Hof: Schending zorgplicht artikel 7:658 BW of huis- tuin en keukenongeluk?

Samenvatting:

Werkneemster stelt dat zij tijdens het werk gevallen in het vriesvak, omdat zij met haar voet in een rolcontainer is blijven steken. Ze stelt dat zij daardoor schade heeft geleden. Inzet van deze procedure is de vraag of werkgever aansprakelijk is voor die gestelde schade.

Het hof komt tot het oordeel dat werkneemster de door haar gestelde toedracht van het ongeval voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Daarbij geeft het hof aan dat niet van haar kan worden verlangd de precieze toedracht aan te tonen. Ook heeft werkneemster voldoende gesteld en onderbouwd dat zij schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden en dat er een causaal verband tussen die schade en werkzaamheden bestaat. Het hof komt tot het oordeel dat werkgever haar zorgplicht heeft geschonden en dat zij aansprakelijk is voor de schade die werkneemster daardoor heeft geleden. In de schadestaatprocedure zal de rechter moeten beoordelen welke klachten in causaal verband staan met het ongeval en wat de hoogte van de door werkneemster geleden schade is.

ECLI:NL:GHARL:2023:7035

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 22-08-2023
Datum publicatie 24-08-2023
Zaaknummer 200.311.454
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken

Inhoudsindicatie

Hoger beroep

Arbeidsrecht. Bedrijfsongeval. Schending zorgplicht artikel 7:658 BW of huis- tuin en keukenongeluk?

Verklaring voor recht dat werkgever onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden en veroordeling tot vergoeding schade werknemer op te maken bij staat.

Vindplaatsen Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof: 200.311.454

(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede: 9014904)

arrest van 22 augustus 2023

in de zaak van

[appellante] die woont in [woonplaats1] die hoger beroep heeft ingesteld en bij de kantonrechter optrad als eiseres hierna: [de werkneemster] advocaat: mr. M. Inan

tegen

Enschede Kalanderstraat B.V., ook handelend onder de naam McDonalds Kalanderstraat Enschede Kalanderstraat B.V.

die is gevestigd in Enschede die ook hoger beroep heeft ingesteld en bij de kantonrechter optrad als gedaagde hierna: McDonalds advocaat: mr. G.J. Kerver

  • Het verloop van de procedure in hoger beroep
    • Naar aanleiding van het arrest van 7 februari 2023 heeft op 18 juli 2023 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [de werkneemster] bij akte een nadere productie overgelegd. Bovendien heeft [de werkneemster] de dag voor de mondelinge behandeling nog enkele foto’s overgelegd.
    • Hierna heeft het hof arrest bepaald.
  • De kern van de zaak
    • [de werkneemster] is in dienst geweest bij McDonalds. Zij is in 2018 tijdens het werk gevallen en stelt dat zij daardoor schade heeft geleden. Inzet van deze procedure is de vraag of McDonalds aansprakelijk is voor die gestelde schade.
    • [de werkneemster] heeft bij de kantonrechter gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat McDonalds onrechtmatig heeft gehandeld en dat McDonalds wordt veroordeeld om haar schade te vergoeden. Die schade moet nader worden bepaald in een schadestaatprocedure.
    • De kantonrechter heeft deze vorderingen afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep van [de werkneemster] is dat de afgewezen vorderingen alsnog worden toegewezen. McDonalds vindt sommige overwegingen van de kantonrechter niet juist en bestrijdt die in het incidenteel hoger beroep.
  • Het oordeel van het hof

1.          de beslissing van het hof

3.1. Het hof zal beslissen dat de vorderingen van [de werkneemster] worden toegewezen. Deze beslissing wordt hierna uitgelegd. de achtergrond van de zaak

3.2. Het hof gaat uit van de feiten die de kantonrechter heeft vastgesteld in het tussenvonnis van 19 oktober 2021 onder 2. [de werkneemster] voert in hoger beroep tegen die feiten geen concrete bezwaren aan. Met nieuwe of aanvullende stellingen van [de werkneemster] houdt het hof rekening, voor zover relevant voor de beoordeling. In het kort gaat het om het volgende.

3.3. [de werkneemster] is per 1 juni 2018 in dienst getreden bij McDonalds als [functie] . Daarvoor heeft zij enkele jaren bij andere vestigingen van McDonalds gewerkt als crewmedewerker en crewtrainer. Op zaterdag 14 juli 2018 gaat [de werkneemster] rond lunchtijd een doos friet gaan halen uit de vriescel om de voorraad friet in het restaurant aan te vullen. Het is dan druk in het restaurant en er is geen floormanager aanwezig. De doos friet staat op een rijdbare rolcontainer in de vriescel. Bij het pakken van de doos valt [de werkneemster] , naar haar zeggen omdat haar voet in het gaas van de rolcontainer is blijven steken. Zij wordt door een collega op de vloer gevonden. Er wordt een ambulance gebeld en [de werkneemster] wordt per ambulance naar de Spoedeisende Hulp (SEH) gebracht. Na observatie en pijnstilling gaat ze naar huis. Enkele dagen later meldt [de werkneemster] zich (via de huisarts) opnieuw bij de SEH vanwege onder meer incontinentieklachten.

3.4 McDonalds doet op 23 juli 2018 melding van het ongeval bij de Inspectie SZW. Bij brief van 22 maart 2019 bericht de Inspecteur aan McDonalds:

  • dat het volgens de medisch adviseur aannemelijk is dat het letsel van [de werkneemster] causaal verband houdt met het haar overkomen ongeval
  • dat het risico van het bekneld raken van een voet tussen het gaas van een rolcontainer als eenrestrisico wordt gezien, en
  • dat hij geen overtreding van de Arbowetgeving heeft kunnen vaststellen dat causaal verbandhoudt met dit ongeval.
    • [de werkneemster] is volledig ongeschikt en ontvangt sinds 30 augustus 2022 een Wia-uitkering. toetsingskader aansprakelijkheid bedrijfsongeval
    • [de werkneemster] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat McDonalds haar zorgplicht als werkgever, zoals omschreven in de wet (artikel 7:658 BW) heeft geschonden. Daarom is

McDonalds aansprakelijk voor het bedrijfsongeval dat [de werkneemster] is overkomen en moet zij haar schade vergoeden. Het toetsingskader voor deze vordering heeft de kantonrechter juist weergegeven in het vonnis. Dit luidt als volgt.

  • Het uitgangspunt bij de toepassing van artikel 7:658 BW is dat de werknemer die zijn werkgever op grond van lid 2 aanspreekt, dient te stellen (en bij gemotiveerde betwisting te bewijzen) dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden en dat een oorzakelijk verband bestaat tussen de schade en de uitoefening van de werkzaamheden waarin de schade gesteld wordt te zijn geleden. De juiste toedracht van het ongeval hoeft de werknemer daarbij niet te stellen.
  • Als komt vast te staan dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden, is de werkgever in beginsel aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij niet tekort geschoten is in zijn zorgplicht als bedoeld in lid 1. Hiervoor hoeft niet vast te staan aan welke oorzaak het ongeval van de werknemer te wijten is. Staat de toedracht vast, dan kan de werkgever volstaan met aan te tonen dat hij heeft voldaan aan alle op hem rustende verplichtingen teneinde dit specifieke ongeval te voorkomen. Onduidelijkheid over de toedracht van het ongeval betekent een ruimere bewijslast voor de werkgever. Slaagt de werkgever er niet in bewijs te leveren dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan, dan is het causaal verband tussen

zijn tekortkoming en het ongeval van belang, omdat ook hier geldt dat de omstandigheid dat hierover onduidelijkheid bestaat, een groter bewijsrisico voor de werkgever meebrengt. Deze verdeling van de stelplicht en bewijslast heeft als achtergrond dat van een werknemer mag worden verlangd dat hij stelt en zo nodig bewijst dat hij in de uitvoering van zijn werkzaamheden schade heeft opgelopen, maar niet dat ook van hem mag worden verlangd dat hij aantoont wat nu precies de toedracht of oorzaak is geweest1. het ongeval

  • Het hof moet dus allereerst beoordelen of [de werkneemster] schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden en of er een causaal verband is tussen beide. McDonalds betwist zowel (de toedracht van) het ongeval als de schade.
  • McDonalds betwist niet dat [de werkneemster] is gevallen in de vriescel. Dat blijkt ook voldoende uit feiten: zij is op de vloer van de vriescel (al dan niet deels daarbuiten) gevonden door een collega, door een ambulance opgehaald en naar het ziekenhuis gebracht. De betwisting van McDonalds spitst zich toe op de toedracht van het ongeval. Daarover stelt [de werkneemster] dat zij naar een frietdoos achterop de rolcontainer moest reiken. Zij heeft haar linkervoet op de rolcontainer gezet om erbij te kunnen. Bij het optillen van de doos is haar voet bekneld geraakt in het raster van de rolcontainer, waarop zij heeft geprobeerd haar voet los te trekken. Bij die beweging is de rolcontainer mogelijk iets in beweging gekomen en vervolgens is zij achterover gevallen tegen een stelling. Volgens McDonalds is het onmogelijk dat de voet van [de werkneemster] bekneld is geraakt in het raster.
  • McDonalds heeft op verzoek van het hof de bodem van een rolcontainer, die vergelijkbaar is met de rolcontainer die op de dag van het ongeval in de vriescel stond, meegenomen naar de mondelinge behandeling. De afbeelding toont het raster van de bodem.

[de werkneemster] had de schoen die zij tijdens het ongeval droeg bij zich. Het hof heeft geconstateerd dat de schoen te breed is om recht door het raster te schieten. Het raster is ongeveer 4,8 cm breed en 13 cm lang. Als de schoen een kwartslag wordt gedraaid kan deze wel (en ook vrij makkelijk) door het raster. McDonalds heeft erop gewezen dat bij het draaien van de voet in de lengterichting van het raster een zeer onnatuurlijke (en daarom onmogelijke) houding ontstaat. Leden van het hof hebben dit (voorzichtig) uitgeprobeerd. De conclusie van het hof is dat het wel mogelijk is dat de schoen van [de werkneemster] schuin in de lengterichting in het raster bekneld is geraakt als de voet schuin op het raster is geplaatst. Steun voor deze toedracht van het ongeval is te vinden in de twee foto’s die [de werkneemster] voor de zitting heeft overgelegd. Deze foto’s heeft een vriend gemaakt toen [de werkneemster] na de val was opgenomen op de SEH. Op de foto is duidelijk een rode plek en schaafwond op de wreef te zien. Dat letsel duidt op een (forse) beknelling. Daarnaast is van belang dat [de werkneemster] een relatief kleine schoenmaat (37) heeft, dat de spijlen van het raster dun en rond zijn (waardoor daar relatief makkelijk vanaf gegleden kan worden) en dat, zoals [de werkneemster] stelt, de vriescel in het algemeen vochtig zal zijn en de schoen tijdens het werk glad geworden kan zijn door vet of vocht. Dat die laatste omstandigheden zich ook in de praktijk voordoen blijkt uit het feit dat de vriescel een anti-slipvloer heeft en de werknemers van McDonalds veiligheidsschoenen met anti-slipzolen dragen. Bovendien maakte [de werkneemster] een reikende beweging naar de doos friet die achterop de rolcontainer stond, zodat wel mogelijk is dat zij haar voet inderdaad schuin en meer in de lengterichting op het raster heeft geplaatst. Daarnaast had zij de doos friet van 12,5 kg in haar handen waardoor zij extra gewicht droeg. Ook dient bedacht te worden dat gebeurtenissen bij een ongeval als dit zich snel opvolgen. Als de voet bekneld raakt en een onnatuurlijke houding ontstaat zal, zoals [de werkneemster] ook stelt dat is gebeurd, de neiging zijn om onmiddellijk een terugtrekkende beweging te maken met het risico van vallen. Van het valletsel aan de rug heeft de vriend van [de werkneemster] ook een foto gemaakt. Op de rug van [de werkneemster] is een forse rode verkleuring te zien, die volgens [de werkneemster] is ontstaan toen zij achterovervallend tegen een stelling is aangekomen, waarbij zij haar rug heeft bezeerd. Tot slot houdt het hof er rekening mee dat McDonalds ook geen ander mogelijk scenario heeft geschetst die het letsel kan verklaren.

  • Het hof komt al met al tot het oordeel dat [de werkneemster] de door haar gestelde toedracht van het ongeval voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Anders dan McDonalds stelt is het niet zo dat [de werkneemster] steeds een andere lezing van de feiten geeft. Zoals hiervoor al is overwogen zal een ongeval als dit zich heel snel voltrekken. Dat zij niet heel precies weet hoe het ongeval plaatsvond, maar dat voor een deel achteraf invult, is inherent aan een dergelijk ongeval. Bovendien is uitgangspunt van de rechtspraak dat van de werknemer niet verlangd mag worden om de precieze oorzaak of toedracht aan te tonen (zie hiervoor). in de uitoefening van de werkzaamheden
  • Volgens McDonalds vond het ongeval niet plaats in de uitoefening van de werkzaamheden van [de werkneemster] . Zij was [functie] en tot haar takenpakket hoorde niet het aanvullen van de voorraad friet. Dat was het werk van de crewmedewerkers en [de werkneemster] had die taak niet zelf moeten doen.
  • Het hof passeert dit verweer en onderschrijft het oordeel van de kantonrechter. Het criterium “de uitoefening van de werkzaamheden” moet ruim worden uitgelegd. Vaststaat dat het ongeval plaatsvond op een druk tijdstip, tijdens de lunch op de zaterdagmiddag. [de werkneemster] stond op de werkvloer en was op dat moment alleen verantwoordelijk, omdat er geen floormanager aanwezig was. Zij was pas kort [functie] en moest dat vak nog leren. Het zelf aanvullen van de voorraad friet (in plaats van dat te vragen aan een van de crewmedewerkers aan wie zij leiding gaf) is in die omstandigheden niet zodanig wezensvreemd aan haar functie dat er geen verband zou zijn met de door haar uitgeoefende haar werkzaamheden. schade als gevolg van het ongeval
  • [de werkneemster] voert aan dat zij vier jaar na het ongeval nog steeds ernstige klachten heeft:

incontinentie klachten, weglopende ontlasting, pijn in de rug, dode zenuwen in de liezen en bij de schaamstreek (gevoelloos) en zenuwpijn. Zij is beperkt in het lopen (heeft een rolstoel en scootmobiel), afhankelijk van hulp van derden, arbeidsongeschikt en depressief. [de werkneemster] heeft diverse medische stukken overgelegd ter onderbouwing van haar klachten. McDonalds betwist dat [de werkneemster] schade heeft geleden door het ongeval. Zij verwijst naar de rapportages van haar medisch adviseur. Er zijn geen (neurologische) afwijkingen geconstateerd. De gestelde klachten kunnen volgens McDonalds niet worden gerelateerd aan het ongeval.

  • Het hof oordeelt dat [de werkneemster] voldoende heeft onderbouwd dat zij door het ongeval schade heeft geleden. In elk geval is er voldoende vereist causaal verband aanwezig tussen het ongeval en letsel aan de voet en rug. Dat de ervaren klachten van [de werkneemster] (allemaal) kunnen worden toegeschreven aan het ongeval is in deze fase van de procedure niet vereist. Voldoende is dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is. McDonalds betwist overigens niet dàt [de werkneemster] de door haar gestelde gezondheidsklachten heeft, wel (met medisch adviezen onderbouwd) dat deze veroorzaakt zijn door de val. [de werkneemster] stelt dat zij om financiële redenen in dit stadium van de procedure (waarin de aansprakelijkheid niet vaststaat) niet in staat is om zelf een medisch adviseur in te schakelen om het causaal verband nader te onderbouwen en de adviezen van de medisch adviseur van McDonalds te betwisten. [de werkneemster] procedeert op basis van een toevoeging, zodat dat voldoende aannemelijk is. Zij heeft wel de medische stukken die zij bezit overgelegd, waarmee zij de door haar ervaren klachten onderbouwt. Ook wijst zij op het oordeel van de medisch adviseur van de Inspectie SZW. Dit oordeel houdt in dat aannemelijk is dat de gezondheidsklachten van [de werkneemster] causaal verband houden met het ongeval (zie de brief onder 3.4). Verder is van belang dat [de werkneemster] na het ongeval door de SEH is onderzocht in verband met “contusie LWK [lumbale wervelkolom] na val” en pijnstilling heeft gekregen. De foto’s van direct na het ongeval tonen letsel aan de rug aan. Twee dagen na het ongeval ontstonden incontinentieklachten die nog steeds voortbestaan en [de werkneemster] had voor het ongeval dergelijke klachten niet. tussenconclusie
  • Omdat [de werkneemster] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden en dat er een causaal verband tussen die schade en de werkzaamheden bestaat, is McDonalds in beginsel aansprakelijk, tenzij zij aantoont dat zij niet is tekortgeschoten in haar zorgplicht. Het hof komt dus nu aan de beoordeling van die zorgplicht toe. Met verwijzing naar een recente conclusie van de Advocaat-generaal bij de Hoge Raad2 wordt daarbij het volgende kader vooropgesteld.

2.          zorgplicht werkgever

3.18 Vertrekpunt is dat art. 7:658 BW geen absolute waarborg voor bescherming van de werknemer biedt, maar wel een hoog veiligheidsniveau verlangt. De werkgever gaat daarom niet snel vrijuit. Art. 7:658 lid 1 BW verplicht de werkgever om maatregelen te nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Wat dat inhoudt (of maatregelen nodig zijn en, zo ja, welke), hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de werkzaamheden, de kans dat zich een ongeval zal voordoen, de ernst die de gevolgen van een ongeval kunnen hebben en de mate van bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen. In de context van art. 7:658 BW gaat het in het bijzonder ook om de aard van de werkzaamheden én het gegeven dat werknemers zelf niet altijd voorzichtig genoeg zijn. Beide factoren bepalen in belangrijke mate wat de risico’s voor de werknemer zijn en wat daarom van de werkgever kan worden verlangd.

3.19 Tegelijkertijd gaat de zorgplicht niet zo ver dat de werkgever zijn werknemers tegen iedere vorm van gevaar moet beschermen en hen absolute veiligheid moet bieden bij de uitoefening van hun werkzaamheden. Ook in het kader van het werk is er een zeker ‘normaal maatschappelijk risico’ waarvoor een getroffen werknemer zijn werkgever niet met succes kan aanspreken. Het zal dan gaan om ongevallen die eigenlijk meer met (on)oplettendheid van de werknemer te maken hebben dan met een gebrekkige organisatie van het werk of een gebrekkige inrichting van de werkplek.

3.20 De grens tussen een bedrijfsongeval of een ongelukkige samenloop van omstandigheden is niet altijd makkelijk te trekken. Ook in deze zaak zijn er argumenten om aan te nemen dat het ongeval aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden of onoplettendheid van [de werkneemster] is te wijten. Niettemin komt het hof tot een ander oordeel. Daarbij zijn de volgende omstandigheden van belang.

3.          de feitelijke situatie in de vriescel en instructies/maatregelen

3.21 De voorraad frietdozen stond opgestapeld op een rolcontainer in de vriescel. De ruimte in de vriescel is beperkt (circa 3 x 2 meter). De rolcontainer heeft geen rem. [de werkneemster] stelt dat de rolcontainer mogelijk heeft bewogen op het moment dat zij haar voet uit het raster wilde trekken. Niet duidelijk is of de opening van de rolcontainer met de rug naar de muur stond, wat de bedoeling is, of dat deze een kwart slag gedraaid stond, zoals [de werkneemster] stelt. McDonalds heeft niet direct na het ongeval een onderzoek ingesteld of foto’s gemaakt. Zij heeft ook pas negen dagen na het ongeval een melding gedaan bij de Arbeidsinspectie. De plaatsing van de rolcontainer ten tijde van het ongeval is daarom niet meer te achterhalen. Mogelijk is die exacte plaatsing voor het ontstaan van het ongeval niet van belang, maar als de container gedraaid stond kan het ook zo zijn dat deze meer speling had om te gaan rijden. Hoe dan ook is een rolcontainer met een raster als bodem niet een stabiele constructie om voorraden te bewaren, zeker als er sprake is van gladheid of vocht. Daarbij is van belang dat de metalen spijlen van het raster relatief dun en rond zijn. Dat McDonalds zich hier ook van bewust is blijkt uit haar standpunt dat zij de instructie aan haar (crew)medewerkers geeft dat deze niet op de rolcontainer mogen gaan staan.

3.22 De frietdozen staan in vier stapels – twee voor en twee achter – op de rolcontainer. De stapels zijn vijf tot zes dozen hoog. Tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht dat het afhalen van de dozen voor het aanvullen van de voorraad in het restaurant normaliter per laag zal gebeuren, zodat de stapels onderling nooit meer dan één doos hoger zijn dan de andere. Of dat ook een instructie is, is niet gebleken. Vaststaat dat ten tijde van het ongeval de voorste rijen dozen leeg waren en dat er achterop nog twee dozen links en een doos rechts op het raster stonden. [de werkneemster] heeft de bovenste (dus tweede) doos links gepakt. Zij moest daarvoor een afstand van ruim 40 centimeter overbruggen. Dat is weliswaar geen grote afstand, maar mede gezien haar lengte (1 meter 60), moest zij vooroverbuigend naar de doos reiken. Zij moest de doos, die 12,5 kilo weegt, van de zij- of onderkant pakken, optillen en naar zich toehalen. Het is voorstelbaar dat, om die manoeuvre uit te (kunnen) voeren, een voet op het raster van de rolcontainer geplaatst wordt, zoals [de werkneemster] ook heeft gedaan, om het reiken en pakken makkelijker te maken.

3.23 Het plaatsen van een voet op het raster om steun te zoeken, terwijl de andere voet nog op de grond staat, is iets anders dan staan op de rolcontainer. Op dat laatste zag de instructie van

McDonalds, naar zij stelt omdat de rolcontainer op wielen staat, waaruit het hof afleidt dat McDonalds wil voorkomen dat werknemers op de rolcontainer rijden. Niet gesteld is dat er ook een instructie gold dat de voet niet op de het raster geplaatst mocht worden bij het uithalen van de container. McDonalds heeft niet aangevoerd op welke wijze de werknemers de achterste dozen veilig van rolcontainer kunnen halen als niet op het raster gesteund mag worden en daarvoor ook geen (aparte) instructies voor. [de werkneemster] stelt dat ook andere werknemers met grote regelmaat hun voet als steun op de rolcontainer plaatsen. Dat is door McDonalds niet voldoende concreet betwist. Ook als het steunen met de voet en staan op de rolcontainer als hetzelfde moet worden gezien, is niet gebleken dat McDonalds toeziet op naleving van de instructie dat niet op de rolcontainer gestaan mag worden.

3.24 Het ongeval heeft zich voorgedaan op een zeer druk moment in het restaurant, zaterdag tijdens lunchtijd. Dit betekent dat McDonalds er rekening mee moet houden dat werknemers gehaast handelen, ook bij het ophalen van de voorraad, en dat zij daarbij niet de benodigde voorzichtigheid in acht nemen.

3.25 De kans dat een ongeval zich voordoet zoals [de werkneemster] is overkomen, waarbij zij beklemd is geraakt en daarna achterover op een stelling is gevallen, is niet heel groot. Maar in de hiervoor geschetste omstandigheden is de kans dat zich een vorm van een ongeval voordoet bij het uithalen van voorraad uit de rolcontainers niet heel klein vanwege de verschillende lengtes van de werknemers, hun schoenmaat, de beperkte ruimte van de vriescel, de drukte, gladheid en het gewicht van de te verplaatsen voorraad in combinatie met de grootte van de het raster, de dunne gladde spijlen, de verrijdbaarheid van de rolcontainer. Dat McDonalds stelt dat zij dit (buiten

dit ongeval) nog nooit heeft meegemaakt, is onvoldoende, mede gelet op de (ernstige) gevolgen die een val in een vriescel kunnen meebrengen.

3.26 Van McDonalds als werkgever mag daarom gevraagd worden dat zij maatregelen treft of instructies geeft die de risico’s op ongevallen verkleinen. McDonalds stelt dat zij haar werkgevers instrueert op het gebied van veiligheid. Zij verwijst naar de online-leeromgeving die bij het inwerkprogramma van haar werknemers hoort. Onder de button CPD BASIS-Friteuse staat over de vriescel:

De hoofdvriezer bevindt zich meestal achterin het restaurant. Dit is de belangrijkste opslaglocatie voor onze diepgevroren producten. Als je een doos niet veilig kunt optillen, pak dan een opstapje of een ladder of vraag om hulp”.

Het hof vindt dit geen afdoende instructie. Allereerst omdat onduidelijk is wanneer je een doos niet veilig kunt optillen. [de werkneemster] heeft op de zitting bij het hof gezegd dat zij dacht dat ze de doos zelf zo kon optillen. Zij had dus niet het idee had zij de doos niet veilig kon tillen en zag geen aanleiding om de door McDonalds in de instructie aangedragen maatregelen te nemen. Bovendien had een ladder of opstapje in dit geval niet geholpen. McDonalds heeft op de zitting ook gezegd dat in de vriescel geen ladder gebruikt mag worden. Daarnaast is de vraag of het inroepen van hulp realistisch is bij grote drukte, als een werknemer er al op bedacht zou zijn dat hij een doos friet niet veilig zelf kan pakken. McDonalds verwijst ook nog naar een online leeromgeving inzake gevaar (productie 29 bij conclusie van antwoord). Op de overgelegde screenshots komen echter geen specifieke instructies voor over het werk in de vriescel of het tillen/uithalen van voorraaddozen. McDonalds zou een specifieke instructie moeten geven voor het uithalen van voorraad vanaf de achterste rij, bijvoorbeeld door duidelijk te maken dat geen voet op de rolcontainer geplaatst mag worden om steun te zoeken of dat de rolcontainer eerst 180 graden gedraaid moet worden zodat de achterste rijen vooraan komen.

3.27 McDonalds stelt in de processtukken ten slotte niet voldoende concreet dat en op welke wijze zij toezicht houdt op naleving van de (naar het oordeel van het hof dus te) algemene instructies, en evenmin dat en hoe zij rekening houdt met het feit dat werknemers, zeker in geval van drukte, bij dit type werkzaamheden niet altijd optimaal geconcentreerd en alert zullen zijn. Zij legt de Risicoinventarisatie en -evaluatie over die zij jaarlijks (de laatste keer voor het ongeval op 4 januari 2017) laten uitvoeren, maar zij verwijst niet naar specifieke onderdelen daarvan waaruit instructies als hier bedoeld volgen. Daarnaast stelt zij dat dat zij voldoet aan de voorschriften uit de Arbeidsomstandighedenwet en dat de vriescel als zodanig voldoet aan alle veiligheidsvoorschriften. Deze algemene stellingen vindt het hof in dit verband onvoldoende. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat de Inspectie die onderzoek heeft gedaan naar het ongeval het risico van het bekneld raken van een voet tussen het gaas van een rolcontainer als een ”restrisico” heeft beoordeeld. de conclusie

3.28 Het hof komt dus tot het oordeel dat McDonalds haar zorgplicht heeft geschonden en dat zij aansprakelijk is voor de schade die [de werkneemster] daardoor heeft geleden. In de schadestaatprocedure zal de rechter moeten beoordelen welke klachten in (voldoende) causaal verband staan tot het ongeval en wat de hoogte van de door [de werkneemster] geleden schade is. Aan een bewijsopdracht komt het hof niet toe, omdat de stellingen die McDonalds te bewijzen aanbiedt niet tot een ander oordeel leiden.

3.29 Het hoger beroep van [de werkneemster] slaagt en het incidenteel hoger beroep niet. Omdat McDonalds in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar tot betaling van de proceskosten zowel in hoger beroep als bij de kantonrechter veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak3.

  • De beslissing Het hof:
    • vernietigt de vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel van 19 oktober 2021 en 8 februari 2022 en beslist:
    • verklaart voor recht dat McDonalds jegens [de werkneemster] onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij de op haar rustende zorgplicht als werkgever van [de werkneemster] heeft geschonden en gelast McDonalds de door [de werkneemster] geleden en nog te lijden schade te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet:
    • veroordeelt McDonalds tot betaling van de volgende proceskosten van [de werkneemster] tot aan de uitspraak van de kantonrechter:

€ 85,- aan griffierecht

€ 103,88 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan McDonalds

€ 1.494,- aan salaris van de advocaat van [de werkneemster] en tot betaling van de volgende proceskosten van [de werkneemster] in hoger beroep:

€ 343,- aan griffierecht

€ 131,18 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan McDonalds € 2.366,- aan salaris van de advocaat van [de werkneemster] (2 procespunten x appeltarief II);

  • verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.E.F. Hillen, Th.C.M. Willemse en R.J.A. Dil en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2023.

  • HR 4 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1430 en HR 29 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2432
  • ECLI:NL:PHR:2023:454
  • HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853

Heeft u een account? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey