonrechter gaat voorbij aan het (eerst tijdens de mondelinge behandeling) door de gemachtigde van [verweerder] gevoerde verweer dat niet vaststaat dat die foto op dat tijdstip is genomen. Niet alleen volgt voormelde datum en tijdstip uit de door [verzoekster] overgelegde foto, maar ook uit de door [verzoekster] overgelegde Whatsapp correspondentie tussen partijen blijkt dat [verzoekster] diezelfde dag om 19.31 uur een foto van haar brandwond aan [verweerder] heeft toegestuurd en dat [verweerder] daar reeds om 19.34 uur op heeft gereageerd. Een en ander is ook niet betwist door [verweerder]. Daarnaast heeft [verzoekster] de volgende dag, op 18 juli 2020, de huisartsenpost Rijnmond bezocht. De brandwond op de linker voetwreef van [verzoekster] is toen al waargenomen door de arts. Reeds op 21 juli 2020 heeft (de gemachtigde van) [verzoekster] [verweerder] aansprakelijk gesteld. Vanaf 20 juli 2020 heeft [verzoekster] meerdere keren haar eigen huisarts bezocht in verband met de door haar opgelopen brandwond. Ook de huisarts heeft een chemische brandwond op de linkervoet van [verzoekster] geconstateerd.

[verzoekster] heeft haar stelling dat de brandwond door de pedicure behandeling is ontstaan verder nog onderbouwd door middel van een schriftelijk bericht van de huisarts van 13 oktober 2020, waarin is vermeld dat hij/zij op basis van het medisch journaal van [verzoekster] van mening is dat de chemische brandwond het gevolg is van de pedicure behandeling, en de hiervoor vermelde e-mails van Clearance Nederland. Daaruit volgt (onder andere) dat de Clearance producten alleen zijn bedoeld voor cosmetische behandelingen en niet voor medische pedicure behandelingen zoals bij [verzoekster] het geval is geweest en dat de behandeling door [verweerder] is verricht door iemand die geen demonstratie/workshop bij Clearance heeft gevolgd, zodat niet gegarandeerd kan worden dat de producten op een juiste wijze zijn gebruikt. De gemachtigde van [verweerder] heeft tijdens de zitting ook erkend dat de behandelaar van [verzoekster] geen workshop bij Clearance heeft gevolgd.

Uit het medisch advies van 22 april 2021 volgt dat het er alle schijn van heeft dat de brandwonden zijn ontstaan door het onjuiste gebruik van het Clearance product, met name het vastpakken van de linkervoet/enkel van [verzoekster] met de handschoen waaraan het product zat, zoals door [verzoekster] gesteld.

5.2.2

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en de door [verzoekster] geschetste gang van zaken met betrekking tot de pedicure behandeling is de kantonrechter van oordeel dat nu gesteld noch gebleken is dat [verzoekster] voorafgaand aan de behandeling door [verweerder] al brandwonden had, het niet anders kan dan dat de brandwond aan de linker voetwreef van [verzoekster] is ontstaan door de medische pedicure behandeling op 17 juli 2020. Daarbij is in aanmerking genomen dat indien dit niet het geval zou zijn van [verweerder] verwacht had mogen worden dat zij voldoende feitelijke gegevens had verstrekt ter motivering van de betwisting van de stellingen van [verzoekster]. Anders dan [verzoekster], beschikt [verweerder] immers als behandelaar, althans moet zij geacht worden te beschikken, over (cruciale) gegevens die (voor een eventuele bewijslevering) van belang kunnen zijn. (Alleen) [verweerder] weet door welke medewerker en op welke wijze de medische pedicure behandeling is uitgevoerd en of de Clearance producten correct zijn gebruikt. Dit leidt er naar het oordeel van de kantonrechter toe, dat – hoewel op [verweerder] niet de stelplicht en bewijslast rust – op [verweerder] als behandelaar een verzwaarde motiveringsplicht van haar verweer rust, zodat van hem verlangd wordt dat hij feitelijke gegevens verstrekt ter motivering van de betwisting van de stellingen van [verzoekster] teneinde haar aanknopingspunten voor eventuele bewijslevering te verschaffen.

[verweerder] heeft zich wel op het standpunt gesteld dat de Clearance producten niet verkeerd zijn gebruikt, maar hij heeft geen concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht ter onderbouwing daarvan. Dit is te meer opmerkelijk, aangezien door [verweerder] niet is betwist dat de gebruikte Clearance producten niet voor medische pedicure behandelingen zijn bedoeld. Hoewel de gemachtigde van [verweerder] tijdens de zitting heeft gesteld dat er nog tal van vragen bestaan aan zowel [verweerder] als aan de behandeld pedicure, heeft de gemachtigde van [verweerder] het bij die constatering gelaten en heeft hij geen enkele concrete toelichting gegeven op en over de behandeling. Tijdens de zitting was er ook niemand namens [verweerder] aanwezig die daarover (wel) duidelijkheid kon geven, een omstandigheid die voor rekening en risico van [verweerder] komt. Een schriftelijke verklaring van de behandelend pedicure is evenmin overgelegd. Uit het dossier blijkt dat er telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen [verweerder] en Clearance Nederland, maar ook in dat verband is door [verweerder] geen enkele informatie verschaft, behalve dat de door [verzoekster] overgelegde e-mails van Clearance met betrekking tot het telefonisch contact kloppen. Daarnaast heeft [verweerder] in het verweerschrift onder 9. gesteld dat hij navraag heeft gedaan bij een medisch specialist, maar ook daarover is geen concrete feitelijke informatie gegeven. In feite is slechts sprake van een blote betwisting door [verweerder] van de onderbouwde stellingen van [verzoekster].

Dat [verweerder] geen openheid van zaken heeft gegeven met betrekking tot de pedicure behandeling klemt temeer nu [verweerder] als schoonheidssalon onder het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) valt, waardoor dus de nodige (medische) kwaliteitseisen en verplichtingen op [verweerder] rusten. Ook vereist de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) dat zorgaanbieders, zoals [verweerder], over een onafhankelijke klachtenregeling beschikken en dat deze zijn aangesloten bij een onafhankelijke geschilleninstantie. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van [verweerder] desgevraagd meegedeeld dat hij niet weet of [verweerder] aan die vereisten voldoet. Uit de door partijen in het geding gebrachte stukken kan dit in ieder geval niet worden opgemaakt. Daarnaast is nog van belang dat artikel 2 lid 3 van de Wkkgz bepaalt dat een alternatieve zorgaanbieder (zoals [verweerder]) slechts zorg verleent die ‘buiten noodzaak’ niet leidt tot schade of een aanmerkelijke kans op schade voor de gezondheid van de cliënt en waarbij de rechten van de cliënt zorgvuldig in acht worden genomen.

5.3

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat bij gebreke van een voldoende gemotiveerde betwisting door [verweerder], de stellingen van [verzoekster] als vaststaand worden aangenomen en dat er in rechte vanuit wordt gegaan dat de brandwond door de medische pedicure behandeling op 17 juli 2020 is veroorzaakt. Dit betekent dat [verweerder] is tekort geschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst.

5.4

De slotsom is dat [verweerder] aansprakelijk is voor de schade die [verzoekster] lijdt en heeft geleden als gevolg van de (medische) pedicure behandeling op 17 juli 2020. Dit betekent dat de door [verzoekster] verzochte verklaring voor recht wordt toegewezen, op de wijze zoals hierna is bepaald. Hetgeen verder nog door partijen is aangevoerd, kan tot geen ander oordeel leiden en behoeft daarom geen (nadere) bespreking.

5.5

[verzoekster] heeft voorts nog verzocht om vergoeding van de kosten van het deelgeschil.

Dienaangaande wordt als volgt overwogen.

Artikel 1019aa lid 1 Rv bepaalt dat de rechter in de beschikking de kosten begroot die gemoeid zijn met de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt en dat de rechter daarbij alle redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking neemt. Bij de begroting van de kosten moet de dubbele redelijkheidstoets worden gehanteerd.

[verzoekster] heeft gesteld dat het gevorderde bedrag van in totaal € 10.260,80 bestaat uit door haar gemachtigde verrichte werkzaamheden van in totaal 32 uren. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [verzoekster] erkend dat dit aantal uren ziet op al de door haar uitgevoerde werkzaamheden en ook op het eerder (in 2020) ingediende verzoekschrift in de onderhavige kwestie, dat door haar ook weer is ingetrokken. Als redelijke kosten kunnen alleen voor vergoeding in aanmerking komen de in het kader van de onderhavige procedure verrichte werkzaamheden. Door [verweerder] is aangevoerd dat een tijdsbesteding van in totaal 10 uren met een uurtarief van € 220,00 exclusief btw redelijk is. [verzoekster] heeft daar geen (afzonderlijk) verweer tegen gevoerd. Gelet op het voorgaande en nu de gemachtigde van [verzoekster] geen inzicht heeft gegeven in het aantal uren dat (alleen) aan deze procedure is besteed, acht de kantonrechter het redelijk om aan te sluiten bij een tijdsbesteding van in totaal 10 uren met een uurtarief van € 266,20 inclusief btw. De verschuldigdheid van de kantoorkosten is door [verweerder] gemotiveerd betwist, waarbij hij heeft gesteld dat deze in de huidige tijd niet meer worden gemaakt tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden die hier niet aan de orde zijn. Vervolgens is door [verzoekster] niet gesteld dat deze kosten haar wel degelijk in rekening worden gebracht en dus door haar verschuldigd zijn. Ook kan de kantonrechter op andere wijze niet vaststellen dat zij deze kosten verschuldigd is. Deze kosten komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.

De kosten van het onderhavige deelgeschil worden daarmee aan de zijde van [verzoekster] begroot op een bedrag van (10 uren x € 266,20) € 2.662,00. Dit bedrag zal nog worden vermeerderd met het door [verzoekster] betaalde griffierecht van € 85,00.

Dit alles betekent dat de totale kosten van de deelgeschilprocedure worden begroot op

€ 2.744,00 (inclusief btw). Het hierop gerichte verzoek zal daarom in zoverre worden toegewezen. Omdat tegen een beschikking op een verzoek inzake een deelgeschil geen hogere voorziening openstaat (artikel 1019bb Rv) zal de kostenveroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5.6

Het zelfstandig tegenverzoek van [verweerder] strekkende tot veroordeling van [verzoekster] in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] wordt afgewezen, reeds omdat artikel 289 Rv (dat ziet op de veroordeling in de proceskosten) niet van toepassing is in een deelgeschilprocedure (artikel 1019aa lid 3 Rv).

6.De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat [verweerder] aansprakelijk is voor alle door [verzoekster] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van de pedicure behandeling op 17 juli 2020;

begroot de kosten als bedoeld in artikel 1019aa lid 1 Rv op € 2.744,00 (inclusief btw) en veroordeelt [verweerder] tot betaling van dat bedrag aan [verzoekster];

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Verkerk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

764

Heeft u een account? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey