Rb, deelgeschil, ongeval bestelbus en wielrenner, 50%-regel de fietser krijgt ondanks grotere causale bijdrage 50% van zijn schade vergoed

Samenvatting:

Bij dit ongeval was een bestelbus en een wielrenner betrokken. Op het moment dat de wielrenner dichterbij kwam was de bestelbus bezig met keren op de weg. Ten aanzien van het bewijs zijn er vier getuigenverklaringen die niet met elkaar overeenstemmen en een kort politierapport. De rechtbank concludeert dat de bestelbus bezig was met een bijzondere manoeuvre (keren op de weg) en als je dat ziet, en de fietser heeft dat gezien, dien je als verkeersdeelnemer die aan komt rijden de nodige voorzichtigheid te betrachten. De rechtbank oordeelt dat de fietser dat in onvoldoende mate heeft gedaan. De bus was immers aan het keren en stond niet heel erg lang stil en door er dan achter langs te fietsen heeft de fietser een risico aanvaard. Dit leidt ertoe dat de val vooral is toe te rekenen aan de fietser. De ongemotoriseerde verkeersdeelnemer (fietser) krijgt ook al is zijn causale bijdrage groter toch in ieder geval 50% van zijn schade vergoed. De verdeling van 50% werkt door zodat de verzekeraar voor de kosten van het deelgeschil € 2.652,63 (50%) moet betalen.

ECLI:NL:RBMNE:2022:2809

Instantie                           Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak               06-07-2022

Datum publicatie              25-07-2022

Zaaknummer                    C/16/536773 / HA RK 22-75

Rechtsgebieden               Civiel recht

Bijzondere kenmerken      Mondelinge uitspraak

Proces-verbaal

Inhoudsindicatie                Deelgeschil. Verkeersaansprakelijkheid. Ongeval bus en fietser.                                                                Getuigenverklaringen. 50%-regel leidt tot 50% aansprakelijkheid ook al is                                                causale bijdrage fietser groter. Mate van aansprakelijkheid werkt door in                                                  kosten deelgeschil.

Vindplaatsen                     Rechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/536773 / HA RK 22-75

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 6 juli 2022

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

advocaat mr. M. Treur te Utrecht

tegen

de naamloze vennootschap

ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Utrecht,

verweerster,

advocaat mr. P. Oskam te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en a.s.r. worden genoemd.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van het verzoek tot een beslissing in een deelgeschil (artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Tegenwoordig zijn mr. J.P. Killian, rechter, en mr. M.A. Rademaker, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen:

de heer [verzoeker] ,

  1. M. Treur die de zaak heeft overgenomen van mr. Sijbrandij,

mevrouw [A] , dossierbehandelaar bij a.s.r.,

  1. Oskam.

1Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– het verzoekschrift tot behandeling deelgeschil ex artikel 1019w Rv met 10 producties, ter griffie ingekomen op 22 maart 2022;

– het verweerschrift met 1 productie, ter griffie ingekomen op 29 juni 2022;

– de mondelinge behandeling op 6 juli 2022, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan.

2De beslissing

De rechtbank:

2.1.

verklaart voor recht dat a.s.r. aansprakelijk is voor 50% van de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade ten gevolge van het [verzoeker] overkomen verkeersongeval van 1 augustus 2018;

2.2.

begroot de kosten van dit deelgeschil op € 2.652,63 en veroordeelt a.s.r. tot betaling daarvan aan [verzoeker] , te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de 15e dag na de datum van deze mondelinge uitspraak;

2.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

3De beoordeling

3.1.

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

3.2.

Het verzoek kan, gelet op de discussie over de (mate van) aansprakelijkheid voor letsel na een ongeval, als deelgeschil worden behandeld.

3.3.

De zaak gaat over een ongeval dat heeft plaatsgevonden op 1 augustus 2018 op de Leimuiderdijk in de gemeente Haarlemmermeer, waarbij een bestelwagen die bestuurd werd door een verzekerde van a.s.r. en [verzoeker] als wielrenner betrokken waren. [verzoeker] is ten val gekomen, heeft letsel opgelopen en ondervindt schade.

3.4.

De vraag is wie er aansprakelijk is voor wat daar is gebeurd. Naar wat er is voorgevallen is onderzoek gedaan. Het dossier bevat vier getuigenverklaringen en een, weliswaar kort, politierapport. Het gaat nu om de waardering van deze bewijsmiddelen. Naar het oordeel van de rechtbank kan dat twee kanten op. Getuigen hebben verklaard dat de bus bij het keren op de dijk bewoog naar achteren en dat [verzoeker] , die passeerde, daardoor gevallen is, maar er zijn ook getuigen die zeggen dat de bus stil stond en dat [verzoeker] in de berm viel en dat is ook wat er in het proces-verbaal van de politie staat.
Hoe de bewijsmiddelen ook gewaardeerd worden, er gaat iets aan vooraf en dat is dat vast staat de bus een bijzondere manoeuvre aan het maken was (straatje keren) en als je dat ziet, en [verzoeker] heeft dat gezien, moet je als verkeersdeelnemer die aan komt rijden de nodige voorzichtigheid betrachten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [verzoeker] dat onvoldoende gedaan. De bus was aan het keren en stond niet heel lang stil en door er dan achter langs te fietsen heeft [verzoeker] een risico aanvaard. Dit leidt er toe dat zijn val vooral is toe te rekenen aan [verzoeker] . Het was een smal stukje op de dijk waar hij langs de bus fietste die aan het keren was. Omdat dat uit de wet en de jurisprudentie volgt, krijgt een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer, ook al is zijn zogenoemde causale bijdrage groter, toch in ieder geval 50% van zijn schade vergoed. De rechtbank ziet geen aanleiding dat percentage te corrigeren op grond van de billijkheid. Er zijn onvoldoende bijzondere omstandigheden gebleken om een correctie toe te passen dat het anders wordt dan die 50% aansprakelijkheid.

3.5.

Dan moet de rechtbank ook een beslissing nemen over de kosten van het deelgeschil. Er is namens [verzoeker] 24,5 uur opgegeven waarvan mr. Treur tijdens de zitting heeft gezegd dat daar 3 uren die genoteerd zijn voor de pleitnota maar niet besteed zijn, van kunnen worden afgehaald, zodat in totaal 21,5 uur is geschreven voor dit deelgeschil. De rechtbank heeft gekeken naar het dossier en ook naar het gehanteerde tarief en is van oordeel dat daarbij past een tijdsbesteding van 15 uur keer een tarief van € 275 plus btw, in totaal € 4.991,25. Daarbij moet het griffierecht van € 314 nog worden opgeteld. Samen is dat € 5.305,25. De verdeling van 50% werkt door, zodat a.s.r. voor kosten deelgeschil een bedrag van € 2.652,63 moet betalen. De aansprakelijkheid staat (voor 50%) vast.

3.6.

De gevorderde wettelijke rente over de kosten van dit deelgeschil zal worden toegewezen zoals in de beslissing staat vermeld. Wat meer of anders is verzocht wordt afgewezen, waaronder de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring. Er kan namelijk niet rechtstreeks tegen een uitspraak in een deelgeschilprocedure worden opgekomen. Dit volgt uit artikel 1019bb Rv.

Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. J.P. Killian, rechter, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van mr. M.A. Rademaker, griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op …… juli 2022.

Heeft u een account? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey