Rb (kort geding): uurtarief van € 245,- excessief voor belangenbehartiger zonder aantoonbare kennis van letselschade, vordering afgewezen

Samenvatting:

BGK-vordering in kortgeding. 1. De kantonrechter noemt het uurtarief van € 245,- excessief en wijst de vordering afwijst. De rechter neemt in aanmerking dat de belangenbehartiger “geen advocaat is, laat staan een LSA-advocaat, niet NIVRE Register-Expert is en niet heeft kunnen laten zien dat hij enige specifieke opleiding heeft gevolgd op het gebied van letselschade”. Dit brengt mee dat het aannemelijk is dat de vordering in een bodemprocedure zal worden afgewezen. 2. Kantoorkosten afgewezen.

 

RECHTBANKAMSTERDAM

kenmerk: KK 21-265

14 mei 2021

KORT GEDING

 

Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam op de vordering in kart geding in de zaak van:

 

 

[Eiser] wonende te [woonplaats]

eiser

gemachtigde: mr. F.M. Oksuz

 

tegen

 

de naamloze vennootschap Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij NV

gevestigd te ‘s-Gravenhage gedaagde

gemachtigde: mr. J. van de Klashorst.

 

 

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

 

Bij dagvaarding met bijlagen heeft eiser een voorziening bij voorraad gevorderd. Gedaagde heeft op voorhand een akte met bijlagen ingediend.

 

Ter terechtzitting van 6 mei 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Eiser is alleen bij gemachtigde verschenen. Gedaagde is verschenen met haar gemachtigde. De gemachtigden hebben het woord gevoerd, de gemachtigde van gedaagde aan de hand van een overgelegde pleitnota.

 

Na verder debat is vonnis bepaald op heden.

 

GRONDEN VAN DE BESLISSING

 

  1. Tot uitgangspunt dient het volgende:

 

1.1          Op 3 oktober 2020 heeft eiser letsel opgelopen bij een verkeersongeval. Gedaagde heeft als verzekeraar van de wederpartij van eiser de aansprakelijkheid daarvoor erkend bij brief van 17 november 2020.

1.2          De belangenbehartiger van eiser heeft bij brieven van 18 november 2020, 21 december 2020, 28 januari 2021,10 februari 2021 en 31 maart 2021 aanspraak gemaakt op en betaling gevraagd van -wisselende bedragen- aan buitengerechtelijke kosten. Basis voor de kosten is een urenoverzicht

1.3          Gedaagde heeft op 13 april 2021 een bedrag van Eur 1.000,- als voorschot op buitengerechtelijke kosten aan de gemachtigde van eiser overgemaakt.

 

Het geschil

 

  1. Eiser vordert na vermindering van eis betaling van Eur 1.497,90 vanwege door zijn gemachtigde gemaakte buitengerechtelijke kosten. De gemachtigde stelt daartoe dat hem die kosten toekomen op de voet van artikel 6:96 BW lid 2 onder b BW. Het door hem in rekening gebrachte uurtarief van Eur 245, – ex btw en 7% kantoorkosten is redelijk en oak in andere dossiers door gedaagde geaccepteerd. De door hem gevorderde kosten kunnen de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. Eiser heeft voorts een spoedeisend belang bij zijn vordering omdat hij die kosten niet zelf kan betalen en de schaderegeling thans stil ligt.

 

3..                          Gedaagde heeft de vordering bestreden. Zij voert, zakelijk weergegeven, aan dat zij het uurtarief van eiser te hoog acht in aanmerking genomen dat hij een belangenbehartiger is zonder gebleken opleiding en ervaring op het gebied van letselschade. De gevorderde kosten voldoen daarom niet aan de dubbele redelijkheidstoets. Voorts acht zij de -boven het honorarium- gevorderde kantoorkosten onredelijk.

 

Beoordeling

 

  1. In deze kart geding procedure wordt aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, beoordeeld of de vordering van eiseres in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopen daarop door toewijzing reeds nu gerechtvaardigd is.

 

  1. De omstandigheid dat eiser en zijn gemachtigde een bepaald uurtarief voor de diensten van de gemachtigde zijn overeengekomen brengt niet zonder meer met zich dat eiser of diens gemachtigde een spoedeisend belang hebben bij een voorziening in kart geding over betaling van dat uurtarief door een derde, in dit geval gedaagde, die deugdelijk heeft gemotiveerd waarom zij dat tarief te hoog vindt.

 

  1. In aanmerking genomen dat de gemachtigde van eiser niet advocaat is, laat staan een LSA-advocaat, niet NIVRE Register-Expert is en niet heeft kunnen laten zien dat hij enige specifieke opleiding heeft gevolgd op het gebied van letselschade brengt met zich dat dermate aannemelijk wordt geacht dat in een bodemprocedure het door hem in rekening gebrachte uurtarief onredelijk wordt bevonden dat vooruitlopen daarop door toewijzing van zijn vordering in deze procedure bovendien ongerechtvaardigd wordt geoordeeld. Hierbij is

oak van belang dat het apart in rekening brengen van kantoorkosten als een percentage van het uurtarief bij een dergelijk uurtarief onredelijk wordt geacht. Eventueel te declareren kantoorkosten dienen in elk geval naar behoren te warden gespecificeerd aangezien de normale kantoorkosten in het algemeen in het uurtarief zijn verdisconteerd. Dat gedaagde in andere zaken het thans aan de orde zijnde uurtarief wel aan gedaagde heeft betaald, hetgeen zij niet heeft bestreden, betekent niet dat zij daarom verplicht is dit excessieve bedrag te blijven betalen.

 

  1. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen wordt de vordering daarom afgewezen.

 

  1. Eiser wordt als in het ongelijk gestelde partij in de kosten veroordeeld.

 

 

BESLISSING

 

De kantonrechter:

 

-weigert de gevorderde yoorziening;

 

-veroordeelt eiser in de kosten aan de zijde van ·gedaagde gevallen en begroot op Eur 480,- aan salaris van de gemachtigde, voor zover verschuldigd incl. btw.

 

Aldus gewezen door C. van Meyenfeldt, als kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Rechtbank Amsterdam van 14 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.

Heeft u een account? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey