Rb: tekortkoming arts bij indicatiestelling operatie niet bewezen, vordering afgewezen

Samenvatting:

Medische aansprakelijkheid. Bij schildklieroperatie de stembandzenuw is beschadigd. Twee deskundigenrapporten die complicatie als niet verwijtbaar kwalificeren. Benadeelde stelt dat er geen indicatie tot opereren was, omdat zij geen klachten meer had. Gedaagden betwisten dit. De rechtbank overweegt dat de bewijslast van de stelling dat eiseres op het moment van de operatie geen klachten meer had, op haar rust. De rechtbank komt tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat eiseres ten tijde van de operatie geen klachten meer had. Dat betekent dat niet bewezen is dat bij de indicatiestelling sprake is geweest van een tekortkoming aan de zijde van gedaagden.

 

 

ECLI:NL:RBGEL:2021:5737, Rechtbank Gelderland, C/05/381880 / HZ ZA 21-16 (rechtspraak.nl)

ECLI:NL:RBGEL:2021:5737

Instantie

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak

27-10-2021

Datum publicatie

03-11-2021

Zaaknummer

C/05/381880 / HZ ZA 21-16

Rechtsgebieden

Verbintenissenrecht

Bijzondere kenmerken

Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie

Medische aansprakelijkheid. Twee deskundigenrapporten die complicatie als niet verwijtbaar kwalificeren. Tekortkoming: ontbreken van operatie-indicatie?

 

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

 

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

 

Zittingsplaats Zutphen

 

zaaknummer / rolnummer: C/05/381880 / HZ ZA 21-16

 

Vonnis van 27 oktober 2021

 

in de zaak van

 

[eisende partij] ,

 

wonende te [plaats] ,

 

eiseres,

 

advocaat mr. I.C. Timmermans te Amsterdam,

 

tegen

 

1[gedaagde partij 1] ,

wonende te [plaats] ,

 

  1. de stichting

 

[gedaagde partij 2] ,

 

gevestigd te [plaats] ,

 

gedaagden,

 

advocaat mr. M.L. Jinkes de Jong te Zoetermeer.

 

Partijen zullen hierna [eisende partij] en [gedaagde partijen] of [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] worden genoemd.

 

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 

het tussenvonnis van 14 april 2021

 

de akte houdende overlegging producties (19 tot en met 26) tevens akte uitlating producties van [eisende partij]

 

de antwoordakte van [gedaagde partijen] met productie 7

 

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 26 augustus 2021

 

de brief van 8 september 2021 van mr. Timmermans namens [eisende partij] met daarin een aantal opmerkingen en aanvullingen met betrekking tot het proces-verbaal van mondelinge behandeling

 

de aanvullende akte uitlating productie van [eisende partij]

 

de beslissing van de rolrechter van 29 september 2021 waarbij aan [gedaagde partijen] akte niet-dienen is verleend.

 

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

 

2De feiten

2.1.

[gedaagde partij 1] is als chirurg verbonden aan het door [gedaagde partij 2] geëxploiteerde ziekenhuis (hierna: het [gedaagde partij 2] ).

 

2.2.

In februari 2012 heeft [eisende partij] haar huisarts bezocht, omdat zij last had van een verdikking in het linker halsgebied.

 

2.3.

Na verwijzing door de huisarts heeft [eisende partij] in maart 2012 dr. [betrokkene 1] , internist bij het [gedaagde partij 2] , bezocht. Dr. [betrokkene 1] heeft na onderzoek geconcludeerd dat sprake was van een vergrote schildklier met een cyste in de linkerhelft. De cyste is gepuncteerd. Dr. [betrokkene 1] heeft in de brief aan de huisarts van 20 maart 2012 het volgende genoteerd (productie 6 bij dagvaarding):

 

“(…)

 

Anamnese:

 

Patiente heeft kortgeleden een zwelling bemerkt in de hals. Zij voelt een brok in de keel en heeft last van prikkelhoest. Verder is zij schor en heesachtig. (…)

 

Bespreking:

 

Patiente heeft een multinodulair struma met een cyste links. Er werd geen maligniteit in gevonden. Patiente werd geadviseerd om over een half jaar opnieuw een punctie te doen. Indien deze ook geen maligniteit oplevert zal verder geen actie worden ondernomen. Patiënte gaf aan hier teveel hinder van te ondervinden. Zij wil graag een gesprek over de voors en tegens van een hemistrumectomie. Zij werd doorverwezen naar de polikliniek van collega [gedaagde partij 1] . Indien zij chirurgie ondergaat zal een hernieuwde punctie uiteraard niet meer nodig zijn.”

 

2.4.

Op 13 april 2012 heeft een consult bij [gedaagde partij 1] plaatsgevonden. Hij heeft daarover in het medisch dossier het volgende genoteerd (productie 7 bij dagvaarding):

 

“Reden van consult: multinodulair struma met cyste links

 

Anamnese : bult bemerkt in de hals links, bleek cyste in schildklier (februari)

 

punctie: gb

 

Voelt het met slikken, stem af en toe slaat weg

 

(…)”

 

[gedaagde partij 1] heeft voor [eisende partij] een CT-scan aangevraagd en haar verwezen naar de KNO-arts voor een laryngoscopie.

 

2.5.

Op 23 april 2012 is bij [eisende partij] een CT-scan gemaakt. In het verslag van dr. [betrokkene 2] , radiodiagnost (productie 8 bij dagvaarding), staat hierover onder meer vermeld:

 

“(…)

 

CT hals. (…) Onduidelijke aanvraag. Schildklier vertoont beiderzijds enkele kleine nodi. Geen eerder CT onderzoek ter vergelijking. De grote nodus op echo van 08/03/2012 wordt thans niet teruggevonden. (…)

 

Conclusie: Enkele kleine nodi schildklier kwab beiderzijds.

 

(…)”

 

2.6.

Op 26 april 2012 heeft [eisende partij] dr. [betrokkene 3] , KNO-arts in het [gedaagde partij 2] , bezocht. Bij brief van die datum heeft dr. [betrokkene 3] aan [gedaagde partij 1] onder meer geschreven (productie 10 bij dagvaarding):

 

“Uw bovengenoemde patiënte heeft een schildklier nodus. Vanwege heesheid werd zij door de chirurg verwezen voor laryngoscopie. Bij onderzoek zag ik een intacte larynx mobiliteit zonder RIP’s. De stem klonk op dat moment ook niet meer hees.”

 

2.7.

Op 27 april 2012 heeft [eisende partij] het hoofd/hals-spreekuur van [gedaagde partij 1] bezocht. Daarover staat in het dossier vermeld (eveneens productie 10 bij dagvaarding):

 

“Diagnose: MNS, met mechanische bezwaren

 

Reden van controle: uitslag ct 23/04

 

(…)

 

Aanvullend onderzoek: CT scan R>L

 

Conclusie : MNS

 

icc KNO; geen afwijkingen

 

Advies : totale thyroidectomie of alleen R als links mee valt peroperatief

 

informed consent: (hypocalciemie, stem (nervus recurrens letsel 1-2%), nabloeding genoemd): ja”

 

2.8.

Op 11 mei 2012 heeft [eisende partij] naar de polikliniek chirurgie gebeld. In het dossier is genoteerd: “Heeft vergrote lymfeklieren in hals wil dat er naar gekeken wordt voor of bij operatie”

 

2.9.

Op 16 mei 2012 is [eisende partij] in het [gedaagde partij 2] door [gedaagde partij 1] geopereerd aan haar schildklier. Daarbij is de rechterhelft van de schildklier verwijderd.

 

2.10.

Na de operatie is de verwijderde rechterhelft van de schildklier naar de patholoog verstuurd, die hem heeft onderzocht. Het verslag van de patholoog van 21 mei 2021 (productie 12 bij dagvaarding) vermeldt als conclusie multinodulaire hyperplasie, geen maligniteit (niet kwaadaardig, rechtbank).

 

2.11.

Op 19 mei 2012 is [eisende partij] uit het ziekenhuis ontslagen. Later is gebleken dat bij de operatie de rechterstembandzenuw is beschadigd. Ondanks therapie, waaronder logopedie, is [eisende partij] niet meer in staat een enigszins krachtig stemgeluid voort te brengen. Haar stemgeluid is fluisterend en [eisende partij] moet veel moeite doen om te spreken.

 

2.12.

Bij brief van 16 mei 2013 heeft [eisende partij] [gedaagde partijen] aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van medisch onzorgvuldig handelen.

 

2.13.

Bij brief van 24 juni 2013 (productie 5 bij antwoord) heeft [gedaagde partij 1] gereageerd op de aansprakelijkstelling en heeft hij uiteengezet hoe de informatieverstrekking aan patiënten in zijn werk gaat:

 

“(…)

 

Bij de informatie vooraf wordt door mij altijd zeer veel nadruk gelegd op de mogelijke verandering van de stem t.g.v. nervus recurrens letsel. Ik vertel aan de hand van een tekening en/of aan de hand van een anatomische plaat hoe de relatie is van de schildklier met de trachea en de nervus recurrens. Ik vertel daarbij dat lichte stemveranderingen vaker optreden maar na 6 weken weer over zijn en dat de kans op blijvend nervus recurrens letsel 1-2% is. Ik benadruk ook altijd dat bij de operatie de nervus wordt opgezocht zodat ik weet waar hij loopt zodat hij niet per ongeluk beschadigd kan worden.

 

Patiënte gaf na deze informatie informed consent (…)

 

Hoewel ik veel ervaring (>300) heb met deze type operatie is ook mijn complicatiepercentage helaas niet nul. Dat vertel ik altijd preoperatief aan mijn patiënten.

 

(…)”.

 

2.14.

Bij brief van 2 januari 2014 (productie 1 bij antwoord) heeft Centramed (de aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde partij 2] ) aan [eisende partij] laten weten geen reden te zien om uit te gaan van medisch onzorgvuldig handelen bij de behandelingen van [eisende partij] in het [gedaagde partij 2] en dat zij [eisende partij] geen recht op schadevergoeding kan toezeggen.

 

2.15.

Bij brief van 8 januari 2015 (productie 2 bij antwoord) heeft de toenmalige advocaat van [eisende partij] aan Centramed meegedeeld dat [eisende partij] zich niet kan vinden in het standpunt van Centramed. De brief bevat tevens het voorstel om de zaak te laten beoordelen door een onafhankelijk deskundige. Centramed heeft niet ingestemd met een buitengerechtelijke chirurgische expertise.

 

2.16.

Op 13 februari 2015 heeft [eisende partij] bij deze rechtbank en zittingsplaats een verzoekschrift ingediend tot benoeming van een deskundige in het kader van een voorlopig deskundigenbericht. Bij beschikking van 12 mei 2015 (productie 1 bij dagvaarding) heeft de rechtbank dr. G. [betrokkene 4] , chirurg (hierna: [betrokkene 4] ), tot deskundige benoemd.

 

2.17.

Op 25 juli 2016 heeft [betrokkene 4] een voorlopig deskundigenbericht uitgebracht (productie 1 bij dagvaarding). Het rapport luidt onder meer als volgt:

 

“(…)

 

– Geadviseerd werd tot een totale thyreoïdectomie of alleen rechts als links peroperatief meevalt. Informed consent werd verkregen. Genoteerd, dat genoemd zijn als complicatie hypoalciëmie, stem/N. reccurens letsel 1 tot 2% en nabloeding. 1

 

(…)

 

Belangrijk in dit verband zijn de aantekeningen van 13-07-2012. Onder “interval anamnese” is genoteerd, dat het nu een kleine 2 maanden is na de hemistrumectomie rechts. Cliënte is nog benauwd, heeft geen stem, wel uitstralende pijn naar de schouder en het gevoel dat er wat in de keel zit. Cliënte heeft op dat moment logopedie. Uitgelegd wordt, dat de zenuw waarschijnlijk is beschadigd door warmteverspreiding bij doorsealen van bloedvaten en/of tractie. Daarachteraan de aantekening, dat cliënte van te voren is gewezen op een risico van 1 tot 2% N. recurrensletsel. Chirurg [gedaagde partij 1] betuigt zijn spijt, dat cliënte dit is overkomen ondanks maximale zorgvuldigheid tijdens de operatie. De logopedie wordt gecontinueerd. 2

 

(…)

 

Telefonisch onderhoud d.d. 13-04-2016 met chirurg R.M. [gedaagde partij 1]

 

(…)

 

Vervolgens heb ik [gedaagde partij 1] gevraagd waarom hij, zoals cliënte beweert, later tegen haar heeft gezegd, dat de recurrens laesie is ontstaan ten gevolge van hitte bij doorbranden van een bloedvat. [gedaagde partij 1] antwoordde hierop, dat dit niet een feit was in die zin, dat hij dit peroperatief zou hebben waargenomen. Volgens hem was het een theoretische mogelijkheid ter verklaring van de laesie, een veronderstelling dus. [gedaagde partij 1] verwees naar de poliklinische decursus waarin aantekeningen zijn gemaakt van het gesprek met cliente op 13-07-2012. Daar wordt melding gemaakt van een intervalanamnese 2 maanden na de hemistrumectomie. De verschijnselen van de recurrens laesie worden beschreven. Cliënte kan haar werk als makelaar niet meer doen. Zij is voorzitte[r]n van de carillon vereniging. Daaronder de zin waarin staat, dat [gedaagde partij 1] uitleg heeft gegeven, dat de zenuw waarschijnlijk is beschadigd door warmtespreiding bij doorsealen van bloedvaten. Als tweede mogelijkheid wordt gewezen op tractie aan de zenuw.

 

[gedaagde partij 1] benadrukte nogmaals dat het hier niet ging om een vastgesteld feit, maar om een hypothese. Over een mogelijk ongevalsmechanisme. Hij wees er op, dat het woordje waarschijnlijk niet voor niets in het dossier staat.3

 

(…)

 

Omdat cliënte mechanische bezwaren had (drukkend gevoel, stem slaat af en toe weg, ten tijde van de poliklinische bezoeken enige heesheid) is toen in overleg met cliënte besproken de vergrote schildklier te verwijderen. Hiervoor was informed consent aanwezig. De indicatie was derhalve een relatieve indicatie, maar in overleg met cliënte is besloten hiertoe over te gaan. De verwijderde kwab is pathologisch-anatomisch onderzocht. Maligniteit is niet gebleken. 4

 

(…)

 

Beantwoording van uw vragen

 

(…)

 

Werd de indicatie tot operatie op goede gronden gesteld?

 

Antwoord: een multinodulair struma met mechanische bezwaren is een algemeen geaccepteerde operatie-indicatie. De indicatie is niet absoluut. Dat zou bijv. wel het geval zijn, indien bij cytologische punctie carcinoom was vastgesteld. Patiënte had wel last heeft van een drukkend gevoel, periodieke heesheid, problemen met slikken etc.. Bij deze mechanische klachten kan worden overgegaan tot (hemi)strumectomie, indien na voorlichting over de eventuele complicaties informed consent wordt verkregen.

 

De verwijderde schildklier (helft) zal dan uiteraard toch worden nagekeken door de patholoog-anatoom op eventuele aanwezigheid van carcinoomhaarden. Dat is bij cliënte ook gebeurd. Carcinoom is niet gevonden. 5

 

(…)

 

Ad 12. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

 

Antwoord: de gevolgen van de ingreep zijn voor cliënte ernstig. Zeker als men bedenkt, dat de operatie-indicatie een weliswaar algemeen aanvaarde maar toch relatieve indicatie was. Nemen wij als criterium voor het handelen van de chirurg de professionele standaard, dan kan niet worden geconcludeerd, dat enig handelen of niet-handelen strijdig is geweest met de professionele standaard. Ook in ervaren handen komt, zonder dat er van de standaard wordt afgeweken, in 1 tot 2% een blijvende n. recurrenslaesie voor. Helaas is dit bij cliënte het geval geweest. Blijkens de aantekeningen in het poliklinisch dossier is dit preoperatief aan de orde gesteld. Ik concludeer, dat de behandelend chirurg de gebruikelijke inspanning heeft geleverd om deze complicatie te voorkomen. 6

 

(…)”

 

2.18.

Het addendum bij het rapport (eveneens productie 1 bij dagvaarding) luidt onder meer als volgt:

 

“(…)

 

Ik heb er kennis van genomen, dat volgens cliënte het voorlichtingsgesprek niet volledig is geweest en dat met name niet is gewezen op eventuele blijvende complicaties. Ook heb ik er kennis van genomen, dat chirurg [gedaagde partij 1] in de decursusaantekeningen heeft genoteerd, dat hij cliënte heeft voorgelicht over de complicaties, te weten: hypocalciëmie, nabloeding en N. recurrens letsel. Hierbij aangetekend, dat dit voorkomt in 1 tot 2% van de gevallen. Dit percentage heeft volgens [gedaagde partij 1] wel degelijk betrekking op blijvend letsel. Dit is in het conceptrapport op pagina 11 ook zo weergegeven.

 

Zelf ben ik uiteraard niet bij dit gesprek aanwezig geweest, kan dus niet getuigen wat wel en wat niet is gezegd in de beslotenheid van de spreekkamer. Ik heb wel in de notities van de decursus kunnen lezen, dat er een voorlichtend gesprek is geweest over genoemde 3 complicaties en dat het percentage 1 a 2% is genoemd t.a.v. n. recurrensletsel. Dit percentage heeft in de literatuur inderdaad betrekking heeft op blijvend letsel. (Ook coll. Klementschitsch meldt, dat definitieve beschadiging voorkomt in 1 tot 3% van de ingrepen.) Een tijdelijke recurrens paralyse c.q. parese daarentegen komt vaker voor (tot 10%). Ik ben het eens met coll. Klementschitsch, dat een patiënt voorgelicht behoort te worden over de kans op definitieve uitval van de zenuw. Ik kan echter op geen enkele manier staven, dat dit niet gebeurd zou zijn. Uit de aantekeningen blijkt het tegendeel.

 

Conclusie:

 

Volgens de notities in de poliklinische decursus is er een voorlichtingsgesprek geweest over de drie belangrijkste complicaties na strumectomie. Het genoteerde percentage recurrensletsels heeft betrekking op blijvend letsel. Na dit gesprek heeft cliënte toestemming gegeven voor de strumectomie.7

 

(…)”

 

2.19.

[eisende partij] heeft daarop dr. [betrokkene 5] , oncologisch chirurg bij het Universitair Medisch Centrum Groningen (hierna: [betrokkene 5] ), benaderd en aan hem dezelfde vragen voorgelegd als de rechtbank in het kader van het voorlopig deskundigenbericht aan [betrokkene 4] had gesteld. Op 29 oktober 2019 heeft [betrokkene 5] een deskundigenrapport uitgebracht (productie 2 bij dagvaarding), dat onder meer luidt als volgt:

 

“Samenvatting:

 

(…)

 

Bij het besluit (om patiënt op de operatie lijst te zetten, rechtbank) wordt informed consent verkregen en worden de mogelijke complicaties genoemd zoals hypocalciemie en nervus recurrens letsel 1-2% en een nabloeding. Patiënte is kennelijk akkoord want voor de operatie vraagt mevrouw of de chirurg tijdens de operatie de klieren wil inspecteren omdat ze hier last van heeft. Dat zegt hij toe.8

 

(…)

 

Vragen

 

(…)

 

  1. Betreft de diagnose, ingestelde behandeling en resultaat ervan;

 

Diagnose/indicatie: (…) Zonder argumentatie van redenen maar wel in goed overleg zet hij mevrouw op de lijst voor een totale thyreidectomie, aangetekend eventueel “R” als het meevalt. Deze indicatie stelling is onduidelijk zeker omdat de cyste verdwenen was en inmiddels ook haar heesheid. Er was dus zeer waarschijnlijk geen actieve klacht en alleen multinodulair struma zonder actieve klachten is geen goede reden/indicatie voor een schildklier verwijdering.

 

(…)

 

Er staat in de indicatie brief geen enkele onderbouwing waarom een ingreep en waarom specifiek dit plan wordt gemaakt. Ook tijdens de ingreep ontbreekt deze informatie en op het operatie verslag staat alleen hemithyreodectomie rechts genoemd. De overweging waarom dit op dergelijke wijze is uitgevoerd en waarom is afgeweken van het initiële plan op de polikliniek staat niet vermeld. Ook staat niet vermeld dat de chirurg de andere zijde heeft geïnspecteerd (links). In een latere ontslagbrief staat dit wel vermeld middels een zin vermeld door een andere dokter. Hoe deze dokter aan deze informatie komt is onbekend. 9

 

Samenvattend: a) Er bestond initieel geen goede indicatie om patiënt op de lijst te zetten voor een totale thyreoidectomie bij een cyste die al verdwenen was.

 

(…)

 

Behandeling en resultaat: De behandeling is lege artis uitgevoerd. De specialist heeft dit gedaan volgens de normen en technieken welke toegepast worden. (…) Inderdaad is zelfs in ervaren handen er een kans op nervus recurrens parese zoals in deze ca[s]us het geval was van 1-2%. In deze casus gaat het zeer waarschijnlijk om een thermisch letsel bij het doornemen van de thyreodia inferior die vlak boven de zenuw langs loopt.

 

Samenvattend: Er is op de behandeling medisch gezien niet veel aan te merken. Toen eenmaal de behandeling was ingesteld was dit een van de mogelijk uitkomsten. In Nederland kan in elke centrum een dergelijke complicatie ontstaan en er is geen sprake van verwijt baar of nalatig handelen op dit gebied. Wrang is natuurlijk wel dat dat gebeurt bij een casus waar nu net de indicatie om de operatie uit te voeren zwak te noemen is. 10

 

  1. Zoals bij drie vermeld heb ik twijfels over de indicatie voor de operatie. Initieel had [eisende partij] een schildklier cyste links. Deze is leeg gepuncteerd voordat ze bij de chirurg kwam hetgeen ook duidelijk was op de CT scan. Daar was deze namelijk niet meer te zien terwijl dit wel het geval was op de eerdere echo aangevraagd door de internist. Er wordt ook beschreven dat de heesheid verdwenen is en het stemband onderzoek laat op dat moment ook geen afwijkingen zien. De indicatie om op dat moment in die fase een totale thyreoidectomie te doen zie ik niet. Verder wat de chirurg bedoelt in zijn brief met alleen “R” als het meevalt (rechts denk ik) is mij niet duidelijk. Ten eerste niet welke bevinding dan uiteindelijk moet leiden tot de hemithyreoidectomie rechts maar ook beschrijft hij uiteindelijk helemaal geen bevinding of overweging in het OK verslag maar wordt de rechterkant weggehaald alsof dit initieel de bedoeling was. De titel van het verslag is ook “hemityreoidectomie rechts” hetgeen de suggestie wekt dat er nooit een andere ingreep is overwogen. De indicatie en de verandering van plan tijdens of voorafgaand aan de ingreep is wat mij betreft dus niet op goede gronden gesteld. 11

 

  1. Mijns inziens had de chirurg in het geval van mevrouw [eisende partij] de operatie moeten afhouden. Multinodulaire ziekte van een schildklier is niet iets wat wij in Nederlands standaard behandelen maar alleen klacht gericht. Patiënt leek initieel klachten te hebben van links gerelateerd aan een cyste die al verdwenen was toen patiënte bij de chirurg kwam. In dit geval wegen de risico’s van de ingreep zoals nabloeding, permanente hypoparathyreoïdie (permanent calcium gebruik) en risico op zenuwschade en daarnaast het permanent instellen en innemen van thyrax de rest van het leven met hormonale schommelingen, niet op tegen de mogelijke voordelen van het afwezig zijn van de cyste. In dit geval waren er ook geen voordelen te behalen omdat de cyste was verdwenen. Laatstgenoemde waren er in deze casus überhaupt niet. Cyste was namelijk al verdwenen. Indien de chirurg had afgehouden had de patiënt mogelijk aangedrongen op een chirurgische behandeling maar zelfs dan had de chirurg de patiënt tegen zichzelf in bescherming moeten nemen en behandeling moeten weigeren. Was patiënte niet akkoord gegaan had hij naar een collega kunnen en moeten doorverwijzen. De behandelwinst was er nauwelijks en de risico’s zoals gebruikelijk wel. Het risico op complicaties was van tevoren ook niet navenant hoger dan normaal.

 

 

  1. Er bestaat geen richtlijn voor het goedaardige struma zonder kansen op kanker dan wel zonder hyperthyreoïdie (een snel werkende schildklier) Echter voor asymptomatische patiënten bestaat feitelijk geen behandelreden. Klachten als slikproblemen, toenemende benauwdheid en heesheid kunnen passen bij een groeiend struma. Dan is er toenemend een reden voor ingrijpen. Wel is er een reden om mensen met een toxisch struma te behandelen. Dit is in een situatie waar de schildklier een overproductie van hormonen aanmaakt waar de patiënt veel hinder van kan ondervinden. Maar dat was in deze casus niet het geval. In deze casus was er medisch dus alleen een indicatie geweest als er slikklachten of benauwdheid was geweest. Daar bleek echter geen sprake van, zeker niet toen bleek dat de cyste was leeggezogen.

 

(…)” 12

 

7Uiteenlopende opvattingen

(…)

 

Samenvattend: Er zijn twee behandelingen in Nederland voor een benigne multinodulair struma. Chirurgie en Radioactief jodium. De consensus is dat er pas behandeld wordt wanneer er serieuze klachten zijn met kans op verbetering van de klachten. In een preoperatief gesprek dienen volgens de WGBO beide behandelopties aan bod te komen.

 

(…)

 

11Wat als wel de goede behandeling was ingezet:

De beste behandeling was geweest geen behandeling. (…) 13

 

12Andere punten:

(…)

 

De kritiek die ik heb zit in het indicatie gebied. Op basis van vage klachten door een cyste die al was leeg gepuncteerd werd een patiënte op de operatie lijst gezet zonder goed argumentatie met een matig operatief plan zonder onderbouwing. Vervolgens werd tijdens de ingreep de andere zijde geopereerd zonder goede opgaaf van redenen en argumentatie. Bovendien doet de titel vermoeden dat de operateur initieel van plan was die dag alleen rechts te verwijderen, er staat nergens genoteerd dat hij ook naar de kant van de cyste heeft gekeken.

 

(…)”14

 

2.20.

Bij brief van 27 november 2019 heeft [eisende partij] aan [betrokkene 5] aanvullende vragen gesteld, die [betrokkene 5] bij brief van 7 januari 2020 heeft beantwoord (beide brieven maken eveneens deel uit van productie 2 bij dagvaarding). [betrokkene 5] schrijft in zijn brief onder meer:

 

“(…)

 

In de geneeskunde is er niet zoiets als rood of groen licht en er is weinig zwart en wit. Dat is ook de reden dat mijn antwoorden een ruimte voor interpretatie over laten. Zoals eerder gezegd vind ik de indicatie voor de operatie zwak en zou ik zelf op dergelijke gronden nooit een patiënt een struma operatie aandoen. Maar aangezien de patiënt zelf aandrong op een operatie en er soms tussen een patiënt en een dokter een overleg kan plaats vinden dat leidt tot een dergelijk besluit kan ik niet zeggen dat het per definitie fout is. Aangezien de verslaglegging uitermate summier is kunnen er bijvoorbeeld wel degelijk gesprekken tussen de chirurg en de patiënt hebben plaats gevonden die niet vast gelegd zijn die tot dit besluit hebben kunnen leiden. De indicatie kan wel zwak, onduidelijk of twijfelachtig genoemd worden.

 

(…)”

 

2.21.

Bij brief van 19 februari 2020 (productie 3 bij dagvaarding) is namens [eisende partij] aan Centramed gevraagd om – gelet op de bevindingen van [betrokkene 5] – alsnog aansprakelijkheid te erkennen en in overleg te treden over een regeling van de materiële en immateriële schade van [eisende partij] . Bij brief van 4 maart 2020 (productie 4 bij dagvaarding) heeft Centramed laten weten dat zij bij haar standpunt blijft dat er geen reden is om aan te nemen dat sprake is geweest van medisch onzorgvuldig handelen bij de behandelingen van [eisende partij] .

 

2.22.

Bij brief van 17 maart 2020 (productie 3 bij antwoord) heeft dr. [betrokkene 6] , medisch adviseur van Centramed en niet-praktiserend chirurg, aan Centramed onder meer geschreven dat hij geen zwaarwegende bezwaren ziet tegen het rapport van [betrokkene 4] . Over het rapport van [betrokkene 5] vermeldt de brief dat het een rapport betreft waarin op grond van herhaaldelijk onjuiste stellingen (klachtengevende cyste, verdwenen cyste) de indicatiestelling wordt bekritiseerd. De brief vermeldt verder dat het horen van [gedaagde partij 1] belangrijke informatie aan [betrokkene 5] had kunnen geven en dat daarmee had kunnen worden voorkomen dat veronderstellingen werden gedaan waaruit onjuiste conclusies werden getrokken. Het rapport van [betrokkene 5] is volgens Warmenhoven geen reden om de conclusies van [betrokkene 4] in twijfel te trekken.

 

2.23.

Bij brief van 1 juli 2021 aan de advocaat van [eisende partij] , met als bijlage een aanvullend rapport (productie 17b van [eisende partij] ), heeft [betrokkene 5] desgevraagd gereageerd op het rapport van [betrokkene 4] , en wel als volgt:

 

“(…)

 

Betreffende de verwijten die aan het ziekenhuis zijn gemaakt:

 

(…)

 

Samenvattend: Tijdens de schildklieroperatie rechts is er sprake geweest van professioneel handelen. Het niet gebruiken van APS, het niet toepassen van subtotale hemistrumectomie en het accidenteel verwijderen van een bijschildklier zijn allen geen valide argumenten om te bewijzen dat de heer [gedaagde partij 1] verwijtbare fouten heeft gemaakt op chirurgisch vlak.

 

2) De indicatie

 

(…)

 

Samenvattend: (…) Mijn inziens is mevrouw over behandeld en verdwenen de mechanische bezwaren al na het leeg puncteren van de cyste. Derhalve kan de diagnose multinodulair struma (ook na de CT) niet gesteld worden en was terughoudendheid gepast geweest. (…)

 

Algehele conclusie: In deze casus werd mijns inziens ten onrechte de indicatie gesteld voor het verwijderen van een gehele schildklier voor multinodulair struma (geen goed bewijs multinodulair struma CT, geen compressie of deviatie op X thorax, vage klachten) waarbij tijdens de operatie bovendien op onduidelijke gronden alleen de rechterzijde werd verwijderd. De verdenking van kwaadaardigheid kan hierbij nooit een goed beargumenteerde rol hebben gespeeld bij de beslissing anders had de linkerzijde ook verwijderd moeten worden (en deze zijde heeft de patiënte nog steeds in haar hals). Helaas ontstond een letsel van de Nrl aan de rechterzijde. Deze gebeurtenis tijdens de procedure kan niet verweten worden en is helaas gerelateerd aan de gebruikelijke risico’s zie bij deze ingreep horen zoals ook aan patiënte van tevoren werd verteld.”

 

2.24.

Op aanvullende vragen van de advocaat van [eisende partij] bij afbeeldingen uit de CT-scan die op 23 april 2012 bij [eisende partij] is gemaakt, heeft [betrokkene 5] bij brief van 2 augustus 2021 (productie 18b van [eisende partij] geantwoord):

 

“(…)

 

Ik constateer hierbij een licht vergrootte ietwat strumateuze schildklier aan de rechterzijde waarvoor wij in de dit centrum nooit een ingreep zouden doen. (…) Zoals al meerdere keren herhaald presenteerde patiënte zich met klachten aan de linkerkant van de schildklier door een cyste welke na de punctie waren verdwenen. Om dan uit verlegenheid te rechterkant maar te behandelen omdat deze op het plaatje wat groter is, is geen goede geneeskunde. Het is de taak van de arts om klachten in verband te brengen met beeldvorming. Als er geen causaal verband is, is er ook geen reden voor behandeling. (…)

 

Dat de de advocaat van het ziekenhuis met deze beelden komt van de rechterschildklier terwijl patiënte aan de linkerzijde van een cyste laat alleen maar zien dat de indicatie tot operatie niet klopte.

 

(…)”

 

2.25.

Bij brief van 19 augustus 2021 (productie 7 van [gedaagde partijen] ) heeft [gedaagde partij 1] gereageerd op de opmerkingen van [betrokkene 5] :

 

“(…)

 

Hij focust nu geheel op de indicatie en stelt dat die er niet was.

 

Dus dat er een (onterechte) operatie is uitgevoerd bij een patiënt zonder klachten.

 

Dat betwist ik.

 

Patient had klachten van de hals

 

(…)

 

Hier aan voorafgaande (op 8-3-2012) werd een cyste in de linkerschildklierhelft dmv een punktie leeggezogen. Desondanks (de cyste was inmiddels weg) hield patiente nog klachten in de hals van het MNS waarvoor verwijzing naar de chirurg. (…) Zonder klachten ga je toch niet naar een chirurgisch medisch specialist?

 

(…)

 

Ik heb 2 opties voorgesteld: of de hele schildklier te verwijderen of in ieder geval de helft met de meeste en grootste knobbels (zijnde de R helft). Het is invoelbaar dat de grootste helft het meest op de aanliggende structuren (…) drukt en de veroorzaker is van de meeste klachten. Het is niet eens de grootte op zich van de schildklier die de klachten kan geven maar ook de specifieke lokatie van de knobbel(s).

 

(…)

 

Een multinodulair struma met klachten is een relatieve operatie-indicatie

 

(…)

 

Uiteindelijk is bij mevr v Voorst na 2x een gesprek op de polikliniek voorafgaande aan de operatie in aanwezigheid van haar partner een operatievoorstel (“hele schildklier of alleen rechter helft als links meevalt”) gedaan waar zij mee instemde en waar zij informed consent voor gaf.

 

Bovendien heeft zij in afwachting van de geplande operatie (wachttijd tot operatie was ca 3 weken) nogmaals naar de polikliniek gebeld om te benadrukken dat zij bulten in de hals voelde waar zij last van had en dat de chirurg daar vooral naar moest kijken bij de operatie (zij spreekt van ‘lymfklieren’). Maw zij herbevestigde dat zij geopereerd wilde worden. Er was dus ook voldoende “bedenktijd” om de operatie af te zeggen als de klachten inmiddels over waren of de klieren/bulten verdwenen waren of wanneer zij wilde afzien van een operatie. (…)

 

De keuze voor alleen de Re helft is op basis van de CT scan en de peroperatieve bevindingen gemaakt. Bij palpatie waren er zo weinig afwijkingen te voelen links dat alleen de rechterhelft is verwijderd (…) De operatie is verlopen volgens de 2 opties die als zodanig met patiënte zijn besproken (“hele schildklier of alleen R als links meevalt”). Kortom: er is gedaan wat van te voren is afgesproken. (…)”

 

3Het geschil

3.1.

[eisende partij] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

 

[gedaagde partij 1] en/of [gedaagde partij 2] (hoofdelijk) veroordeelt tot betaling van een bedrag aan [eisende partij] ter vergoeding van haar materiële en immateriële schade die het gevolg is van de fouten die in het kader van de schildklieroperatie op 16 mei 2012 zijn gemaakt, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is/zal zijn ontstaan, althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

 

dan wel voor recht verklaart dat [gedaagde partij 1] en/of [gedaagde partij 2] jegens [eisende partij] aansprakelijk zijn voor de door haar geleden schade als gevolg van de vastgestelde fout(en);

 

[gedaagde partij 1] en/of [gedaagde partij 2] (hoofdelijk) veroordeelt in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente indien deze niet tijdig worden voldaan.

 

3.2.

[eisende partij] legt aan haar vorderingen ten grondslag, samengevat, dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de behandelingsovereenkomst die zij had gesloten met [gedaagde partij 2] en/of met [gedaagde partij 1] , dan wel met de maatschap chirurgie die is verbonden aan [gedaagde partij 2] . [eisende partij] stelt zich op het standpunt dat voorafgaand aan en gedurende de operatie die zij in het door [gedaagde partij 2] geëxploiteerde ziekenhuis heeft ondergaan en die door [gedaagde partij 1] is verricht, medisch onzorgvuldig is gehandeld. [eisende partij] houdt [gedaagde partij 1] aansprakelijk voor het letsel en de schade die zij als gevolg daarvan stelt te hebben opgelopen dan wel geleden. Op grond van artikel 7:462 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is naast [gedaagde partij 1] ook [gedaagde partij 2] voor deze schade aansprakelijk te houden, aldus [eisende partij] .

 

3.3.

[gedaagde partijen] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisende partij] in haar vorderingen, althans tot afwijzing van die vorderingen, met veroordeling van [eisende partij] in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

 

3.4.

De rechtbank zal hierna nader ingaan op de stellingen van partijen, voor zover van belang voor de beoordeling.

 

4De beoordeling

Inleiding

4.1.

Deze zaak gaat over de ingrijpende gevolgen die [eisende partij] op 58-jarige leeftijd zijn overkomen door een complicatie tijdens een operatie aan de schildklier in 2012. Tijdens de operatie is de nervus recurrens beschadigd waardoor zij een zeer zachte en soms klankloze stem heeft gekregen. Dit heeft voor haar werkzaamheden als makelaar grote gevolgen gehad. Ook haar sociale activiteiten en haar privéleven zijn ingrijpend veranderd. Met deze procedure beoogt [eisende partij] eindelijk erkenning te krijgen voor haar standpunt en schadevergoeding.

 

4.2.

De behandeling van de letselschadezaak heeft veel tijd in beslag genomen. [eisende partij] ging ervan uit dat [gedaagde partij 1] van de complicatie een verwijt kon worden gemaakt. Centramed betwistte dit en heeft bij brief van 2 januari 2014 aansprakelijkheid afgewezen. Op het verzoek van 8 januari 2015 van de advocaat van SRK Rechtsbijstand (hierna: SRK) om een onafhankelijke deskundige in te schakelen heeft Centramed afwijzend gereageerd, zodat SRK zich gedwongen zag een verzoekschrift tot voorlopig deskundigenbericht in te dienen bij de rechtbank. Dit heeft geleid tot benoeming van [betrokkene 4] als deskundige. Het deskundigenrapport met addendum van [betrokkene 4] dateert van 25 juli 2016. [betrokkene 4] heeft de complicatie van de beschadiging van de nervus recurrens als niet-verwijtbaar aangemerkt. Centramed heeft op grond van dit deskundigenrapport de aansprakelijkheid wederom afgewezen. Omdat [eisende partij] zich niet kon verenigen met de afwijzing, heeft zij [betrokkene 5] benaderd met dezelfde vraagstelling als aan [betrokkene 4] is voorgelegd. [betrokkene 5] heeft op 29 oktober 2019 gerapporteerd. Ook volgens [betrokkene 5] is [gedaagde partij 1] geen verwijt te maken van het optreden van de complicatie, maar is wel sprake van andere tekortkomingen. Centramed acht zich niet gebonden aan het deskundigenrapport van [betrokkene 5] . Het deskundigenrapport van [betrokkene 4] is volgens haar bindend tussen partijen, omdat niet is gebleken van zwaarwegende bezwaren tegen het deskundigenrapport van [betrokkene 4] . Daarop is [eisende partij] overgegaan tot dagvaarding van [gedaagde partijen] in december 2020.

 

De kern van het geschil

 

4.3.

Deze zaak draait om de vraag of [gedaagde partij 1] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de met [eisende partij] gesloten behandelingsovereenkomst door voorafgaand aan en gedurende de schildklieroperatie die hij op 16 mei 2012 bij [eisende partij] heeft verricht medisch onzorgvuldig te handelen als gevolg waarvan [eisende partij] letsel heeft opgelopen en schade heeft geleden.

 

4.4.

Volgens [eisende partij] zijn de volgende fouten gemaakt. Ten eerste was geen sprake van informed consent: [eisende partij] is voorafgaand aan de operatie onvoldoende voorgelicht over de bestaande risico’s en alternatieven. Ten tweede is de operatie volgens [eisende partij] uitgevoerd hoewel daarvoor geen indicatie bestond. Ten slotte is volgens [eisende partij] tijdens de operatie op onduidelijke gronden afgeweken van het poliklinisch opgestelde operatieplan, zonder haar daarbij te betrekken. De rechtbank zal de gestelde fouten hierna bespreken.

 

Informed consent

 

4.5.

Op grond van artikel 7:448 van het Burgerlijk Wetboek (BW) rust op de hulpverlener de verplichting om de patiënt op duidelijke wijze in te lichten over onder meer de voorgestelde behandeling, de te verwachten gevolgen en risico’s daarvan voor de gezondheid van de patiënt en andere mogelijke methoden van onderzoek en behandelingen al dan niet uitgevoerd door andere hulpverleners. Op die wijze wordt de patiënt in staat gesteld een weloverwogen besluit te nemen en toestemming ex artikel 7:450 BW te verlenen voor een voorgestelde behandeling.

 

4.6.

In dit kader voert [eisende partij] aan dat zij voorafgaand aan de ingreep onvoldoende is voorgelicht over de risico’s die daaraan waren verbonden. Volgens [eisende partij] heeft [gedaagde partij 1] haar verteld dat het risico op nervus recurrensletsel van 1-2% slechts tijdelijk letsel betrof en geen blijvend letsel. [eisende partij] wijst daartoe op de notitie van [gedaagde partij 1] van 27 april 2012 in het medisch dossier (zie 2.7), dat hij [eisende partij] heeft geïnformeerd over het risico op letsel aan de stembandzenuw:

 

“Informed consent: (hypocalciemie, stem (nervus recurrens letsel 1-2%), nabloeding genoemd): ja”

 

Tevens wijst [eisende partij] op de website van het [gedaagde partij 2] , waarop bij de schildklieroperatie de volgende informatie staat vermeld (productie 15 bij dagvaarding):

“Specifieke complicaties kunnen zijn:

 

letsel van de stembandzenuw (0,5-2,5%)

 

tekort aan bijschildklierhormoon (1,5% bij totale strumectomie)

 

Letsel van de stembandzenuw blijkt gelukkig veelal van voorbijgaande aard te zijn. (…)”

 

Volgens [eisende partij] blijkt uit deze informatie dat volgens het [gedaagde partij 2] het risico op blijvend letsel nagenoeg nihil is, omdat letsel van de stembandzenuw veelal van voorbijgaande aard is. [eisende partij] betoogt dat deze informatie haar stelling ondersteunt dat zij slechts is geïnformeerd over de mogelijkheid van tijdelijk letsel. Zelfs nu, ruim acht jaar nadat de ingreep bij [eisende partij] is uitgevoerd, worden patiënten van het [gedaagde partij 2] voorgelicht met informatie waaruit blijkt dat de kans op blijvend letsel van de stembandzenuw vrijwel nihil is. Dan is het aannemelijk dat [gedaagde partij 1] [eisende partij] in april 2012 vergelijkbare informatie heeft verstrekt, aldus [eisende partij] . Het in het dossier genoteerde risico van 1-2% ziet – gelet op de bovengenoemde informatie – zeer waarschijnlijk op tijdelijk letsel van de stembandzenuw en niet op blijvend letsel, zo stelt [eisende partij] .

 

Zij voert aan dat zij, als zij zou zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van blijvend letsel aan de stembanden, zou hebben afgezien van het laten verrichten van de ingreep, zeker nu zij ten tijde van deze beslissing en de operatie geen ernstige klachten meer ondervond.

 

4.7.

[gedaagde partijen] betwist dat [gedaagde partij 1] [eisende partij] onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijke risico’s van de ingreep. Hij verwijst daartoe onder meer naar het medisch dossier, waarin hij heeft aangetekend welke risico’s met [eisende partij] zijn besproken en dat informed consent werd verkregen. Daarnaast verwijst [gedaagde partijen] naar het rapport van [betrokkene 4] , waarin eveneens is vastgesteld dat [eisende partij] op de juiste wijze is geïnformeerd. Zo schrijft [betrokkene 4] op pagina 7 van het addendum bij zijn rapport (zie 2.18) “dat een patiënt voorgelicht behoort te worden over de kans op definitieve uitval van de zenuw. Ik kan echter op geen enkele manier staven, dat dit niet gebeurd zou zijn. Uit de aantekeningen blijkt het tegendeel. (…)”

 

4.8.

Mede in het licht van dit verweer heeft [eisende partij] onvoldoende onderbouwd dat geen sprake is van informed consent omdat [gedaagde partij 1] haar heeft verteld dat het risico op letsel aan de stembandzenuw uitsluitend tijdelijk letsel zou betreffen en niet dat ook een kans op blijvend letsel bestond. Dat [gedaagde partij 1] dit zou hebben gezegd, blijkt niet uit zijn notities in het medisch dossier. Evenmin blijkt het uit de informatie die op de website van het [gedaagde partij 2] staat vermeld. Overigens heeft [eisende partij] deze informatie zelf pas gezien, nadat de operatie al had plaatsgevonden. Nog daargelaten dat algemene informatie op de website – van ruim acht jaar na dato – niet bepalend is voor hetgeen [gedaagde partij 1] voorafgaand aan de operatie in 2012 aan specifieke informatie aan [eisende partij] heeft gegeven, berust de stellingname van [eisende partij] op een onjuiste interpretatie van hetgeen op de website staat vermeld. De website vermeldt immers dat letsel veelal van voorbijgaande aard blijkt te zijn. Daarmee wordt blijvend letsel niet uitgesloten. Voor zover [eisende partij] zich beroept op het deskundigenrapport van [betrokkene 5] , geldt dat [betrokkene 5] ervan uitgaat dat informed consent is verkregen (zie 2.19). De door [betrokkene 4] gebezigde motivering, die erop neerkomt dat uit de aantekeningen in het medisch dossier blijkt dat [eisende partij] is voorgelicht over de risico’s op blijvend letsel aan de stembandzenuw, komt de rechtbank overtuigend voor. Gezien het voorgaande komt naar het oordeel van de rechtbank niet vast te staan dat informed consent heeft ontbroken. In zoverre is dus geen sprake van een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde partijen]

 

Afwijken van operatieplan

 

4.9.

Met een beroep op het deskundigenrapport van [betrokkene 5] is volgens [eisende partij] de aard van de uiteindelijk uitgevoerde operatie onbegrijpelijk en ongefundeerd. Zij voert aan dat zonder opgaaf van redenen werd afgeweken van het op de polikliniek genoteerde operatieplan, waardoor uiteindelijk de rechterhelft van de schildklier werd verwijderd, terwijl de initiële cyste zich links bevond. Pas na de operatie is het [eisende partij] duidelijk geworden dat [gedaagde partij 1] geen totale thyroïdectomie heeft uitgevoerd, maar een hemithyroïdectomie rechts. Dat betekent dat de operatie zonder de op grond van artikel 7:450 BW vereiste toestemming is verricht, aldus [eisende partij] .

 

4.10.

De rechtbank wijst erop dat aantekeningen in het medisch dossier doorgaans korte notities zijn van hetgeen is besproken (zie 2.7). De aanvullende toelichting hierop van [gedaagde partij 1] (zie 2.25) wordt betrokken in de beoordeling. [gedaagde partijen] wijst er terecht op dat hij pre-operatief heeft geadviseerd tot een totale thyroïdectomie of alleen rechts als links peroperatief meevalt. [betrokkene 4] wijst hier ook op in zijn rapport. Hieruit blijkt dat voorafgaand aan de operatie wel degelijk al rekening werd gehouden met een hemithyreoïdectomie rechts in plaats van een totale thyreoïdectomie. [gedaagde partij 1] heeft tijdens de operatie vastgesteld dat de linkerzijde van de schildklier niet bijdroeg aan de klachten van [eisende partij] en heeft toen besloten tot een hemithyreoïdectomie rechts. Dat is in overeenstemming met het bovengenoemde pre-operatieve advies. Van het zonder toestemming afwijken van het operatieplan, zoals [eisende partij] stelt, is dan ook geen sprake. Ook in zoverre is dus geen sprake van een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde partijen]

 

Indicatie

 

4.11.

Daarmee spitst het geschil zich toe tot de vraag of voor de operatie een voldoende indicatie bestond. [eisende partij] betoogt dat vanwege de afwezigheid van klachten en de afwezigheid van de initiële cyste na de punctie, de indicatie voor een schildklieroperatie ontbrak. Ook het enkele vermoeden van maligniteit van de cyste – die was verdwenen na de punctie – is geen afdoende indicatie voor een schildklieroperatie, aldus [eisende partij] . [eisende partij] verwijst hierbij naar het rapport van [betrokkene 5] , waarin als alternatieven worden genoemd eerst een (aantal) jaar observeren en misschien jaarlijks een echo, of behandeling met radioactief jodium. [eisende partij] wijst er verder op dat beide deskundigen aangeven dat in dit geval sprake was van een relatieve indicatie. Met andere woorden: er was geen sprake van een absolute indicatie en een ingreep was niet noodzakelijk, aldus [eisende partij] . Volgens [eisende partij] had [gedaagde partij 1] haar tegen zichzelf in bescherming moeten nemen en behandeling moeten weigeren, nu er nauwelijks behandelwinst was, maar wel risico’s, die zich ook hebben verwezenlijkt. Bovendien waren de klachten inmiddels verdwenen.

 

4.12.

[gedaagde partij 1] erkent dat sprake is van een relatieve operatie-indicatie. [eisende partij] had een vergrote schildklier. Dat [eisende partij] geen klachten meer had, betwist [gedaagde partij 1] . [eisende partij] kwam met klachten in de keel bij slikken en klachten van wegvallen van de stem. [gedaagde partij 1] merkt op dat het stellen van een relatieve indicatie maatwerk is en de beslissing om wel of niet te opereren per patiënt kan verschillen. Bij een sensitieve patiënt zoals [eisende partij] kan een kleine knobbel die net tegen de slokdarm ligt het gevoel geven dat er steeds bij iedere slikbeweging iets in de keel zit dat meebeweegt. Een knobbel kan ook net op de stembandzenuw drukken wat af en toe heesheid kan geven. [eisende partij] heeft tweemaal op de polikliniek een gesprek voorafgaand aan de operatie gehad. Er is ongeveer drie weken wachttijd geweest voor de operatie, zodat [eisende partij] , als zij inderdaad geen klachten meer had, de operatie had kunnen afzeggen. Zij heeft echter voorafgaand aan de operatie naar de polikliniek gebeld om te benadrukken dat zij lymfeklieren in de hals voelde met de vraag of de chirurg voor of tijdens de operatie daarnaar wilde kijken, aldus [gedaagde partij 1] .

 

4.13.

Omdat er geen sprake is van maligniteit, gaat het om een relatieve indicatie: multinodulair struma (MNS) met mechanische klachten. De aanwezigheid van klachten moet rechtvaardigen dat operatief wordt ingegrepen. Beide deskundigen onderschrijven dit uitgangspunt.

 

Omdat [eisende partij] na de punctie van de cyste nog te veel hinder ondervond, heeft zij ervoor gekozen om in maart 2012 [gedaagde partij 1] te consulteren om de voors en tegens van een operatie te bespreken. [gedaagde partij 1] beschrijft in de brief van 20 maart 2012 aan de huisarts de klachten waarvan [eisende partij] dan last heeft: voelt het met slikken, stem slaat af en toe weg. Tussen de punctie en het bezoek aan [gedaagde partij 1] ligt drieënhalve week. In die periode kon de hinder die [eisende partij] van de cyste ondervond, afnemen. Als na de punctie van de cyste klachten blijven voortduren, kan dit een aanwijzing zijn dat MNS mede daarvan de oorzaak is. [betrokkene 5] heeft deze omstandigheid in het geheel niet in zijn overwegingen betrokken.

 

4.14.

[eisende partij] heeft op de zitting verklaard dat zij ten tijde van de operatie geen klachten meer had. De heesheid was al verdwenen bij het consult bij de KNO-arts. De brok in de keel door de cyste is volgens [eisende partij] na de punctie geleidelijk aan verdwenen.

 

4.15.

De bewijslast van de stelling dat [eisende partij] op het moment van de operatie geen klachten meer had, rust op [eisende partij] . Strikt genomen is de verklaring van [eisende partij] geen getuigenverklaring in de zin van artikel 164 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), omdat ze niet onder ede is afgelegd. In artikel 152 lid 2 Rv is aan de rechter de bevoegdheid verleend om het beschikbare bewijs te waarderen, tenzij de wet anders bepaalt. Omdat het hier een verklaring van de partij betreft brengt de beperking van artikel 164 lid 2 Rv mee dat, met betrekking tot de feiten die moeten worden bewezen door de partij die de verklaring heeft afgelegd, aan die verklaring slechts bewijs ten voordele van die partij kan worden ontleend, indien aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigenverklaring voldoende geloofwaardig maken. Dat aanvullende bewijs is niet voorhanden. Het deskundigenrapport van [betrokkene 4] gaat ervan uit dat in verband met de aanwezige klachten een indicatie bestond voor de hemistrumectomie (zie 2.17). [betrokkene 4] heeft [eisende partij] in het kader van het deskundigenonderzoek zelf gesproken en onderzocht. In de anamnese is niet opgenomen dat [eisende partij] gezegd zou hebben dat de klachten ten tijde van de operatie niet meer aanwezig waren. Ook het deskundigenrapport van [betrokkene 5] kan niet als zodanig worden aangemerkt, omdat [betrokkene 5] concludeert dat er zeer waarschijnlijk geen actieve klacht is ten tijde van de operatie. Dat is niet zodanig sterk dat het de verklaring van [eisende partij] voldoende geloofwaardig maakt. Daar komt bij de omstandigheid dat [eisende partij] in de wachttijd voor de operatie naar de polikliniek chirurgie heeft gebeld met de vraag of er voor of bij operatie naar de vergrote lymfeklieren in de hals kon worden gekeken. Daaruit heeft [gedaagde partij 1] mogen afleiden dat [eisende partij] nog steeds klachten had en geopereerd wilde worden. Als [eisende partij] inderdaad geen klachten meer had (kort) voor de operatie, had zij met haar huisarts kunnen overleggen wat ze het beste kon doen. Ook dat is niet gebeurd. Dat betekent dat niet is komen vast te staan dat [eisende partij] ten tijde van de operatie geen klachten meer had. Dat betekent dat niet bewezen is dat bij de indicatiestelling sprake is geweest van een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde partijen]

 

4.16.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen zullen worden afgewezen.

 

4.17.

[eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde partijen] worden begroot op:

 

– griffierecht 667,00

 

– salaris advocaat 1.407,50 (2,5 punten × tarief € 563,00)

 

Totaal € 2.074,50

 

5De beslissing

De rechtbank

 

5.1.

wijst de vorderingen af,

 

5.2.

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde partijen] tot op heden begroot op € 2.074,50,

 

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

 

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2021.

 

JE/St

 

1p. 7 van het rapport van 25 juli 2016

 

2p. 9 van het rapport van 25 juli 2016

 

3p. 10/11 van het rapport van 25 juli 2016

 

4p. 12 van het rapport van 25 juli 2016

 

5p. 19 van het rapport van 25 juli 2016

 

6p. 20 van het rapport van 25 juli 2016

 

7p. 7 van het Addendum

 

8p. 1 van Chirurgische expertise van [betrokkene 5]

 

9p. 2/3 van Chirurgische expertise van [betrokkene 5]

 

10p. 3 van Chirurgische expertise van [betrokkene 5]

 

11p. 3/4 van Chirurgische expertise van [betrokkene 5]

 

12p. 4 van Chirurgische expertise van [betrokkene 5]

 

13p. 5 van Chirurgische expertise van [betrokkene 5]

 

14p. 6 van Chirurgische expertise van [betrokkene 5]

Heeft u een account? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey